Rode Kruis geeft IS-gebieden drinkwater

Rode Kruis-chef Yves Daccord doet zaken met Islamitische Staat. En daar geneert hij zich niet voor.

Een islamitische vluchteling in gebed in een tent in Oostenrijk, die door het Rode Kruis ter beschikking is gesteld. Foto Peter Kneffel/EPA

Het Internationale Rode Kruis is gewend zaken te doen met onfrisse regimes, die de mensenrechten ernstig schenden. Ook voor discrete contacten met Islamitische Staat (IS) deinst het niet terug.

Yves Daccord, directeur-generaal van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC), geneert zich er niet voor. „IS controleert een gebied met zo’n tien miljoen mensen. Je wilt dat die ook water, voedsel en gezondheidszorg krijgen”, zei hij afgelopen vrijdag bij een bezoek aan Den Haag.

Die contacten verlopen vooral via lokale IS-commandanten. „Met de echte harde kern, die in Raqqa zit, hebben we geen contact. Maar IS is een complexe organisatie. Er is niet slechts één centraal commandocentrum, je kunt je tot verschillende IS-commandanten wenden.”

In de Iraakse gebieden die IS beheerst, gaat dat soepeler dan in de Syrische. „In Irak gaat het vaak om sunnitische milities en stammen, die zich bij IS hebben aangesloten”, zegt Daccord. „Met hen hebben we al langer te maken en kunnen we afspraken maken over humanitaire hulp, bijvoorbeeld over de toegang tot een ziekenhuis in Fallujah. In Syrië leveren we ook drinkwater aan IS-gebieden maar niet in Raqqa.”

Ook buiten IS-gebieden verleent het ICRC hulp, in de praktijk veelal aan armen die geen geld hadden om te vertrekken. „Voor hen blijft de situatie slechter worden, vooral de veiligheid. Er zijn meer luchtbombardementen en er wordt heviger gevochten. Ruim een miljoen mensen woont in belegerde plaatsen.”

Met wisselend succes blijft het ICRC steun geven, samen met de Syrische Rode Halve Maan, de zusterorganisatie van het Rode Kruis in islamitische landen. „We slagen erin zo’n 85 procent van de Syrische bevolking van veilig drinkwater te voorzien”, zegt Daccord. Deels door putten te slaan, zoals bij de stad Aleppo. Daarna verspreidt het ICRC gps-kaarten met de locatie van de bronnen, zodat mensen die kunnen vinden. Elders bemiddelt het Rode Kruis bij het weer openen van bestaande waterleidingen.

Huisvesting is ook een enorm probleem, zeker nu de winter nadert in Syrië, waar ook nog eens ruim 7 miljoen mensen in eigen land op drift zijn geraakt en heel veel huizen kapot zijn. Medische zorg is een knelpunt, om nog te zwijgen van geestelijke zorg voor alle getraumatiseerden. „Met de aanvoer van medicijnen zijn we veel minder succesvol”, erkent Daccord. „We kunnen de IS-gebieden in dat opzicht niet bereiken.”

Denkt u dat de vluchtelingenstroom naar Europa aanhoudt?

„Die zal nog lang doorgaan. Mensen die nu in vluchtelingenkampen in de buurlanden Libanon, Turkije en Jordanië zitten, zijn heel realistisch. Ze zien voorlopig geen oplossing in Syrië zelf en zien dat de situatie in hun gastlanden verslechtert. Dus dan proberen ze naar landen in Europa te trekken, op zoek naar een beter bestaan. De tijd is voorbij dat vluchtelingen geduldig tien jaar in kampen blijven wachten tot het in hun eigen land beter wordt, zoals Afghaanse en Somalische vluchtelingen in het verleden deden. En Europa moet begrijpen: het Midden-Oosten staat in brand, maar ook uit de Sahellanden zullen migranten blijven komen.”

Wat kan Europa doen?

„Verhoog de humanitaire hulp binnen Syrië zelf. Daarmee houd je mensen vast. De meesten willen helemaal niet weg. Help verder landen als Libanon, Turkije en Jordanië. De Libanezen zien de kwaliteit van hun gezondheidszorg nu al achteruitgaan. Investeer daarin. Ik denk dat Europa ook niet kan vermijden een quotum voor vluchtelingen in te stellen, anders komen er te veel spanningen. En verdeel de lasten van de vluchtelingen wereldwijd.”

Zou een bestand verschil maken?

„Het zou mooi zijn als de internationale gemeenschap de regering en de rebellen kon overhalen het conflict als het ware te bevriezen. Een gevechtspauze voor humanitaire hulp zou al helpen. Dat zou de dynamiek veranderen, ook met de vluchtelingen. Mijn enige hoop is nog dat de internationale gemeenschap daar serieuzer aan gaat werken. Het kon bij de Joegoslavische oorlog ook met het Verdrag van Dayton. Waarom zou het hier dan niet kunnen?”

Is het moeilijk voor het ICRC zijn werk in Syrië voort te zetten?

„Ik ben er diep van overtuigd dat we dicht bij de mensen moeten blijven. De Syriërs zeggen ook: jullie aanwezigheid alleen al geeft ons het gevoel dat we niet in de steek worden gelaten.” Het Rode Kruis blijft dan ook hulp verlenen, met de Rode Halve Maan. Tegen een hoge prijs. Daccord: „Er zijn al 49 vrijwilligers van de Rode Halve Maan omgekomen, ongekend veel.” En dan zwijgt hij nog over drie ICRC-medewerkers die al twee jaar worden gegijzeld.