Proefschrift Doemavoorzitter blijkt knip- en plakwerk

Sergej Narysjkin, de Russische parlementsvoorzitter en een oud-collega van Poetin, stal een groot deel van zijn proefschrift bij elkaar. Niet dat de onthulling hem veel kan schelen.

Sergej Narysjkin eind november Foto Vadim Ghirda / AP

Plagiaat is wijdverbreid in de Russische wetenschap. Vooral politici worden betrapt. De actiegroep Dissernet, die onderzoek doet naar plagiaat in proefschriften, heeft deze week een van de hoogste politici in de hiërarchie op de korrel genomen: niemand minder dan Sergej Narysjkin, de Russische parlementsvoorzitter.

Narysjkin, een voormalig KGB-collega van president Vladimir Poetin, zou zich schuldig hebben gemaakt aan flagrant plagiaat. In zijn beide proefschriften heeft hij uit het werk van anderen overgeschreven. De wetenschappelijke wereld in Rusland kent twee dissertaties. Met de eerste wordt men ‘kandidaat’, met de tweede ‘doctor’ in zijn vakgebied.

Volgens Dissernet bestaat zijn uit 2004 daterende kandidaatsproefschrift ‘Buitenlandse investeringen in Rusland als factor van economische groei’ uit knip- en plakwerk. In 2010 bedreef Narysjkin voor de doctorstitel opnieuw op grote schaal plagiaat. Zijn wetenschappelijke oeuvre bestaat volgens Dissernet voor liefst 40 procent uit statistieken, passages en hele bladzijden uit andermans werk. De speurgroep illustreert dat op haar website dissernet.org heel aanschouwelijk. Ze tonen op een ‘spread’ de pagina’s van Narysjkins werk en daarnaast de bron voor zijn plagiaat. Met kleurtjes geven ze de aard van overschrijven aan.

Gedegen administrateur

Narysjkin reageert laconiek. Hij gaat alleen af op de „mening van echte wetenschappers”.

Een van de bestolenen, de Russische econoom Vladislav Inozemtsev, maakt zich vooral vrolijk over het feit dat Narysjkin onbekommerd heeft geput uit artikelen van deze publicist die regelmatig in NRC schrijft.

„Ik ken geen mensen die Sergej Jevgenjevitsj [Narysjkin, red.] beschouwen als een wetenschapper en niet als politicus of administrateur. Dit bewijst maar weer dat niet elke volksvertegenwoordiger een professor, niet elke generaal een miljonair en niet elke oligarch een senator moet zijn”.

Inozemtsev, die zich frequent tegen de heersende macht in het Kremlin keert, besluit zo: „Als Sergej Jevgenjevitsj verstandige ideeën nodig heeft, kan hij mij consulteren”.