Geliefd in Rabat, maar ook in de verre dorpen

Ik kocht haar in ‘t Arabisch, zo kon ook mijn moeder de vrouw leren kennen die veel voor mij betekende, vertelt Nadia Bouras

‘Ik ben in 1940 geboren in een harem in Fès, een negende-eeuwse Marokkaanse stad zo’n vijfduizend kilometer ten westen van Mekka en duizend kilometer ten zuiden van Madrid, een van die gevaarlijke hoofdsteden van de christenen. De problemen met de christenen, zei vader, net als met vrouwen, beginnen wanneer de hoedoed, de heilige grenzen, niet worden gerespecteerd.” Zo begint Fatima Mernissi Het verboden dakterras, waarin ze op geestige wijze vertelt over haar jeugd. Gisteren overleed zij, 76 jaar oud. De wereld verliest in haar een van de invloedrijkste feministen. Zij was geroemd en geliefd was in de intellectuele kringen van Rabat en Parijs, maar ook in de meest achtergelegen Marokkaanse dorpjes waar ze veldonderzoek deed.

In de medina van Fès, met haar kronkelige en smalle steegjes, heerste een gezellige chaos. Een groot contrast met de wereld daarbuiten waar de Fransen een nieuwe stad bouwden met rustige, brede en rechte straten. De islamitische wereld en de gharb, de Arabische naam voor het Westen, lagen zo dicht bij elkaar, maar tegelijkertijd was de ideologische afstand enorm. De moeizame relatie tussen het Westen en de islamitische wereld bleef haar intrigeren, en was een terugkerend thema in haar publicaties.

Ze studeerde sociologie aan de Sorbonne en deed haar promotieonderzoek in Amerika waar ze ook doceerde. Haar boeken over de positie van vrouwen in de islam bezorgden haar wereldwijd een grote reputatie. Vanwege haar originele en nuchtere analyses en haar activisme gold ze als een van de meest progressieve islamitische denkers. Eenmaal terug in Marokko ging ze aan de slag als docent aan de Mohammed V universiteit in Rabat. Haar liefde voor de hoofdstad ontstond toen ze er op haar achttiende voor het eerst de zee zag. De laatste jaren leidde ze een teruggetrokken leven, maar van de zee waar ze tot haar zeventigste in zwom kon ze maar moeilijk afscheid nemen.

Ik kwam voor het eerst in aanraking met haar werk toen ik 22 was en in Amerika studeerde. Het was maart 2003. De schok van 9/11 ijlde nog na en president Bush had Saddam zojuist de oorlog verklaard. In die verwarrende tijden waren haar boeken een baken van rust en rede. Dankzij Fatima Mernissi durfde ik me voor het eerst zonder reserve moslim te noemen. Toen ik jaren later op een boekenbeurs in Casablanca was, kocht ik haar complete oeuvre in het Arabisch. Zo kon mijn moeder kennis maken met het werk van de vrouw die zoveel voor mij betekend heeft.

Haar boek Islam en Democratie maakte de meeste indruk op mij. Het kwam uit in 1993 en heeft niets aan actualiteit verloren. Met humor en zelfspot, haar kenmerkende stijl, analyseerde ze het conflict tussen islam en democratie dat volgens Mernissi stoelde op angst voor het Westen. Maar in het boek toonde ze zich vooral een pleitbezorger voor meer rechten voor Arabische vrouwen, die in tegenstelling tot de mannen niet bang zijn voor de moderne tijd. Mernissi rekende af met fundamentalisten die beweren dat alleen zij uit naam van God spreken. Ze begreep dat je fanatisme niet kon wegvagen met bommen. In plaats daarvan moesten vrouwen het recht op God en op het historische erfgoed opeisen, want zo stelde ze: „De moskee en de Koran behoren de vrouwen evenzeer toe als de satellieten in de ruimte.”