Vakman hoeft niet op apenrots

Minder bekend dan Kemkers of Orie, maar al jaren succesvol als coach van topschaatsers. Langs de baan zul je hem niet horen.

Bart Schouten, afgelopen maand tijdens de ISU World Cup in Salt Lake City. „Een absolute toptrainer”, zegt Bob de Jong.

In trance zette Bart Schouten nog maar eens aan, naar de volgende bocht van de open kunstijsbaan in Haarlem. Op naar de wereldtop, mannen als Hein Vergeer, Leo Visser en Gerard Kemkers achterna. Maar wie was dat kleine ventje dat hem voorbij reed? De Haarlemse schaatser gaf alles wat hij had. Verrek, daar had je dat irritante jochie weer. „Het was de tien jaar jongere Bob de Jong die mij elke bocht op vier meter achterstand reed”, herinnert schaatscoach Schouten zich zo’n vijfentwintig jaar later. „Ik haalde Bart in toen hij een temporondje deed, terwijl ik duurtraining aan het doen was”, kijkt De Jong lachend terug op hun jonge jaren. „Dat was voor Bart het moment om te stoppen met schaatsen, en trainer te worden.”

En anders was hun toenmalige trainer Herman Nota wel duidelijk. „Bart had grote dromen maar was hooguit een leuk clubrijdertje. Dat heb ik hem gewoon verteld. Keihard, maar zo voorkom je frustratie achteraf. ‘Die dag was voor Bart toen de grootste teleurstelling in zijn leven’, heeft zijn moeder me later wel eens verteld. Een pijnlijke eyeopener.”

Een groot schaatser werd Bart Schouten (48) inderdaad niet. Maar als trainer behoort de Haarlemmer, hoe relatief onbekend hij ook mag zijn bij het grote publiek, al jaren tot de besten. Op zijn erelijst prijken onder meer acht olympische medailles, met buitenlandse schaatsers als Derek Parra, Chad Hedrick, Denny Morrison. Daarnaast coachte hij verschillende schaatsers naar een wereldrecord – onlangs nog Ted-Jan Bloemen, met die fabelachtige tijd op de tien kilometer in Salt Lake City.

„Een absolute toptrainer”, zegt Bob de Jong over de man met wie hij jarenlang werkte in Berlijn en nu weer in Calgary. „Ik zou niet weten of er nog een andere trainer is die zoveel wereldrecords op zijn naam heeft staan. En Bart heeft nou niet altijd de meest talentvolle rijders onder zijn hoede gehad. Ook rijders waar hij veel echt werk aan had, en waar hij iets van heeft weten te maken, zoals Parra en Hedrick. En in Nederland kreeg niemand Ted-Jan aan de praat. Bart werkt een jaar met hem en hij rijdt een wereldrecord.”

Tranen in zijn ogen

De Jong noemt Schouten „een warm mens”, een „echte familieman”. Geen trainer die graag opvalt maar iemand die gewoon zijn werk doet. „Hij is geen Peter Mueller”, vergelijkt hij hem met de flamboyante succescoach uit Amerika. „Mueller laat op de baan altijd zien dat hij er is. Bart laat zijn rijders hard schaatsen. Natuurlijk is hij daar trots op. Hij stond met tranen in zijn ogen te kijken naar de einduitslag van Ted-Jan. Maar je zult hem weinig horen.”

Typerend was dat Schouten in 2002, tijdens de Winterspelen van Salt Lake City, door zijn pupil Parra moest worden gedwongen een ererondje mee te rijden, nadat de Mexicaanse Amerikaan verrassend olympisch kampioen was geworden op de 1.500 meter, met een wereldrecord. En voor Schouten zelf was bij alle eigen succes minstens zo belangrijk dat hij op dezelfde Spelen in alle anonimiteit troost kon bieden aan de moeder van Bob de Jong, die toen faalde. „Zijn ouders waren zo intens verdrietig”, herinnert Schouten zich.

Volgens zijn oud-trainer Nota is dat onbaatzuchtige karakter zelfs een van de belangrijkste redenen waarom Schouten nog nooit in Nederland werkte als schaatscoach. „Bart hoeft niet zo nodig met een grote mond bovenop de apenrots. Zo was hij als jochie ook al niet. Maar of hij nou een mindere trainer is dan iemand als bijvoorbeeld Jillert Anema, die dat wel heeft?”

Schouten begon wel in Nederland. Nota ziet hem zo nog terugkeren naar de Haarlemse ijsbaan, nadat zijn schaatscarrière in de knop gebroken was. „Bart was redelijk ambitieus”, zegt Nota. „Nadat hij de Academie voor Lichamelijke Opvoeding had gedaan belde hij me op en zei: Herman, ik wil schaatstrainer worden.” Hij had destijds één groot voorbeeld, biechtte Schouten in 2002 op in NRC: oud-bondscoach Henk Gemser, het brein achter tal van Nederlandse successen in de jaren tachtig en negentig. „Schitterende coach.”

Maar Schouten start onderaan de ladder. Ontfermt hij zich over een groepje sprinters in het gewest Noord-Holland/Utrecht, met Arie Loef en Jakko Jan Leeuwangh. En door zijn contacten met Gerard Kemkers, destijds bondscoach van de Amerikaanse ploeg, krijgt Schouten in 1995 de mogelijkheid een regionale ploeg te trainen in Minneapolis. „Het leek me mooi om in het buitenland te wonen, anderhalf jaar in een andere cultuur door te brengen, ervoor betaald te worden”, zei hij destijds in deze krant. „En ik ben een grote fan van Prince, die uit Minneapolis komt.”

Gedroomde kans

Als Kemkers in 1998 terugkeert naar Nederland neemt Schouten als bondscoach een deel van de Amerikaanse ploeg over, in de aanloop naar Salt Lake City. „In de tijd dat Bart begon in Amerika had je in Nederland nauwelijks fulltime trainers”, zegt Nota. „Zelfs Jong Oranje en de kernploeg werkten met deeltijdcontracten. Amerika was een gedroomde kans. Als beginnend trainer had hij even in de keuken gekeken en al heel snel was hij zelfstandig kok in een sterrenrestaurant.”

Na topprestaties met Parra, Hedrick en de Duitse Monique Garbrecht ziet de Duitse bond in Schouten de ideale coach om de Duitse mannen eindelijk naar succes te leiden. Hij krijgt de vrijheid om in Berlijn samen met Nota Bob de Jong te begeleiden en trainingsprogramma’s te blijven schrijven voor Hedrick. „Bart is een absolute vakman”, zegt Nota, die als begeleider van De Jong met veel trainers samenwerkte. Maar waar de twee ‘buitenlanders’ bij de Spelen in 2010 medailles winnen, vallen de Duitsers tegen.

„Ik had daar dingen beter kunnen doen”, kijkt Schouten terug. „Ik heb onvoldoende daadkrachtig leiding gegeven, vertrouwde er te veel op dat de schaatsers zelf keuzes konden maken. Het was deels een politiek verhaal, een aantal Duitse coaches saboteerde de boel. Ik had autoritair moeten zijn, me niet moeten laten afleiden. En het moeten doen zoals ik het wilde. Maar iedereen maakt foutjes, intussen ben ik daardoor nu wel een betere coach.”

In Calgary kwam de afgelopen jaren alles samen. Een aangename omgeving, „mijn vrouw en ik ervaren het nog steeds een beetje als vakantie.” Een prettig schaatsklimaat, met een ploeg rond de Nederlandse Canadees Bloemen en de momenteel geblesseerde Morrison.

„Bart biedt schaatsers een stabiel programma met een rustige structuur”, verklaart De Jong (39) het succes. Verwar rustig niet met gebrek aan ambitie. „Hij heeft de Amerikaanse mentaliteit aangenomen. Je stapt ergens in en gaat voor het allerhoogste.” Niet voor niets keerde de diesel uit Leimuiden terug bij Schouten voor zijn afscheidsjaar. „We blijven Haarlemmers onder elkaar.”