Voor mij was ze de Marokkaanse Simone de Beauvoir

We ontmoetten elkaar in een Amsterdams hotel daags nadat ze de Erasmusprijs 2004 in ontvangst had genomen. Het was Ramadan en terwijl Fatima Mernissi de suiker in haar cappuccino roerde, voelde ik me slaapverwekkend braaf als trouwe vaster. Ze nam een hap van haar cantuccini en had die typisch onderkoelde glimlach op haar gezicht terwijl ze van wal stak. Geen moment gaf ze me het gevoel een broekie te zijn.

Kort daarvoor had ik met haar samengewerkt aan een interview door Arnon Grunberg voor VPRO’s kunst- en cultuurprogramma RAM en ook toen was ze een genot om naar te kijken met haar bijna verveelde antwoorden en nauwelijks onderdrukte sarcasme.

Mernissi was een grootheid. Als islamitisch feministe had ze de toon gezet voor een vrouwelijke interpretatie van de Koran. Ze had weinig op met de onbetwistbare heiligheid van de hadith, de overleveringen van de profeet, en betoogde dat de ondergeschikte positie van de vrouw in de islam niet te rechtvaardigen is door de teksten uit de Koran.

Het gaat niet te ver Mernissi de Marokkaane Simone de Beauvoir te noemen. De Beauvoir stelde dat vrouwen niet als vrouw worden geboren, maar gemaakt worden, dus vrouw-zijn als sociale constructie, de vrouw als ‘De Ander’. Mernissi vond dat de ‘stille, passieve en gehoorzame vrouw’ een constructie was van de oulama, de mannelijke theologen, om het patriarchale systeem in stand te houden.

Haar theorie en ijver voor een vrouwelijke interpretatie van het islamitisch geloof vond en vindt nog altijd breed navolging onder veel vrouwen en activistes in de islamitische wereld die de juridische en maatschappelijke achterstelling bevechten met behulp van de religieuze bronnen.

Ook in Europa zijn veel moslima’s beïnvloed door haar werk en dat mag niet verwonderen. Het is, zeker voor wie worstelt met de persoonlijke ontwikkeling en culturele en religieuze loyaliteit, een verademing boeken en artikelen te lezen van een eloquente en intelligente vrouw die zich verdiept heeft in de materie en die je bevestigt in je diepste innerlijke strijd: dat vrouwelijkheid geen handicap is en het geloof geen excuus voor achterstelling. Dat alles zonder oordelend vingertje en met een goed gevoel voor de ontwikkelingen in de Arabische wereld: Mernissi wees als een van de eersten op de emanciperende invloed van satellietzenders in de Arabische wereld. Ze was er voor alle vrouwen. Ze was namelijk net zo hartstochtelijk over de schoonheidsmanie in het Westen die vrouwen subtiel onderdrukt door de dwang voor eeuwig jong en slank te blijven. En ze wees de haat van het Westen voor de islamitische wereld af.

God, wat had ik Mernissi’s snedige humor nog mee willen maken in het huidige islamdebat. Zij had raad geweten met Westerse feministen die moslima’s de wet denken voor te schrijven.

Het is een troost te weten dat Mernissi ook bij leven op handen werd gedragen. De laatste jaren leefde ze teruggetrokken. Interviews wees ze af. Wie haar mening wilde weten, kon haar boeken lezen. Die zijn tijdloos en zullen nog vele moslima’s de waardigheid geven waar ze zo naar talen.

Bij haar begrafenis waren haar vriendinnen en medestrijders aanwezig. En zo heeft Mernissi zelfs na haar dood vele vrouwen als ik nog een waardevol geschenk gegeven: het taboe op vrouwelijke aanwezigheid bij begrafenissen is doorbroken.