Zo maakt Het Nieuwe Werken je wél productiever

Een flexibele werkplek met veel stilteplekken, vergaderzalen en ruimtes voor informele gesprekken. Dat is volgens duizenden werknemers wereldwijd de meest productieve plek om te werken.

Foto iStock

Het blijft een discussie op kantoor: werkt dat Nieuwe Werken nou wel of niet? Onder die parapluterm valt een heel scala aan ingrepen op de werkvloer: van ‘thuiswerken toestaan’ en ‘resultaatgericht managen’ tot een ‘open kantooromgeving met flexibele werkplekken’. Uit onderzoek naar de effectiviteit van werkruimtes door bureau Leesman blijkt nu dat de laatste component, de flexibele werkomgeving, wel positieve gevolgen heeft. Tenminste, als je een beetje keus hebt.

De grote winnaar van het onderzoek: de flexibele werkplek met een ruime keuze aan werkruimtes, zoals stilteplekken, kleine en grote vergaderzalen en ruimtes voor informele gesprekken. 55 procent van de ondervraagde werknemers heeft het gevoel dat hun werkomgeving een positief effect heeft op hun productiviteit. Maar het onderscheid tussen verschillende soorten werkplekken is groot:

Ook als je kijkt naar andere factoren blijkt de flexibele werkplek met een ruime keus favoriet onder werknemers.

Negatief sentiment

Leesman enquêteerde 120.000 werknemers, in 1.000 verschillende kantoren, uit 49 landen. Voorbeelden zijn PostNL, PGGM en TU Delft, maar ook Ikea en LinkedIn doen mee. Directeur Benelux Gideon van der Burg: “Het zijn organisaties met 100 tot 10.000 werknemers die het maximale uit hun personeel willen halen en de werkomgeving als één van de middelen zien om dat te doen.”

Zo deelt Leesman de verschillende werkomgevingen in:

Het onderzoek laat volgens Van der Burg zien dat Het Nieuwe Werken kan werken, ondanks het “cynisme” en het “negatieve sentiment” waarmee de stroming de afgelopen jaren volgens hem vaak wordt benaderd. Maar dan moet je het wel goed doorvoeren: flexibele werkplekken met weinig keus scoren juist opvallend slecht in de index.  Van der Burg: “Pak je het verkeerd aan, dan gaat het ook faliekant mis.”

Het kunnen kiezen tussen verschillende werkplekken is de cruciaal, zegt Van der Burg:

“De één moet veel bellen, de ander wil geconcentreerd in z’n eentje ergens aan werken. Het is dan belangrijk dat je zelf je werkplek kunt afstemmen op deze activiteit. Waar het vaak mis gaat is als men met z’n allen in een grote ruimte moet zitten.”

Akoestiek

In het onderzoek is ook gevraagd naar de tevredenheid over temperatuur, frisse lucht, licht en akoestiek. Op dat laatste punt scoren flexibele werkplekken met veel keuze iets slechter dan de cellenkantoren: respectievelijk 42 procent tevredenheid tegenover 44 procent. En de score op ‘personaliseren van je werkplek’ blijft ook laag met 34 procent. Een definitiekwestie, zegt Van der Burg. Want wat versta je precies onder personaliseren?

“Bij de ondervraagden roept het waarschijnlijk vooral de associatie op met het neerzetten van familiefoto’s. Dat verklaart de lage score voor flexibele werkplekken. Maar je kunt ook erover denken in termen van de ruimte afstemmen op je persoonlijke taak.”