‘Ja’ of ‘nej’? Denen weten het ook niet

Denemarken stemt morgen over deelname aan het Europese justitiebeleid. Onduidelijkheid is troef.

‘Maak de politie sterk: stem ja’ staat er op deze verkiezingsposter.

De Denen ontvingen dit jaar tot nu toe slechts eentiende van het aantal migranten dat buurland Zweden toeliet. En dat willen ze graag zo houden. Dat kan een reden zijn dat ze morgen, in een referendum over deelname aan het justitiebeleid van de EU, in meerderheid ‘nee’ lijken te stemmen. Terwijl de volksraadpleging volgens de Deense regering juist niet over asiel en migratie gaat.

De directe aanleiding voor het referendum is de Europese politieorganisatie Europol. Denemarken doet niet op alle terreinen mee met de EU, maar werkt in Europol wel nauw met ‘Europa’ samen. Dat levert grote voordelen op bij de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit. Het probleem is dat het Verdrag van Lissabon (uit 2009) bepaalt dat Europol volgend jaar verandert van een internationale in een supranationale organisatie, die wordt bestuurd door de EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Dat betekent dat Denemarken door zijn ‘opt-out’ op justitiegebied niet meer op dezelfde manier mee kan doen.

Daarom besloot premier Lars Løkke Rasmussen in augustus een referendum uit te schrijven. De Denen wordt gevraagd het parlement de macht te geven zelf te bepalen bij welk Europees justitie-, asiel- en migratiebeleid Denemarken aanhaakt. Een meerderheid van het parlement heeft al aangekondigd om Denemarken na een ‘ja’ op 22 beleidsterreinen te laten toetreden tot de EU. Dat geldt dus voor Europol, maar ook voor beleid tegen cybercrime, mensenhandel en terrorisme.

Volgens peilingen had de ja-campagne van het regerende rechtse Venstre, de oppositionele sociaal-democraten en vier andere partijen aanvankelijk weinig reden om zich zorgen te maken. Totdat de asielcrisis in september escaleerde en het „Wir schaffen das” van bondskanselier Merkel in buurland Duitsland steeds ongeloofwaardiger begon te klinken. Via Deens grondgebied zochten steeds meer vluchtelingen hun heil in Zweden, maar ook daar kunnen ze de toestroom niet meer aan. Ondertussen wees de machtige Deense Volkspartij, van wiens gedoogsteun premier Rasmussen afhankelijk is, erop dat het parlement bij een ‘ja’ in het referendum ook zou mogen beslissen over Deense toetreding tot het Europese asiel- en migratiebeleid. Een grote meerderheid van de Denen ziet dat absoluut niet zitten. Rasmussen haastte zich te zeggen dat daarover altijd per referendum zou worden beslist, maar dat wordt niet door iedereen geloofd.

Bovendien snappen nu niet alle Denen meer waarover het referendum van morgen dan gaat. Die onduidelijkheid draagt eraan bij dat ongeveer een kwart van de kiezers vorige week nog niet wist wat te stemmen. Ook Denemarken-kenner en hoogleraar Scandinavische talen Henk van der Liet van de Universiteit van Amsterdam zegt „geen touw” meer te kunnen vastknopen aan de campagnes. „Als ik Deen was, zou ik waarschijnlijk niet gaan stemmen want het is erg moeilijk te begrijpen wat de consequenties van een ja of nee precies zijn.”

De aanslagen in Parijs leken het ja-kamp wel weer nieuwe kansen te bieden. Wie zou er nu tegen nauwere Europese samenwerking bij terreurbestrijding stemmen? ‘Maak de politie sterk: stem ja’, staat er op het affiche van regeringspartij Venstre. Maar dit wordt door het nee-kamp uitgelegd als bangmakerij. De drie nee-partijen verwijzen daarbij naar het referendum over Deense toetreding tot de euro in 2000. De regering waarschuwde toen voor de economische schade van een ‘nee’, terwijl een meerderheid van de bevolking, gezien de recente problemen met de euro, nog altijd content is met de Deense kroon. ‘Meer EU? Nee bedankt’, staat er dan ook op de posters van de Deense Volkspartij.

Het zijn ook niet alleen rechts-populistische partijen die voor een nee-stem strijden. „Dat maakt het ook zo ingewikkeld”, zegt hoogleraar Van der Liet. „Binnen links en rechts zijn de partijen ook verdeeld over dit referendum.” Zo benadrukt de linkse Rood-Groene Alliantie in deze campagne dat Denemarken volledige zeggenschap moet behouden op terreinen als echtscheiding en kindervoogdij, alhoewel ‘Europa’ op die terreinen nauwelijks zeggenschap heeft.

Mocht Denemarken morgen inderdaad nee zeggen, dan moet de regering onderhandelen met Europa om te kunnen blijven samenwerken met Europol. De uitkomst daarvan is ongewis, zo waarschuwt het ja-kamp. Dat valt wel mee, zo stelt ‘nee’. Dat lukte Noorwegen en Zwitserland ook, en die zijn niet eens lid van de EU.