PvdA en VVD botsen met ministers over cultuur

De regeringspartijen willen dat het kabinet cultuurgeld terughaalt bij gemeenten en anders gaat besteden.

Onbehoorlijk bestuur of niet? Het voorstel van regeringspartijen VVD en PvdA om 13,5 miljoen euro bij gemeenten weg te halen en aan de cultuurbegroting toe te voegen, zou zo door gemeenten opgevat kunnen worden. Dat zei minister Jet Bussemaker (PvdA, Cultuur) gisteren in een debat met de Tweede Kamer. Zij ziet daarom een voorstel van haar partijgenoot Jacques Monasch en VVD-Kamerlid Michiel van Veen niet zitten.

Dat duo stelde gisteren voor om die 13,5 miljoen euro uit het Gemeentefonds te halen, dat op de begroting van Binnenlandse Zaken staat. Ze willen dat het geld onder meer gaat naar festivals, jonge podiumkunstenaars, reizende operagezelschappen en een beveiligingsfonds voor culturele evenementen waar de vrijheid van meningsuiting tegen dreigementen moet worden beschermd. 6,5 miljoen euro willen zij wel via het ministerie van Cultuur naar de gemeenten laten gaan, maar alleen als deze hetzelfde bedrag bijleggen. Bussemaker noemde de meeste plannen „sympathiek”, maar ontraadde het amendement omdat „ze moeite heeft met de dekking”.

Monasch en Van Veen houden vast aan hun voorstel, dat de instemming van hun fracties heeft. Zij betwijfelen al langer of gemeenten de gelden uit dit potje wel volledig bij culturele instellingen terecht laten komen. De oppositie kondigde, als zij dit doorzetten, een extra debat over de begroting van Binnenlandse Zaken aan, omdat deze na eerdere goedkeuring door de Tweede Kamer moet worden opengebroken. Vanmiddag stuurt het kabinet een brief naar de Tweede Kamer. Monasch: „Wij willen best verder praten als het kabinet onze voorstellen op een andere manier wil financieren.”

De oppositie voelde zich overvallen door het voorstel en suggereerde dat het zondagavond op een bierviltje in het café in elkaar was geknutseld. Van Veen stelde echter dat hij al sinds juni met de minister in debat is over het geld dat in het Gemeentefonds wordt gestort. Hij stoort zich met name aan het vervallen van de verplichting voor gemeenten om voor elke euro die het Rijk stort zelf ook een euro uit te geven aan beeldende kunst.

De oppositie noemde het een „partijtje armpje drukken” tussen „het roversduo” van de coalitiepartijen en de eigen minister. Van Raak wees erop dat ze gemeenten die door decentralisatie van dit kabinet al grote tekorten oplopen nu nog verder benadelen. Ook wezen Kamerleden erop dat deze verschuiving een slag is voor kunstenaars en vormgevers. Daarvoor is namelijk het geld uit het Gemeentefonds bedoeld. Maar in plaats van beeldende kunstinstellingen willen Monasch en Van Veen meer geld verschuiven naar vooral podiumkunsten. Madeleine van Toorenburg (CDA): „Ik wil ook graag voor Sinterklaas spelen, maar niet met geld van de gemeenten.”

Het idee van Monasch en Van Veen om culturele instellingen in hun beveiliging te ondersteunen bij dreigementen kon op instemming rekenen van de andere Kamerleden, maar die vinden het onjuist daar geld uit de cultuurbegroting aan te besteden. „We geven miljoenen uit aan beveiliging van sportwedstrijden, waarom moeten we dat bij cultuur apart regelen?”, zei Alexander Pechtold (D66). „Daar ligt een taak voor politie en justitie.”