Weinig hartebloed in Tsjechovs Kersentuin

Niet vol van Russische weemoed, maar ontluisterend en rationeel zet Johan Simons De Kersentuin neer.

Met zijn kale regie biedt Johan Simons nieuwe inzichten in Tsjechovs klassieker De Kersentuin, met onder andere Pierre Bokma als weergaloze koopman.Foto Phile Deprez

Het grootse landgoed uit Tsjechovs toneelstuk De Kersentuin (1904) is verkleind tot een speelvloer van een meter breed. Daar treffen de personages elkaar, kruipen langs elkaar, lopen elkaar in de weg. De achterwand is dichtgetimmerd met houten schotten, waarop flarden van behang zijn te zien. De kinderkamer van vroeger is niet meer dan een reep blauw-roze papier. Deze rigide, claustrofobische ingreep druist in tegen elke Kersentuin-traditie waarin het landhuis als weids en voornaam geldt.

Regisseur Johan Simons brengt met De Kersentuin een gewaagde regie in de Gentse Schouwburg, na zijn jaren bij de Münchner Kammerspiele. Welbewust zoekt hij nieuwe wegen om Tsjechov te spelen: niet vol van Russische weemoed, maar ontluisterend en rationeel. Op het rauwe af, nergens mooier of gevoelvoller gemaakt. Dat biedt nieuwe inzichten, maar haalt ook veel van het hartebloed weg. De interessante visie die Simons met zijn bewonderenswaardige cast van spelers uitdraagt, is er een van volkomen ontheemding. Eigenares Ljoebov, vertolkt door Elsie de Brauw, keert na spilzieke Parijse jaren terug op het landgoed. Door haar verkwistende leefstijl draagt zijzelf bij tot de ondergang: het huis moet verkocht, en de weelderige kersentuin omgehakt. Haar tegenspeler is Pierre Bokma als koopman Lopachin, die voorstelt in de boomgaard zomerhuisjes te bouwen. Dat levert geld op. Aan het slot keert Ljoebov terug naar Parijs en verlaat iedereen, behalve bediende Firs, het verloren huis.

Elk personage heeft een eigen band met het landgoed; dat is een aspect dat Simons overtuigend benadrukt. De Brauw als Ljoebov rouwt nog altijd om haar zoontje die daar verdronk. Daarom wil ze weg, keert ze terug om hem te gedenken, en gaat er voorgoed vandoor. In haar spel brengt De Brauw die mengeling van boosheid en emotie met distinctie aan. Pierre Bokma is weergaloos als koopman die zeker weet dat hij de toekomst heeft. Bokma acteert met samengeknepen vuisten, alsof hij zo geladen is dat hij elk moment kan exploderen. Ooit was zijn vader lijfeigene en slaaf, de zoon neemt wraak.

Ingewikkeld wordt de voorstelling in enkele dubbelrollen. Els Dottermans is zowel de slovende bediende als gouvernante. Die rolwisselingen zijn te groot, niet voor haar, maar voor het geheel. Benny Claessens vult als eeuwige student de krachtdadig acterende Alejandra Theus als dochter aan in hun overtuiging dat zij verheven zijn boven de anderen. Dat zorgt voor tragikomische scènes. Maar het is niet voldoende om deze Kersentuin de magie te geven die ze behoort te hebben, zoals de Russische regisseur Lev Dodin afgelopen Holland Festival liet zien.

Simons’ klinische, on-Russische zoektocht levert tal van aangrijpende scènes op, maar is te rationeel om werkelijk en diep te ontroeren.