Column

Herman van Veen

Waar de aandacht normaal gesproken naar de ontvanger van een prijs gaat, ging die in het geval van de Louis Davidsring vooral naar de schenker. Herman van Veen had er, nadat hij de belangrijke onderscheiding op het gebied van kleinkunst van Wim Kan had gekregen, bijna veertig jaar over gedaan om een geschikte kandidaat te vinden om de ring aan door te geven. Het was niet makkelijk geweest om iemand te vinden die het in zijn ogen waard was om de opvolger te zijn van Herman van Veen. Veel mensen vonden dat narcistisch, en dat was het ook.

Zijn oog viel uiteindelijk op Claudia de Breij, van wie bekend was dat zij een groot fan was van Herman van Veen, en Herman van Veen van haar.

Maandag zaten de schenker en ontvanger van ‘de ring’ in het programma De Wereld Draait Door waar Herman van Veen dacht dat ze het warme bad alleen voor hem hadden laten vollopen. Claudia mocht er ook in, graag zelfs, maar het draaide toch vooral om Herman van Veen, want Herman van Veen had een opvolger aangewezen die volgens Herman van Veen in het rijtje tussen Heintje Davids, Wim Kan en Herman van Veen paste.

Herman van Veen nam ons mee in het hoofd van Herman van Veen, waar het nemen van beslissingen jaren kon duren en waar moeilijke vragen werden beantwoord met creatieve processen. Op de vraag ‘waarom Claudia?’ zei hij: „Ik heb een versje gemaakt.”

Er volgde een gedicht over vogels die allemaal anders zongen.

„Maar het geluid van Claudia raakte me het meest.”

Dat had hij natuurlijk ook meteen kunnen zeggen, maar dat doen artiesten niet.

Het kwartje viel tijdens een autorit naar Frankrijk.

Schitterend beeld.

Herman van Veen en zijn vrouw die de auto even aan de kant van de weg moesten zetten omdat ze naar een cd van Claudia de Breij hadden geluisterd.

„Toen had ik even heel slecht zicht”, zei Herman, „we waren perplex hoe iets uit een boxje ons zo kon raken.”

Hij sloeg die ervaring op in het achterhoofd, waarna het nog zes jaar duurde voordat hij ‘de beslissing’ nam.

Claudia mocht nu ook wat zeggen en zei dat ze, toen Herman haar belde om het te zeggen, van schrik bijna een bouwput in was gereden. Zij besefte dat ze met de Louis Davidsring de Herman van Veen onder de prijzen te pakken had.

Tot slot zong Herman van Veen ‘een vers lied’.

„Ze zeggen dat het zo is, ze zeggen dat het niet zo is, ze zeggen dat het anders, niet anders is. Wa-wa-wa-wa-wa.”

Kleinkunst: met bijna niets weinig zeggen en daar moeilijk bij kijken.

Toen de laatste noten wegstierven en het zicht even heel slecht werd, zoomde de camera in op Claudia de Breij. Wat was het mooi geweest als ze die prijs al na een week had teruggeven.