D66 moet lastenverlichting redden

D66 en het CDA hebben de sleutel in handen voor de impasse rond het belastingplan. De senaatsfracties lijken er al uit, nu hun partijleiders nog.

D66-senator Alexander Rinnooy Kan en partijleider Alexander Pechtold, op een partijcongres in 2010.

Vorige week donderdagavond gingen Alexander Pechtold en Mark Rutte een hapje eten. Het was al een tijdje geleden dat de twee een tête-à-tête hadden gehad. De dagen dat het kabinet-Rutte II geen financiële beslissing kon nemen zonder D66, ChristenUnie en SGP te consulteren, lijken een eeuwigheid geleden. Maar nu na jaren bezuinigen eindelijk belastingverlaging mogelijk is, moet de premier opnieuw een beroep doen op de D66-leider. Het etentje was niet bedoeld om direct te onderhandelen, maar vooral om elkaar ‘in de ogen te kijken’. Is de politieke wil er om tot een deal te komen? 

In de Tweede Kamer lukte het staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) niet om voldoende oppositiesteun te vinden om het Belastingplan 2016 in de senaat te laten slagen – alleen CDA stemde voor. Tot het laatste moment probeerde Wiebes zijn plan bij te schaven opdat er voor zo veel mogelijk partijen iets naar hun zin in zat. Voor de Eerste Kamer kiest het kabinet een radicaal andere strategie.

De coalitie heeft daar 21 zetels en het CDA 12. Voor een meerderheid zijn er nog 5 nodig. Het kabinet, waar naast Rutte vooral ook minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) hoopt het plan te redden, zet in op een akkoord met D66, zo blijkt uit gesprekken met betrokkenen.

Zo’n akkoord is om verschillende redenen politiek ingewikkeld. Pechtold moet iets fundamenteels binnenhalen om uit te leggen dat D66-senatoren anders stemmen dan zijn Tweede Kamerfractie en daarmee het kabinet aan een meerderheid helpen. Minstens zo belangrijk: wat hij krijgt moet het CDA niet voor het hoofd stoten waardoor die partij de steun intrekt. 

De situatie tussen alle betrokkenen is precair. CDA en D66 sloten vorig jaar samen een pact om het kabinet tot belastinghervorming te dwingen. Maar toen Wiebes met een ambitieus plan kwam, zei Buma direct dat hij alleen het pakket van 5 miljard euro lastenverlichting zou steunen: geen btw-verhoging, geen verschuiving van lasten naar de gemeenten. Dit tot verbijstering van Pechtold. Bij de behandeling van het belastingplan in de Tweede Kamer probeerde de D66-leider toch nog een afspraak met het kabinet te maken, maar die werd toen gedwarsboomd door het CDA. Die partij vormde liever een front met ChristenUnie en SGP.

Zowel Buma als Pechtold heeft bovendien een gecompliceerde relatie met Rutte. Gunnen zij het de premier wel om opnieuw een weergaloze politieke deal te sluiten? 

Inhoudelijk is de oplossing juist vrij eenvoudig. De sleutel zit in de gemeentebelastingen. In juni verscheen een advies om belastingen meer te decentraliseren. Zo kunnen de belastingen op arbeid omlaag en krijgen gemeenten meer macht over hun eigen financiën. Niet alleen de inhoud van het advies is cruciaal, ook de namen op de kaft zijn dat. Voorzitter van de commissie was Alexander Rinnooy Kan, inmiddels senator van D66. Hij stelde het op met onder meer oud-PvdA-leider en informateur Wouter Bos en fiscalist en oud-voorzitter van het CDA Marnix van Rij – die laatst zit sinds juni óók in de senaat. Zij schreven het rapport Bepalen betekent betalen op verzoek van Annemarie Jorritsma, toen nog voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), en inmiddels fractievoorzitter van de VVD in de senaat.

Bepalen betekent betalen

Buma is mordicus tegen de verschuiving van lasten naar de gemeenten, en ook werkgeverslobby VNO-NCW verzet zich. Maar CDA-senatoren, inclusief VNO-directeur Niek-Jan van Kesteren, zijn pragmatischer. Zij willen per se dat de lastenverlaging doorgaat, als dat niet met een christelijk pact kan, dan maar met D66. Bovendien zou een plan voor een dergelijke verschuiving, van bijvoorbeeld 4 miljard euro aan belastingen, niet raken aan het belastingplan van volgend jaar. Zo’n hervorming zou pas volgend jaar tot wetgeving kunnen leiden die in 2019, na de volgende gemeenteraadsverkiezingen, in werking treedt, weten ze ook bij D66. Die partij diende in september met de SGP een motie in voor meer fiscale autonomie van gemeenten. Die kreeg toen nauwelijks steun, maar zou met hulp van de coalitie en CDA in de senaat wel worden aangenomen.  

In de Tweede Kamer waren de eisen van D66 drieledig: Pechtold wilde naast een belastinghervorming ook vergroening en aanpassingen in heffingen van volgend jaar. Vergroening, zeker als die pas voor de verdere toekomst geldt, zou ook met een motie kunnen worden afgedwongen. Zelfs zonder het CDA. In de Tweede Kamer is al een D66-motie aangenomen om kolencentrales ‘uit te faseren’.

Onduidelijk is nog of D66 zich erbij neer kan leggen als er niets meer verandert aan de lastenverlichting van 5 miljard voor 2016. Senatoren van beide partijen lijken uit op een compromis, maar moeten daarvoor wel de ruimte krijgen van partijleiders Buma en Pechtold. Op dat punt blijft het kabinet voorlopig in spanning.

Het stranden van het belastingplan zal geen totale politieke crisis ontketenen – de nederlaag is immers al in de Tweede Kamer geleden – maar heeft op de lange termijn wel vervelende gevolgen. Omdat de Belastingdienst al is gaan rekenen met de nieuwe tarieven, kunnen veel burgers in 2017 een naheffing verwachten, rond de verkiezingen die dan gepland staan. Coalitiepartijen en CDA zullen D66 beschuldigen als het plan mislukt, terwijl die laatste partij het kabinet kan verwijten dat het niet flexibel genoeg was. Alles hangt af van de onderhandelaarskunsten in de komende twee weken.