Japanners doen álles voor walvissnacks

Japan gaat op walvisjacht voor ‘wetenschappelijke’ doeleinden, ondanks een internationaal vonnis. Activisten staan al paraat.

Slachten van een walvis in de haven van Wada, ten zuidoosten van Tokio, in 2008.

Japanse walvisvaarders vertrekken vandaag na een pauze van bijna twee jaar met frisse moed voor een nieuw drie maanden durend vangstseizoen in het Antarctisch gebied. Voor „wetenschappelijke doeleinden” willen ze er 333 dwergvinvissen vangen. Alleen zo, stellen de Japanners, kunnen ze gegevens verzamelen over de geslachtsrijpheid van de dieren. De komende twaalf jaar willen ze elk jaar 333 van deze dieren doden.

Alsof Japan nooit is gekapitteld door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, dat vorig jaar nog concludeerde dat het wetenschappelijke karakter van het Japanse walvisvaartprogramma in het geheel niet overtuigend was. Daarom gebood het Hof de Japanners hun voorgenomen walvisvangst in de wateren rond Antarctica te staken. En alsof het wetenschappelijk comité van de Internationale Walvisvaartcommissie eerder dit jaar niet verklaarde geen noodzaak te zien tot het doden ten behoeve van onderzoek naar de stand van de dwergvinvissen en hun behoud.

De Japanners betogen dat de dwergvinvissen niet met uitsterven worden bedreigd. Ook veel zeebiologen onderschrijven dat. Alleen al in de Atlantische Oceaan zwemmen er meer dan 180.000. Ook sommige andere walvissoorten worden volgens de Japanners niet bedreigd. De bultrug, die begin jaren zestig bijna was uitgestorven, heeft zich door een vangstverbod sindsdien weten te herstellen. Hun aantal wordt nu geraamd op ruim 60.000. Ook de bultrug geldt daardoor niet meer als bedreigd. Dat geldt niet voor de gewone vinvis. Maar ook daarop mag nu niet gejaagd worden, waardoor herstel mogelijk is.

Verbod op commerciële vangst

Maar veel landen vinden het onaanvaardbaar dat er anno 2015 nog op walvissen wordt gejaagd. De Internationale Walvisvaartcommissie kondigde al in 1986 een moratorium af voor de commerciële walvisvangst. Alle leden hielden zich daaraan, alleen Japan, IJsland en Noorwegen niet. Slechts voor wetenschappelijke doeleinden mocht er nog op kleine schaal op sommige exemplaren worden gejaagd. Vooral Japan heeft dat altijd veel ruimer geïnterpreteerd dan andere landen. Het heeft sinds de jaren 80 veruit de meeste walvissen gevangen. Terwijl, zoals het Hof in Den Haag vorig jaar vaststelde, de wetenschappelijke productie van Japan op dit gebied karig is te noemen.

Grimmige confrontaties dreigen

Zo dreigen er nieuwe grimmige confrontaties in de ijzige zee rond Antarctica, waar activisten van vooral milieuorganisatie Sea Shepherd in het verleden vaak met gevaar voor eigen leven hebben geprobeerd de Japanners te beletten opnieuw op walvissen te jagen. De organisatie maakte gisteren prompt bekend dat het haar boot, de Steve Irwin, binnen een week vanuit het Australische Melbourne naar het gebied zal sturen om „elke illegale activiteit” te voorkomen.

Ook de Australische regering, die de procedure tegen Japan bij het Hof in Den Haag aanhangig maakte, toonde zich bij monde van minister van Justitie George Brandis „erg teleurgesteld”. Hij zinspeelde erop dat Australië een boot van de kustwacht achter de Japanners aan kan sturen om hen te schaduwen, als ze ongevoelig blijken voor diplomatieke protesten.

Japan had mogelijk gehoopt die protesten tot een minimum te beperken door zijn critici te confronteren met een fait accompli. Vrijwel meteen na de aankondiging van de hervatting van de walvisvangst afgelopen weekeinde liet het zijn walvisvaarders vertrekken. De vloot bestaat uit een grotere boot en drie begeleidende vaartuigen. In totaal tellen de schepen zo’n 160 opvarenden. Vorig jaar waren de Japanners ook uitgevaren uit walvisvaarthaven Shimonoseki naar het Antarctische gebied maar zonder harpoenen, louter voor observatie.

Het huidige vangstquotum dat de Japanners eenzijdig hebben vastgesteld bedraagt echter slechts een derde van wat het was voor de uitspraak van het Hof in Den Haag.

Gespecialiseerde restaurants

Een deel van de dwergvinvissen die Japan vangt, belandt vanouds op de tafels van gespecialiseerde restaurants in Tokio en elders. Hoewel lang niet alle Japanners verrukt zijn van het vlees, zijn er ook velen die het graag nuttigen als een snack bij een glaasje rijstwijn.

Door de vangstbeperkingen is de prijs steeds verder gestegen. Vroeger gold het juist als armenvoedsel, vooral kort na de Tweede Wereldoorlog, toen Japan economisch aan de grond zat. Het werd onder meer op scholen geserveerd. Bij veel oudere Japanners wekt walvisvlees daarom nostalgische gevoelens op.

De Japanse regering subsidieert de walvisvaarders al jaren. Zonder die steun zouden ze het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Een coalitie van 15 milieu- en dierenwelzijnsorganisaties, waaronder Greenpeace en Friends of the Earth, riep Japan daarom gisteren op de walvisvaart op te geven. Volgens hen moet Japan inzien dat de sector geen toekomst meer heeft. De regering in Tokio moet het geld van de belastingbetalers hieraan niet langer verspillen.