De les van ROC Leiden: stel de bestuurders aansprakelijk

‘Ontspoorde ambities’ is de treffende titel van het rapport waarmee een commissie gisteren haar bevindingen publiceerde over de gang van zaken bij het ROC Leiden. Als ergens megalomanie is gevisualiseerd, dan is het wel met het complex van deze onderwijsinstelling bij het station Lammenschans in Leiden. Alsof dat al niet te groot en te duur was – en hier en daar niet zo geschikt voor onderwijs – liet het toenmalige bestuur van het regionale opleidingscentrum er nog een imposant glazen gebouw aan toevoegen bij het centraal station in dezelfde stad.

Een financieel debacle was het gevolg, evenals onzekerheid over het voortbestaan van de school en veronachtzaming van het lot van leerlingen en lesgevenden. Met andere woorden: van de kerntaak waartoe onderwijsgevende instellingen op aarde zijn.

Het rapport van de commissie verbaast eigenlijk niet meer na alles wat er al bekend was geworden over ROC Leiden. Alle betrokkenen krijgen er van langs. Op de eerste plaats, en terecht, de verantwoordelijke ROC-bestuurders. Maar ook de toezichthouders, het ministerie van Onderwijs, de onderwijsinspectie, de gemeente Leiden en de adviseurs die de ROC-leiding alleen maar bevestigden in haar grootheidswaan. Het blijkt hooguit allemaal nog wat graadjes erger te zijn geweest. De (medeverantwoordelijke) minister van Onderwijs, Bussemaker (PvdA), vindt nu de kwalificaties die zij eerder dit jaar aan het vroegere ROC-bestuur meegaf – „onvoldoende deskundig”; „naïef en amateuristisch” – veel te mild.

Dezelfde bewindsvrouw dringt aan op een onderzoek naar de mogelijkheid om de bestuurders persoonlijk aansprakelijk te stellen. Het kabinet heeft voorgesteld het Burgerlijk Wetboek zodanig aan te passen dat ook toezichthouders bij, bijvoorbeeld, onderwijsinstellingen, aansprakelijk kunnen worden gesteld. Zover is het dus nog niet; maar het wetboek voorziet al wel in de mogelijkheid om bestuurders aansprakelijk te stellen voor onbehoorlijk bestuur. Daar is bij het ROC Leiden evident sprake van.

Het beste wat de nieuwe toezichthouders van deze mbo-instelling nu kunnen doen, is ingaan op het verzoek van de minister. Het gaat hier niet om ondernemers die zelf met hun eigen bedrijf en op eigen kosten risico’s liepen. En dus failliet konden gaan. Het betreft bestuurders die andermans geld – belastinggeld namelijk – aan de realisering van hun overspannen dromen uitgaven. Ongeacht eventuele eerdere afspraken met de oud-bestuurders doen de toezichthouders van ROC-Leiden er verstandig aan serieus te kijken naar de mogelijkheid om hen financieel te treffen. Daar kan de hele (semi-) publieke sector lering uit trekken.