Column

Rijke mannen en arme clubs

Suikerooms, ze kunnen zo lief zijn. Bij Roda JC denken ze dat de Limburgse zakenman Frits Schrouff er zo een is. Hij heeft de aandelen van deze voetbalclub uit Kerkrade opgekocht en die is zo in één klap uit de penarie gehaald waar ruim 160 kilometer noordelijker FC Twente zo peilloos diep inzit.

Misschien is Schrouff, die rijk is geworden met de verkoop van Aziatische producten, wel zo’n voetbalmecenas die het goed bedoelt. „Vanuit mijn clubliefde voor Roda JC en mijn maatschappelijke gedrevenheid heb ik deze weloverwogen keuze gemaakt”, luidt zijn officiële verklaring.

Het is de clubliefde waarmee de ondernemer Frans van Seumeren, die onder meer is binnengelopen met het bergen van scheepswrakken, FC Utrecht zo royaal bedeelt. Al leek die liefde laatst te tanen, omdat sommige supporters het maar niet kunnen laten om zich racistisch te uiten. „Het moet afgelopen zijn, want anders stop ik er echt een keer mee”, zei hij laatst tegen RTV Utrecht.

FC Utrecht zou ten onder zijn gegaan

Bedenk: FC Utrecht was zonder de miljoeneninvesteringen van Van Seumeren ten onder gegaan. Zoals AZ dat al twee keer bijna overkwam: toen de gebroeders Molenaar (Wastora) hun clubliefde niet langer in harde munten omzetten en toen Dick Scheringa’s DSB-bank de Alkmaarse voetbalclub in haar val dreigde mee te sleuren.

FC Twente gaat bijna kapot aan de clubliefde die Joop Munsterman (ex-Wegener) en Aldo van der Laan (Zwanenberg) zo lang en zo heftig bedreven. Het resultaat van hun liefdesbetuigingen was een schuld van 90 miljoen euro. En een contract met een schimmige investeringsmaatschappij, Doyen, dat aanzienlijk lucratiever was voor de investeerders dan voor de voetbalclub. Waarbij een constructie werd gebruikt die, zo lijkt, het daglicht niet kon verdragen, laat staan dat de KNVB ervan in kennis werd gesteld.

Concurrentievervalsing

In voetbalkringen gaan stemmen op om FC Twente maar helemaal niet te straffen voor de handelwijze van haar ex-bestuurders, die riekt naar fraude en/of valsheid in geschrifte. Want dat is zo zielig voor de supporters en die ijverige, onschuldige medewerkers. Dat is net zoiets als ervoor pleiten dat bankiers wel moeten boeten en de banken niet. Munsterman en Van der Laan handelden uit naam en in het vermeende belang van FC Twente. Zij kochten spelers die andere clubs niet konden contracteren, omdat die zich wél aan de financiële regels van de bond hielden. Dus heeft het er de schijn van dat het duo zich namens FC Twente schuldig heeft gemaakt aan concurrentievervalsing.

En nu dreigen er zelfs rechtzaken tussen de club en de ruziënde ex-bestuurders. Van die driehoeksverhouding staat geen poot meer overeind. Liefde is ontaard in rancune. Nu toont de gemeente haar aanhankelijkheid aan de club. B en W stellen een garantstelling van 32 miljoen voor ter redding van FC Twente, uiteraard voor risico van de gemeente Enschede. Daar gaan we weer, net als eerder in Eindhoven met PSV: als het erom spant, springt de lokale politiek bij.

Hopend op een suikeroom

Bij FC Twente hopen ze ook nog steeds dat een andere potentiële suikeroom voor reddende engel gaat spelen. Bouwondernemer Dik Wessels geldt tenslotte als steenrijk en zijn overleden broer Herman, indertijd medevennoot bij VolkerWessels, was vijf jaar voorzitter van FC Twente. Het gerucht dat de miljardair uit Rijssen zou bijspringen, ging al eerder dit jaar. „Een broodje-aapverhaal”, was toen Wessels’ reactie. Misschien wil hij voorkomen dat ook hij ooit moet bekennen wat Van Seumeren opmerkte: „Als het om voetbal gaat, ben ik een slechte ondernemer.”

Hij deugt, maar toch: verstandige neefjes hoeden zich voor suikerooms, en zorgen ervoor dat ze genoeg verdienen en niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Want voor clubliefde geldt hetzelfde als voor alle passies: amoureuze avonturen zijn geen garantie voor liefde tot in de eeuwigheid.