Verliefd op hun vastgoed

De nieuwbouw voor het ROC Leiden zou 46 miljoen euro kosten. Het werd 223 miljoen euro. Bovendien voldeed de ultramodern ogende nieuwbouw niet aan de eisen voor goed onderwijs. Een commissie presenteerde gisteren haar rapport over de ontsporing. ROC-bestuurders hebben schuld, maar ook gemeente, toezichthouders en ministerie gaan niet vrijuit.

Het zijn twee glossy’s, met vrijwel dezelfde omslag en een diametraal tegenovergestelde conclusie. Het boekwerk Knooppunt van ambities, dat het ROC Leiden in 2012 zelf uitgaf om de opening van het nieuwe onderwijsgebouw Lammenschans wat kracht bij te zetten. En het gisteren gepresenteerde rapport Ontspoorde ambitie van de commissie Onderzoek huisvesting ROC Leiden, onder leiding van hoogleraar Pauline Meurs. Die commissie maakt de bouwwoede van de mbo-instelling met de grond gelijk. Minister Bussemaker vraagt naar aanleiding van het rapport de huidige toezichthouders onderzoek te doen naar mogelijk persoonlijk verwijtbaar handelen door voormalige bestuurders.

Het verhaal van het ROC is in drie jaar verschoven naar een tranendal, waarin het oude bestuur onder leiding van Jacques van Gaal de zwartepiet krijgt toegespeeld. En waarin ook toezichthouders, het ministerie, de inspectie, de gemeente Leiden en (externe) adviseurs van het ROC allerminst vrijuit gaan.

1e fase: Schitterende vergezichten

Wie het ROC Leiden-debacle wil begrijpen, moet terug naar het jaar 2001. De school wasgehuisvest in twintig verouderde gebouwen. Het idee was die te vervangen door één nieuwe centrale onderwijslocatie. Het bestuur wilde een duidelijke identiteit voor het ROC Leiden. Aantrekkelijk voor de duizenden studenten. Centrum van onderwijsvernieuwingen. De geraamde kosten: 46 miljoen euro.

In Knooppunt van ambities staat beschreven hoe Van Gaal besluit dat ROC Leiden „een fiets” moet worden, waarop leerlingen zich naar de toekomst kunnen verplaatsen. Niet langer mag het „een doos” met leslokalen zijn. Zijn adviseurs noemden dat „anoniem, kleurloos en nauwelijks aanpasbaar”, terwijl de fiets paste bij „de grote en snelle veranderingen waaraan onderwijsorganisaties onderhevig zijn”.

Maar al gauw koos het bestuur ervoor om de plannen op te schalen. In 2003 werd besloten om niet één maar twee panden te bouwen: een bij station Leiden Centraal en een bij station Lammenschans.

De commissie-Meurs schrijft dat in die periode duidelijk werd dat het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) bouwgrond wilde verkopen en de school direct toehapte. ROC Leiden wilde samenwerken met het ziekenhuis voor zorgopleidingen. Maar ook belangrijk: misschien waren andere mbo-instellingen wel geïnteresseerd in de grond. Snel handelen leek noodzakelijk.

De toenmalige Leidse burgemeester toonde zich in het voorwoord van Knooppunt van ambities enthousiast over de daadkracht van het ROC. De gebouwen gaven de stad een skyline, schreef hij. „Aan de contouren van de hoge markante gebouwen herkent men Leiden nu van verre.”

Er volgden meer wijzigingen in de plannen van ROC Leiden. Zo ging de mbo-instelling niet alleen voor zichzelf bouwen maar ook voor andere partijen. Er moesten ruimtes komen voor het Da Vinci College (een regionaal opleidingencentrum voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) en voor leerbedrijven. Voor een call center en een supermarkt. En dat betekende dat er niet 32.000 vierkante meter nieuwbouw nodig was, maar 100.000 vierkante meter.

Bovendien veranderde keer op keer de financieringsconstructie. Waar eerst de gebouwen eigendom waren van ROC Leiden, werden ze later weggezet bij een belegger. En het bestuur verplichtte zich het gebouw Lammenschans op termijn terug te kopen en bij het Centraal Station de verhuurrisico’s te dragen. Bovendien trad de school op als hoofdaannemer bij de bouw van Lammenschans. Dat betekende: hoge kosten, extra risico’s en de complexe contracten en constructies stapelden zich op. Net zoals de financiële problemen.

2e fase: stilte voor de storm

Was het de goden verzoeken om Lammenschans op vrijdag de 13de te openen? In ieder geval vond op vrijdag 13 april 2012 de officiële ingebruikname van het gebouw plaats. De Leidse burgemeester nam een exemplaar van het boek Knooppunt van ambities in ontvangst en roemde het pand. Studenten onthulden een pop-art-variant van de Nachtwacht. Onder leiding van Wouke van Scherrenburg discussieerden onder meer Jasper van Dijk (SP, nu de grootste criticus van ROC Leiden) en Jeroen Dijsselbloem (PvdA) over het beroepsonderwijs.

Voorzitter van het college van bestuur Jacques van Gaal nam afscheid. Voor zijn „geweldige” werk werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau. De nieuwe collegevoorzitter Jeroen Knigge liet optekenen: „Dit gebouw staat voor een nieuwe fase in het bestaan van ROC Leiden. Wij willen immers van goed naar beter en van beter naar best.”

Ook de vastgoedontwikkelaar van het pand van Green Real Estate was enthousiast: „De architectuur is top! Bijna te mooi voor een ROC! Het mbo had dit misschien gewoon nodig. Onze maatschappij draait op mensen die op het mbo worden opgeleid.”

Een half jaar later stonden de zaken er heel anders voor. Jeroen Knigge had toen al ontdekt dat de school afstevende op een bijna onacceptabel exploitatietekort. De kosten voor de bouw van de panden bleek vervijfvoudigd, van 46 naar 223 miljoen euro.

Dat was niet het enige probleem. Het gebouw Lammenschans bleek ongeschikt om onderwijs in te geven. Er waren geen lokalen maar enkel open ruimtes. De trappengangen bleken veel te smal en bij gebrek aan geld waren er niet genoeg liften gebouwd. Ook waren er verdiepingen geschrapt en is het tot op de dag van vandaag niet mogelijk om op alle verdieping van de ene naar de andere kant van het pand te komen.

De problemen stapelden zich op. De parkeergarage werd opgeleverd zonder strepen of verlichting en de supermarkt bleek zonder stroom te zitten. Ook was er weinig animo voor de leerbedrijven. Winkels waar leerlingen stage zouden kunnen lopen, kwamen er niet.

Het andere pand bij station Leiden Centraal, genaamd Level, liep evenmin lekker. Ondanks de feestelijke opening, waar circusartiesten op stelten gekleed in glanzende rode pakken rondliepen. Waar optredens en toespraken de avond vulden. En waar iedereen een glas champagne kreeg.

Het gebouw Level had ruimtes voor een hotel, een restaurant, een fitness- en een revalidatiecentrum. Het rapport van Meurs schrijft: „In eerste aanleg lijkt het verhuurrisico geen probleem, omdat de heer Van Gaal goede gesprekken voert met potentieel geïnteresseerden, waaronder een hotelketen en een fitnessbedrijf. CvB-voorzitter Knigge constateert in de zomer van 2011 dat de verhuur niet is gerealiseerd.” Uiteindelijk werden er pas in 2013 enkele huurcontracten getekend.

3e fase: de reddingstroepen komen (niet)

Het nieuwe bestuur van ROC Leiden trok in 2012 bij het ministerie aan de bel voor hulp. Het ministerie schakelde de onderwijsinspectie in en de school kwam onder verscherpt financieel toezicht. Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) besloot een onderzoek in te stellen.

De commissie-Meurs zegt dat het ministerie „geen heldere aanpak kent voor instellingen die dreigen in de financiële problemen te komen”. In plaats van hulp te bieden „legt het ministerie de casus bij de inspectie”. Pas in februari 2015 kwam Bussemaker met een oplossing: geld storten. „De commissie vindt dat de periode tussen 2012 en februari 2015 onnodig lang heeft geduurd”, schrijft Meurs.

Ook de inspectie grijpt erg laat in. „Het is voor de commissie onbegrijpelijk dat de Inspectie pas zo laat – bijna tien jaar nadat de belangrijkste besluiten bij de instelling al zijn genomen – daadwerkelijk langszij komt in de casus, en dan vooral door het initiatief dat het ROC Leiden hiertoe neemt.”

Ook externe adviseurs van ROC Leiden moeten het ontgelden in het rapport. Zij hebben niet onafhankelijk en kritisch genoeg hun werk gedaan.

Een van de financieel adviseurs is Irma Langeraert van adviesbureau Ilfa. In Knooppunt van ambities werd zij nog gelauwerd als „financieel architect” van de vastgoedplannen van ROC Leiden. Langeraert zegt in het boek dat zij door een „onverwacht waardevol leerproces” is gegaan, „een out-of-the-box-denkwijze met een uniek resultaat”.

Volgens de inschatting van Langeraert in 2012 kon het niet anders of de gebouwen van het ROC Leiden zouden een succes worden – wat de critici ook mochten denken: „Een eerste half jaar in een nieuw gebouw is altijd een moeilijke periode omdat er zo veel processen samenkomen en iedereen aan het gebouw moet wennen.”

    • Merijn Rengers
    • Juliette Vasterman