Trainen zonder spikes en startblokjes

Palestijnse sprinter wil naar de Spelen in Rio, een route vol obstakels. „Ik wil presteren zonder hulp van de bezettende macht.”

Mohammed Al-Khatib: „Palestijnen winnen nooit wat. Ik weet nog hoe blij we waren toen de Palestijnse zanger Mohammed Assaf de winnaar werd vanArab Idol.”

Toen Mohammed Al-Khatib enkele jaren geleden serieus voor de 100 meter begon te trainen, kon hij zijn tijden bijna niet geloven. „Ik klokte iets onder de tien seconden”, zegt de 25-jarige Palestijn lachend in de achtertuin van zijn huis in Ramallah. Die prestatie zou hem in de buurt brengen van de wereldtop. „Bleek dus dat die baan maar 84 meter lang was.”

De route naar sportief succes is voor Palestijnse atleten vol obstakels. De te korte baan heeft Al-Khatib achter zich gelaten, maar het alternatief is niet veel beter: een betonnen 300-meterbaan om een voetbalveld van kunstgras heen, in het centrum van zijn woonplaats. De baan, waarvan de bochten zich in bijna 90 graden om de cornervlaggen heen buigen, hoort bij een middelbare school. Al-Khatib, in het dagelijks leven yogaleraar en fitnessinstructeur, is veroordeeld tot de vroege of late uurtjes. En dan nog moet hij bedelen bij de bewakers of hij de sleutel mag.

Officiële atletiekbanen zijn er niet op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. En dus kan Al-Khatib niet eens trainen op spikes, de officiële hardloopschoenen met metalen noppen. Die zouden kapotgaan op het beton. Om nog maar te zwijgen van de blessures die hij opliep door de aanslag van de ondergrond op zijn gewrichten.

Toch heeft de afgestudeerd socioloog een droom: hij wil volgend jaar uitkomen op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. En niet volgens het aloude adagium over meedoen, dat belangrijker zou zijn dan winnen. „Ik wil een medaille halen voor Palestina.”

Heeft Al-Khatib het misschien een beetje te hoog in zijn bol gekregen? Zijn tijden zijn nog niet echt van olympisch niveau. Hij doet 11,5 seconden over de 100 meter – ongeveer, want handgeklokt met een stopwatch. De bronzenmedaillewinnaar van 2012, de Amerikaan Justin Gatlin, liep 9,79. En een progressie van 1,7 seconden op de 100 meter in minder dan een jaar, dat klinkt als een enthousiaste postbode die met de besten mee omhoog wil op Alpe d’Huez.

Nergens officiële tijdswaarneming

Maar daar hoef je bij Al-Khatib niet mee aan te komen. Anderhalf jaar geleden kwam hij niet eens onder de 15 seconden, en zelfs in het afgelopen half jaar heeft hij zijn persoonlijke toptijd nog met een volle seconde verbeterd. En kijk naar de omstandigheden waaronder hij moet werken. Beton in plaats van kunststof. Hij heeft zelfs nooit startblokjes gebruikt. En de coach met wie Al-Khatib werkt, een vrouw uit Oost-Jeruzalem, kan niet dagelijks naar Ramallah komen. Daarom filmt de atleet soms zichzelf, om te analyseren wat hij goed en fout heeft gedaan.

Eerst zal Al-Khatib de olympische limiet van 10,40 moeten lopen. Dat gaat niet in Palestina, al was het maar omdat er nergens een officiële tijdswaarneming is. In Israël, dat maar dertien kilometer van Ramallah vandaan ligt, zijn er daarentegen atletiekbanen in overvloed. Maar als Palestijn van de Westelijke Jordaanoever mag Al-Khatib daar niet naartoe. „En zelfs als ik een vergunning zou krijgen om in Israël te trainen, wil ik het niet. Het gaat me niet om de Israëlische atleten of coaches, sporters zijn sporters. Maar ik wil een rolmodel voor Palestina zijn. Dan vind ik dat ik moet presteren zonder hulp van de bezettende macht.”

Daarom is er vanaf gisteren een crowdfundingactie begonnen. Al-Khatib hoopt 7.850 dollar op te halen om vanaf januari drie maanden lang te kunnen trainen in Texas, op Rice University in Houston. Op een baan van kunststof. Op spikes. Met startblokjes. Met een coach. En met officiële tijdwaarneming. Al-Khatib: „Ik geloof er heilig in dat deze omstandigheden mijn tijd met nog een seconde naar beneden kunnen brengen.” Van het benodigde bedrag is 30 procent binnen.

Kwalificatie voor de Spelen zou prachtig zijn, maar een medaille? Al-Khatib haalt een citaat aan van vechtkunstacteur Bruce Lee: er zijn geen grenzen, alleen platforms. „Elke keer als ik een grens slecht, beschouw ik het als een platform van waaraf ik kan doorgroeien naar de volgende grens.”

Het gaat de Palestijn, afkomstig uit een gegoed middenklassegezin uit Hebron, niet om de sportieve prestatie an sich. Veel belangrijker vindt hij het om iets te betekenen voor zijn land, dat lijdt onder een militaire bezetting die al 48 jaar duurt. Hij wil hoop bieden, inspireren. „Palestijnen winnen nooit wat. Ik weet nog hoe blij we waren toen de Palestijnse zanger Mohammed Assaf de winnaar werd van Arab Idol. Oké, we hadden iets van zestig miljoen keer gestemd, maar eindelijk hadden we wat gewonnen.”

100 procent geweldloos

Sinds 1 oktober vinden er in Israël en Palestina weer dagelijks aanslagen plaats. Palestijnse jongeren steken Israëliërs neer, Israëlische ordetroepen schieten Palestijnse demonstranten dood. Al-Khatib steunt het verzet tegen de bezetting, maar verklaart zelf dat hij „100 procent geweldloos” is.

Toch snapt hij de frustraties. Zo werd in zijn kindertijd het huis van de buren opgeblazen door Israël, omdat de buurjongen een zelfmoordaanslag in Israël had gepleegd. Ook het huis van de familie Al-Khatib raakte hierbij onbewoonbaar. „Ik heb zelf ook wel met stenen gegooid toen ik jonger was. Alleen zag ik in dat het niets oplost.” Wat dan wel? „Ik bezie dingen vanuit het yogiperspectief. Verandering komt van binnen. Laten wij het goede voorbeeld geven, dan inspireren we de Israëliërs misschien wel tot verandering.”