Met een Balkanstempel trek je aandacht

Concerten van Shantel waren altijd onbekommerde Balkanfeestjes. Nu zijn nieuwe album Viva Diaspora uit is, praat hij gaat over xenofobie en repressie.

Shantel afgelopen zomer tijdens een optreden met Bucovina Club Orkestar in Zuid-Frankrijk.

‘Ik stond op een festival in Servië en ik realiseerde me: dit voelt niet goed, om te spelen in een land met zo veel nationalisme en xenofobie.” Shantel (echte naam: Stefan Hantel), de Duitse dj en frontman van Bucovina Club Orkestar, is al ruim tien jaar de toonaangevende muzikant in de Balkan-scene. Hij mengt het geluid van zigeunerbrassbands met dance en andere populaire stijlen. Pure feestmuziek, maar zo’n drie jaar geleden veranderde er iets.

Verstopt onder de blazers en beats is zijn nieuwe album Viva Diaspora een uiting van politiek bewustzijn. „Een moment dat ik de verandering direct merkte, was in Turkije. Ik had daar nummer-1-hits toen de opstand in het Ghezi-park begon. Ik mocht het land niet meer in, de AK-partij boycotte me. De agenten die me vasthielden wilden selfies met me maken. En in Hongarije moest ik het Sziget-festival onder politiebegeleiding verlaten, omdat een jongerenorganisatie me bedreigde.”

Na een reeks albums waarmee hij brandstof gaf aan de Balkanhype op internationale dansvloeren, kwam hij in 2013 opeens met Anarchy & Romance, een rock- en punkalbum. „Dat kwam door die politieke ervaringen. Als reizende muzikant voel je de verandering, ik moest er iets mee.” Op zijn nieuwe album Viva Diaspora is hij terug bij de zigeunerbrass uit Oost-Europa, maar rekt hij het op met Griekse en Turkse invloeden.

„Ik ben klaar met die zoektocht naar identiteit in mijn muziek, die ik jarenlang maakte. Wat ik maak is diasporamuziek. In Athene zag ik hoe er iets nieuws ontstaat uit de crisis, hoe sterk de invloed van migranten is. Het gaat niet om identiteit, maar om de overeenkomsten tussen mensen.”

‘Identiteitsmuziek’, dat is wat hij maakte toen hij in de jaren negentig als Berlijnse dj een eigen geluid zocht. „Toen ik als techno-dj toerde door Rusland en Oekraïne, kwam ik bij toeval door Boekovina, de geboortestreek van mijn oma waar ze zoveel over verteld had. Een plek waar joden, moslims en christenen samenleefden, van elkaar profiteerden. Toen ik er was, bleek daar weinig van over.” Maar de geschiedenis van de Oekraïens/Roemeense regio inspireerde hem wel voor het Balkan-geluid dat een ware hype in gang zette.

„Het voelde als mijn identiteit. Ik gebruikte ‘Balkan’ als label, een trucje om aandacht mee te trekken en het werkte. Nu is de hype voorbij en heb ik met hits als ‘Disko Partizani’ een soort Frankensteinmonster gecreëerd. Iedereen verwacht dat ik het trucje herhaal.” Bij die artistieke onvrede nam ook zijn politieke bewustzijn toe. „Ik begon obsessief het nieuws rond de economische crisis en de vluchtelingencrisis te volgen. En in Athene begon ik daarover liedjes te schrijven. Mijn opa was Grieks, dus het blijft dicht bij me.”

Toch klinkt Viva Diaspora niet radicaal anders dan eerdere Shantel-albums. Een nummer als ‘Disko Devil’, met een slimme bewerking van The Prodigy’s ‘Out of Space’, lijkt voor de dansvloer gesneden. „Uiteraard. Ik ben geen fan van politieke statements op het podium, dat kan pathetisch zijn”, zegt hij na een half uur gepassioneerd over de huidige crises in Europa te hebben gesproken. „Ik heb een scherpe mening, maar die uit ik vooral op sociale media en in interviews. Als Duitser met een Joodse achtergrond heb ik misschien wel tweeduizend boeken gelezen over de Holocaust en nog steeds snap ik niet hoe het kon gebeuren. Hetzelfde geldt voor de aanslagen in Parijs. We kunnen beter zoeken naar wat ons bindt, dus tijdens concerten gaat het om de verenigende kracht van muziek.”