‘Religieuze opvoeding versterkt altruïsme niet’

Dat schreef onder andere The Economist.

De aanleiding

Begin november publiceerde het Britse weekblad The Economist een verhaal over nieuw onderzoek waaruit naar voren kwam dat kinderen met een religieuze achtergrond minder gul zijn dan niet-religieuze. Ook dagblad The Guardian en Volkskrant-columnist Max Pam gingen in op het onderzoek. Kortom, slecht nieuws voor religieuze mensen die zichzelf nog wel eens moreel verheven willen voelen boven mensen zonder godsdienst.

Waar is het op gebaseerd?

De Amerikaanse hoogleraar psychologie Jean Decety coördineerde een onderzoek naar de gulheid van kinderen in zes landen (naast de VS, Canada, China, Jordanië, Turkije en Zuid-Afrika). De 1.170 kinderen, in de leeftijd van vijf tot twaalf jaar, moesten het ‘dictatorspel’ doen. Ze kregen tien leuke stickers, die ze mochten houden. Daarop hoorden ze echter dat er helaas niet voor alle kinderen stickers waren. Wilden ze daarom enige stickers afstaan voor een ander (onbekend) kind? Ook kregen ze filmpjes voorgeschoteld, waarin flink werd geduwd. Wat vonden ze van dat gedrag, was de vraag. De ouders van de kinderen vulden vragenlijsten in. In de praktijk beperkte het onderzoek zich tot christelijke, islamitische en niet-religieuze kinderen. Het aantal joodse, boeddhistische en hindoeïstische kinderen was te gering om er conclusies aan te kunnen verbinden.

De uitkomst was dat niet-religieuze kinderen gemiddeld 4,1 stickers cadeau deden, christelijke kinderen 3,3 en moslimkinderen 3,2. De onderzoekers verdisconteerden factoren als leeftijd van de kinderen en welstand van hun ouders in hun studie. Voor wat altruïsme betreft gold: hoe religieuzer het kind, hoe minder geneigd tot delen met anderen.

En klopt het?

Vooral uit religieuze hoek kwam er kritiek op het onderzoek. Er waren te weinig kinderen onderzocht om zulke drastische conclusies te trekken, betoogden critici, en het aandeel van moslimkinderen in de studie was te groot (43 procent tegen 24 procent christenen). De Amerikaanse theoloog Thomas Williams wijst op de conservatieve website Breitbart op een groter onderzoek uit 2000 onder 30.000 Amerikanen, waaruit bleek dat religieuze mensen juist guller zijn met geld en vrijwilligerswerk dan niet-religieuze mensen.

Hans Alma, hoogleraar cultuur-psychologie aan de Utrechtse Universiteit voor Humanistiek, en Elpine de Boer, universitair docent in Leiden, menen dat het onderzoek „een welkom tegenwicht biedt tegen de stelling dat er zonder religie geen moraliteit mogelijk is”. Ze vinden echter dat het wel erg weinig zegt over de bevindingen in de afzonderlijke landen. Cultuur speelt een grote rol bij de vraag of je jezelf of je kind als religieus of niet-religieus bestempelt. Bovendien vinden ze het bezwaarlijk dat het erg leunt op een altruïsmetest via stickers. „Altruïsme is een complex concept, dat kun je niet alleen met zo’n spel meten.” Ook vinden ze dat de onderzoekers te grote groepen over één kam scheren. Zowel de groep niet-religieuzen als de religieuzen omvat een spectrum aan verschillende mensen. Naar waarden als altruïsme onder niet-religieuzen is volgens Alma en De Boer nog weinig onderzoek gedaan. „Het gaat veel te ver op grond van zo’n studie zulke vergaande conclusies te trekken.”

Per e-mail gevraagd naar het waarheidsgehalte van zijn conclusies en over kritische reacties op zijn studie antwoordt professor Decety: „Niet zeker of wetenschap over waarheid gaat. Het gaat om bewijsmateriaal (evidence)”. Hij zegt dat meer onderzoek gedaan zal worden om te zien of de eerste studie is te repliceren. „Dat is hoe wetenschap werkt.”

Conclusie

De stelling dat kinderen met een religieuze opvoeding minder altruïstisch zijn dan niet-religieuze is prikkelend. De bewijsvoering aan de hand van tamelijk beperkt onderzoek is aan de magere kant. Vooralsnog te mager voor zulke verregaande conclusies. We kwalificeren de stelling daarom als ongefundeerd.