Column

Mond houden als er alleen maar gewauwel uit komt

De wonderlijkste misstand die de afgelopen jaren onder mijn aandacht werd gebracht betrof de kapsones van snaartheoretici. Ze schuiven aan in praatprogramma’s, schreef een verontwaardigde fysicus me, ze staan vooraan bij de verdeling van onderzoeksgelden en hun familieleden mogen gratis met de bus.

Omdat ik niet weet wat snaartheoretici zijn kon ik de klacht slecht beoordelen. Ik schoof hem dus door naar natuurkundigen en die gaven het, na aanvankelijk gegniffel, schoorvoetend toe. Snaartheoretici staan in de natuurwetenschappen ‘bovenaan de ladder’, zeiden ze. Toen ik deze week in een boek van John Brockman las dat de snaartheorie een ‘zeepbel’ is die ‘in de prullenmand’ moet, kreeg ik het beeld niet meer uit mijn gedachten.

John Brockman, impresario, heeft honderdnegenenzeventig van de invloedrijkste denkers ter wereld gevraagd welk idee achterhaald is en daarom het in de prullenmand moet. ‘Wetenschappelijk onkruid’ heet de bundel en die is, ik zeg dat zonder ironie, ontzagwekkend en fascinerend. ‘Een forum voor ’s werelds meest briljante geesten’, luidt de lof van The Guardian op de achterflap. Het enige probleem is dat de ene briljante geest de snaartheorie als een zeepbel in de prullenbak dumpt en dat de andere briljante geest haar daar net zo hard weer uit opvist.

De verwarring beperkt zich bovendien niet tot snaren. Men is het fundamenteel oneens over alles. Doelen, denkmethoden, definities. Over het begrip oorzakelijkheid bijvoorbeeld. Fysicus W. Daniel Hillis beweert dat oorzaken niet veel meer zijn dan verhalende constructies waarmee mensen elkaar de wereld verklaren. Voor inzicht in complexe systemen zoals de economie of de menselijke geest heb je niets aan causaliteit, zegt hij. Hoogleraar elektrotechniek Bart Kosko noemt juist het begrip statistische onafhankelijkheid onbruikbaar, omdat ‘de wereld op ongelooflijk veel manieren via causale ketens is verbonden’.

Cognitiewetenschapper Gary Marcus oordeelt dat je het begrippenpaar oorzaak en gevolg in de wetenschap hard nodig hebt; hij verwacht daarom weinig heil van dataverzamelingen en de correlaties die daarin opvallen. Psycholoog Lisa Barrett deelt mee dat het oude begrip van causaliteit te kort schiet. Natuurverschijnselen hebben niet maar één hoofdoorzaak. ‘De data laten het glashelder zien’ schrijft ze.

Als simpele ziel schiet je met al die briljantie zo weinig op. Je leest de bijdrage van Barrett met ontzag, totdat haar woorden over Einstein twijfels wekken, aangezien de snaartheoretici verderop anders praten over Einstein. Misschien, denk je dan, moet een psycholoog niet te veel aan Einstein denken. En misschien, sputter je vervolgens, moet een ongetwijfeld briljante hoogleraar Aziatische studies geen filosofische ideeën weggooien. Zeker geen mythes op het terrein van de ethiek die helemaal niet bestaan.

En misschien, roep je luider, als je dan toch eenmaal eigenwijs begint te raken, kan een geniale ecoloog buiten zijn vakgebied beter zijn mond houden, als er niets beters uit komt dan gewauwel. Ecoloog Jerry Coyne schaft in zijn bijdrage het idee van de morele verantwoordelijkheid af. Opdat daden eindelijk niet meer worden beoordeeld ‘op grond van een of ander al dan niet goddelijk decreet’, wauwelt hij, maar op grond van de gevolgen voor de samenleving. Waarom stuurt John Brockman zo’n kwakzalver op ons af, fulmineer je. Die gevolgen worden immers al eeuwenlang in morele oordelen meegewogen!

Je leest een uurtje of twee en het is kolkende chaos in je hoofd. Het mag wel een wonder heten dat daaruit nog twee heldere conclusies rollen. De ene conclusie luidt dat mensen er niet nederiger op worden naarmate ze briljanter zijn. De tweede dat begrippen als oorzaak, vrije wil, wet of theorie geen vaste betekenis hebben en dat de bijdragende auteurs elkaar daarom niet tegenspreken: ze praten langs elkaar heen.

De briljant sterrenkundige wordt verzocht onkruid te wieden en ze denkt, kom, laat ik het tuintje van de sociologen eens onder handen nemen, mijn intellect is er ruim genoeg voor. De rechtsfilosoof wil uitspraak doen over de vrije wil en hij denkt, wat is de definitie van ‘vrij’? Hm, laat ik het maar vanuit de snaartheorie benaderen, dan sta ik tenminste bovenaan de ladder.

Met als gevolg dat het denken over jeugddetentie tegenwoordig afhangt van de vraag of het universum tien of elf dimensies heeft. Dat de natuurkundige ‘Theorie van Alles’ niet alleen de heelallen bestrijkt en andere regio’s in de ruimte, maar ook nog onze samenleving. Laat ik, in al mijn nederigheid, nu juist denken dat de gelijkstelling van het heelal aan Den Haag zo’n zeepbel is die het verdiend te worden doorgeprikt en vervolgens in de prullenmand gemikt!