Bommen op Syrië: waardoor liet het Lagerhuis zich overtuigen?

De twee partijleiders gaven gisteren niet de doorslag bij het debat. Ook denken veel parlementsleden niet dat het bombarderen van Syrië per se effectief is. Ze willen solidair zijn met de rest van het Westen.

Twee Britse Tornado gevechtsvliegtuigen keren terug op Cyprus Foto Darren Staples / Reuters

Het was niet de toespraak van de premier die gisteren de laatste twijfelaars in het Britse Lagerhuis overhaalde. Noch die van de oppositieleider, die tegen luchtaanvallen op Islamitische Staat (IS) in Syrië pleitte. Wel het betoog van Hilary Benn (Labour), schaduwminister van Buitenlandse Zaken, aan het einde van een ruim tien uur durend debat.

Een half uur later stemde het Lagerhuis in met 397 stemmen voor, en 223 tegen. Kort daarna gingen Britse tornado’s tot actie over. De Britten vlogen al over Syrië, omdat ze IS in Irak sinds vorig jaar bombarderen.

Benns betoog was bezielend. Indachtig de behoedzaamheid van veel Lagerhuisleden een nieuwe oorlog te beginnen, indachtig de erfenis van ‘Irak’, een inval die in 2003 plaatshad op basis van zwak bewijs, verwees hij naar de „heldere en ondubbelzinnige” VN-resolutie over Syrië, en de coalitie van zestig landen die „zij aan zij strijden tegen de ideologie en het geweld [van IS]”.

Belangrijker was zijn directe beroep op zijn collega’s in de oppositie: „Wij geloven dat we verantwoordelijk zijn voor elkaar. Wij liepen nog nooit – en we zouden dat ook niet moeten doen – door aan de overkant van de straat.” Het was aan de Britten hun bondgenoten niet in de steek te laten.

In het belang van reputatie

Aan die bereidwilligheid een actieve rol te spelen, werd internationaal getwijfeld nadat in 2013 het Lagerhuis tegen bombardementen op Syrië stemde, toen in reactie op een vermeende gifgasaanval door president Bashar Assad. Premier David Cameron leed dusdanig gezichtsverlies dat hij pas opnieuw het Lagerhuis om goedkeuring wilde vragen als hij zeker van een meerderheid was.

De Britten stonden daardoor de afgelopen maanden aan de zijlijn. De Britse luchtmacht stopte bij de grens met Syrië terwijl, zo bleef Cameron herhalen, IS geen grenzen erkent. De vertraging die militaire actie tegen de groep daardoor opliep, „doet onze reputatie bij onze belangrijkste bondgenoten geen goed”, zei hij gisteren.

Solidariteit was een niet te onderschatten argument. Veel Lagerhuisleden leken te twijfelen of luchtaanvallen wel zin zouden hebben. Maar zeiden zich ook te realiseren dat niet alleen de Britse veiligheid in het geding is, maar ook het Britse aanzien. De symboliek woog zwaarder dan het effect van de bombardementen zelf, zei een oud-minister voorafgaand aan de stemming.

Ondeelbare veiligheid

„Ik denk niet dat de premier het meest effectieve betoog heeft gegeven. Maar als Frankrijk hulp heeft gevraagd, denk ik niet dat we nee kunnen zeggen”, zei tijdens het debat Yvette Cooper, een van de 66 Labour-Lagerhuisleden die instemden met luchtaanvallen.

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Margaret Beckett, wier toespraak halverwege de middag de eerste twijfelaars overtuigde, zei:

„Ik nodig het Huis uit zich in te denken hoe wij ons zouden voelen, en wat wij zouden zeggen als wat in Parijs gebeurde in Londen plaatshad, wij de Fransen expliciet om hulp hadden gevraagd, en Frankrijk zou weigeren.”

In een parallel debat in het Hogerhuis zei oud-minister van Buitenlandse Zaken William Hague, nu Lord Hague, dat het „uitzonderlijk” zou zijn, en de Britten „een heel, heel overtuigende reden” zouden moeten hebben „niet met [Frankrijk en de VS] in deze crisis op te trekken, zeker omdat onze veiligheid ondeelbaar is van die van hen”.

Cameron noch Labour-leider Jeremy Corbyn had een goede dag. De eerste ondergroef zijn eigen statuur als premier door dinsdagavond tegenstanders van bombardementen „sympathisanten van terroristen” te noemen. Het viel slecht aan beide kanten van het Lagerhuis, en leidde af van de echte vraag.

Rommelige toespraak

De laatste had voor een overtuigd pacifist, die al dertig jaar antioorlogsbijeenkomsten toespreekt en ook tegen luchtactie boven Syrië is, een zwakke, rommelige toespraak. In bilaterale gesprekken probeerde Corbyn vervolgens twijfelaars nog aan zijn kant te krijgen.

Een sterkere tegenstander van luchtaanvallen was Angus Robertson, fractievoorzitter van de Schotse nationalisten, die Camerons bewering dat er 70.000 gematigde Syrische en Koerdische strijders zijn die als grondtroepen kunnen dienen in twijfel bleef trekken. Hij werd bijgestaan door de voorzitter van de defensiecommissie, de Conservatief Julian Lewis, die zei dat in plaats van „twijfelachtige dossiers” over massavernietigingswapens, zoals tijdens de Irak-oorlog, er nu „zogenaamde bataljons” werden opgevoerd.

Maar Labour-leider Corbyn werd vooral ondermijnd door Benn, die alles verwierp wat Corbyn tien uur eerder had gezegd. Het werd de schaduwminister niet in dank afgenomen.