Ik leef in mijn eigen bubbel

, (61) modefotograaf, is in veel het tegenovergestelde van de Amsterdamse fotograaf Ed van der Elsken. Van der Elsken fotografeerde wat hij zag, Testino creëert wat hij wil zien. Het werk waarin je hun overeenkomsten ziet, wordt nu samen tentoongesteld.

Foto Andreas Terlaak

De foto’s van Ed van der Elsken zie je het eerst. Vrijende stellen, Hells Angels, straatfotografie. Daaromheen hangt in galerie Annet Gelink in Amsterdam, veel kleiner afgedrukt, werk van Mario Testino, een van de beroemdste mode- en portretfotografen ter wereld. Niet de glamourfoto’s die bekend zijn uit Vogue en Vanity Fair, maar een bij de foto’s van Van der Elsken passende selectie uit de „miljoenen” snapshots die hij in de loop der jaren heeft gemaakt. „Experimenten, schetsen, die toch een eigen stijl hebben”, zegt Testino. Van modellen die zich omkleden of liggen te wachten, een vrijend stel in een park, gespierde Brazilianen, een sportbroekje met duidelijk afgetekende inhoud.

Slideshow: Testino & Van der Elsken

Testino is een groot fan van ‘Ed’, zoals hij Van der Elsken noemt. In zijn eigen museum in zijn geboorteplaats Lima wijdde hij onlangs een tentoonstelling aan de in 1990 overleden Nederlandse fotograaf. Ter gelegenheid van de opening van de expositie bij Annet Gelink is Testino (61) – een charmante, lichtgebruinde man in een keurig gewatteerd jasje van Burberry – samen met vijf van zijn medewerkers twee dagen in Amsterdam, een stad die hij in de jaren negentig vaak bezocht vanwege „de vrijheid en de tolerantie”.

Hoe kwam u in contact met het werk van Ed van der Elsken?

„In Parijs zag ik ooit zijn beroemde boek over Saint Germain. Toen ik vaak in Amsterdam was, leerde ik zijn kleurenfoto’s kennen en begon ik die te kopen. De manier waarop hij werkte, was destijds nieuw voor mij. Bij modefotografie moet je zelf creëren wat je fotografeert. Er is een meisje dat wordt opgemaakt, aangekleed, compleet veranderd. Je zet haar in een omgeving, zorgt voor goede belichting. Ed construeerde niets, hij legde vast wat hij zag. Sinds Instagram neemt iedereen de hele tijd maar foto’s, foto’s, foto’s. Iemand zei laatst tegen mij: ‘Als jij foto’s maakt voor Instagram, druk je nooit zomaar af. Al je ervaring en kennis zitten erin.’ Ed was ook zo. Hij hoefde niets te perfectioneren. Wat hij zag had al een mooie compositie, kleur, beweging.”

Heeft zijn werk u beïnvloed?

„Ik ben niet iemand die goed kan kopiëren, daarvoor is de manier waarop ik kijk te persoonlijk. Maar alles wat je ziet, blijft in je onderbewuste hangen. Hij was ook geïnteresseerd in dingen die anders waren, in seksualiteit. Dat herken ik. Ik kom uit een heel conservatieve maatschappij, maar mijn nieuwsgierigheid heeft me overal gebracht. Ik wilde mensen naakt zien, elk aspect van het leven meemaken, de underground zien.”

In uw foto’s lijkt de zon altijd te schijnen, iedereen is sexy en blij.

„Ik houd van positieve energie. Zo ben ik met alles. Ik wil niet naar een deprimerende film vol geweld, ik wil een vrolijke film zien. Ik wil dat mijn leven leuk is, elke dag.”

Loopt u ergens voor weg?

„Als ik al ergens voor wegloop, ben ik blij dat ik dat doe. Maar ik ben niet zo geïnteresseerd in zelfanalyse. Ik ben een fatalist. Ik geloof dat je zelf heel weinig beslist in het leven. Je wordt nu eenmaal lelijk of mooi geboren, rijk of arm, dom of intelligent, in een goede familie of niet… Mensen zeggen tegen mij: ‘Ja, maar jij werkt heel hard.’ Ik ben gewoon niet lui geboren.”

Er is soms kritiek op uw foto’s; ze zouden té vrolijk zijn, oppervlakkig zelfs.

„Mensen hebben al jaren kritiek op mijn werk, maar het gaat zo goed! Ze mogen vinden wat ze willen, ik leef in mijn eigen bubbel. De enige goedkeuring die ik nodig heb, is die van mijn opdrachtgevers. Ik moet mijn manier van leven financieren, heel veel salarissen betalen – ik heb een enorme machine achter me.”

Bent u nooit bang dat uw stijl uit de mode raakt?

„Natuurlijk wel! Ik ben verbaasd dat ik er nog steeds ben, na 35 jaar! Graydon Carter [hoofdredacteur van Vanity Fair, red.] zei eens: ‘Mario is de fotograaf van het moment.’ Dat moment duurt al twintig jaar. Ik denk dat dat komt doordat ik nieuwsgierig ben. Ik kijk elke dag naar kunst, zie elke dag dingen die beter, nieuwer en anders zijn dan mijn werk. Ik ben vandaag al naar galeries geweest, musea, winkels, restaurants. Als je niet alert bent, raak je het kwijt.”

Testino, een van de zes kinderen van een een vader van Italiaanse afkomst en een moeder met Spaanse en Duitse wortels, was als tiener „een beetje vreemd”. Hij blonk uit in wiskunde en zag er „schreeuwerig” uit. „Toen ik met mijn vader meeging naar New York, zag ik mannen met gebloemde broeken, hoge hakken en roze pakken. Ik kocht het allemaal en droeg het in Lima, waar niemand zulke kleren had en ik werd aangekeken alsof ik een freak was. Ik begreep snel dat ik ergens anders thuishoorde.”

Hij verhuisde in 1976 naar Londen. Om een studentenvisum te krijgen schreef hij zich in voor een fotografieopleiding. „Op enig moment konden mijn ouders me niet meer onderhouden, en wilden ze me terughalen. Maar ik wilde blijven en werd ober. Mijn collega’s waren allemaal acteurs en zangers en modellen die mij vroegen om foto’s van hen te maken. Zo is het begonnen. In het begin was het een wonder dat er überhaupt foto’s kwamen, want technisch was ik echt niet goed.”

Hoe ontdekte u uw eigen stijl?

„Toen ik net in Europa was, had ik geen idee dat ik zo zou kunnen fotograferen als ik nu doe, omdat alles een beetje somber was in de mode. Mensen houden daarvan. Ik snap dat, het is interessanter.”

Vindt u dat echt?

„Nou ja, het is gemakkelijker een deprimerend beeld te maken dan een vrolijk beeld. Gloom is easy. Je hoeft er niks voor te doen. Een model iets te laten doen, kost inspanning. Het allermoeilijkste is iemand te laten glimlachen – het wordt snel suf.

„In het begin probeerde ik de trend te volgen. Tot de artdirector Fabien Baron tegen mij zei: als jij naar een feest gaat, ben je het stralende middelpunt, iedereen om je heen staat te lachen, waarom gebruik je dat niet in je foto’s? Begin jaren negentig begon ik te werken met Carine Roitfeld [voormalig hoofdredacteur van Vogue Paris, destijds stylist, red.]. Zij zei: je naakten zijn heel sexy, maar je modefoto’s niet, waarom maak je die ook niet sexy? Ten slotte kwam Kate Moss, die alles vertegenwoordigt waarvan ik houd. Ze is sexy, ze is wild, ze is de zon – je kunt je niet voorstellen hoeveel lol je hebt als je met haar op stap gaat. Dankzij haar leerde ik mijn vrouwbeeld kennen.”

Een paar maanden voor de dood van prinses Diana maakte u van haar een portretserie voor Vanity Fair; nooit eerder was zij zo ontspannen vastgelegd.

„Ik was nerveus, zij was nerveus, maar ik maakte haar aan het lachen door de catwalkloopjes van topmodellen na te doen. Doordat ze ontspannen was, zagen mensen voor het eerst wie zij werkelijk was. Dat is een ander voordeel van zonnig zijn: je dringt door tot mensen. Als je somber of kil bent, kom je niet binnen.”

Doet u vaker zoiets tijdens een shoot?

„Altijd. Een model dat naar de studio komt, geeft jou aanvankelijk wat ze iedereen geeft. Maar zo’n foto is van haar, niet van jou, omdat je haar alleen maar vastlegt. Je moet zorgen dat je iets krijgt wat niemand anders krijgt. Daarom treed ik op voor de mensen die ik fotografeer. Ik houd van dansen, van zingen. Soms zegt een celebrity: ‘Mario, ík ben hier de ster.’”

U fotografeert eigenlijk alleen maar mooie mensen. Hoe belangrijk is schoonheid voor u?

„Heel belangrijk. Dat is eigenlijk het enige wat ik zou willen veranderen aan mezelf. Ik besef dat er andere geweldige dingen bestaan die me daardoor ontgaan. Maar ja, je kunt niet alles zijn.”