Verkeerd geld voor goed doel

Extra geld voor kunst en cultuur, het klinkt zo sympathiek, zeker na de bezuinigingen die van rijks- en gemeentewege de laatste jaren hierop zijn doorgevoerd. De Tweede Kamerleden Michiel van Veen (VVD) en Jacques Monasch (PvdA) gunnen het de festivals, opdat ze financiële tegenslagen die bijvoorbeeld door slecht weer zijn veroorzaakt, kunnen opvangen. Aan reizende operagezelschappen. Aan de podiumkunsten, met name aan de nieuwkomers die buiten de vierjaarlijkse subsidieverdeling vallen. Aan postacademische instellingen waar nieuw talent zich kan ontwikkelen. Aan een fonds waarmee musea hun verzekeringspremies kunnen betalen. Aan de organisatoren van debatten, tentoonstellingen, films en toneeluitvoeringen, evenementen die extra beveiligingskosten vergen. Het klinkt niet alleen sympathiek, het lijkt er ook op dat de twee Kamerleden, beiden lid van een regeringsfractie, niet ongevoelig zijn geweest voor lobbyactiviteiten die vanuit de culturele sector hun richting op kwamen.

Heel wat minder sympathiek is de manier waarop Van Veen en Monasch het geld hebben vergaard waarmee zij deze subsidies denken te kunnen betalen. Ze vonden het in andermans portemonnee. Haagser gezegd: in het Gemeentefonds, het geld dat het Rijk uittrekt voor de uitgaven die gemeenten moeten doen. De grootste inkomstenbron van het lokaal bestuur, dat de laatste jaren zowel veel meer taken kreeg toebedeeld als financieel werd afgeknepen.

De VVD’er en de PvdA’er knijpen nog even verder. Ze halen 13,5 miljoen euro uit dat fonds weg. Geld waarop de gemeenten al mochten rekenen. 6,6 miljoen daarvan gaat wat hen betreft terug naar de gemeenten, mits ze dat besteden, via een aanvraag bij een van de bestaande cultuurfondsen, aan beeldende kunst en er zelf hetzelfde bedrag bijleggen.

Het is van een verbazingwekkend dirigisme, en het getuigt van wantrouwen jegens de gemeentebesturen. Die worden in officiële kabinets- en parlementaire stukken gewoonlijk aangeduid als ‘medeoverheden’, maar ontkomen steeds minder aan het gevoel dat ze uitvoeringsinstanties van ‘Haags’ beleid zijn. Met hun voorstellen versterken de twee Kamerleden die gedachte.

Terwijl minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) bezig is met een ‘agenda’ om de lokale democratie te versterken. Geef de gemeenteraden en de burgers voor wie ze opkomen meer zeggenschap, is daarvan de strekking. Geen wonder dat minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) zich mede namens Plasterk verzet tegen de voorstellen van de twee coalitiepartners. Als Van Veen en Monasch extra geld voor cultuur willen uittrekken: prima. Maar haal de sigaren dan niet uit andermans doos.