RWE splitst zich op in fossiele en duurzame tak

Met een ingrijpende reorganisatie volgt RWE het voorbeeld van Duitslands grootste energiebedrijf, Eon.

Een bruinkoolmijn van RWE in het Duitse Hambach. Foto Jasper Juinen / Bloomberg

De Duitse energiereus RWE, moederbedrijf van het Nederlandse Essent, splitst zich op in twee delen. Duurzame energie, netwerken en klantendiensten worden in een nieuwe dochter ondergebracht. De fossiele-energiecentrales blijven in het oude bedrijf. „Dit is ons antwoord op het veranderende Europese energielandschap” zei topman Peter Terium gisteren bij de bekendmaking. „Hiermee creëren we twee gezonde bedrijven onder één dak”.

De grote energiebedrijven zoeken antwoorden op de opkomst van duurzame energie. De afgelopen tien jaar is het aanbod van duurzaam opgewekte energie in Duitsland verdrievoudigd, wat de groothandelsprijzen zwaar onder druk heeft gezet.

De beurswaarde van RWE is sinds 2008 gekelderd van 55 miljard euro naar 8 miljard euro.

De nieuwe tak waarin RWE zijn duurzame productie onderbrengt, wordt eind 2016 deels naar de beurs gebracht. In eerste instantie gaat het om 10 procent, later mogelijk meer.

RWE wil echter zelf wel een meerderheidsbelang houden. Het nieuwe dochterbedrijf moet een omzet krijgen van 40 miljard euro en aan 40.000 mensen werk bieden. Dat is ongeveer tweederde van het huidige aantal werknemers.

Met de ingrijpende reorganisatie volgt RWE het grootste energiebedrijf van Duitsland, Eon, dat zich een jaar geleden opsplitste in een duurzame tak en een tak voor fossiele brandstoffen en kernenergie.

Aanvankelijk reageerde Terium op de veranderende markt met snijden en kostenbesparing. Maar dat leidde afgelopen september tot felle kritiek op de Nederlandse topman tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering. RWE is voor een belangrijk deel in handen van gemeenten in het Ruhrgebied waarvoor het dividend dat het energiebedrijf uitkeert een belangrijke bron van inkomsten is. De aandeelhouders die de beurswaarde steeds verder zagen afnemen, verweten hem gebrek aan visie.

Terium benadrukte gisteren dat de conventionele energiecentrales nog tientallen jaren een hoofdrol zullen spelen. „Onze conventionele stroom is de back-up voor duurzame stroom”.

Volgens persbureau Bloomberg komt 8 procent van de energie die RWE nu opwekt uit duurzame bronnen, meer dan 40 procent komt uit steenkool- en bruinkoolcentrales. De rest komt uit gascentrales, waterkracht en, nog even, kerncentrales. Onlangs sloot RWE, samen met onder andere Vattenfall, een deal met de Duitse overheid om een aantal bruinkoolcentrales op een laag pitje te zetten en alleen nog maar aan te zetten in geval van stroomtekort. Daar stelde de regering-Merkel 1,6 miljard euro tegenover.