Column

Mijn Kanker: eerlijke blik op de ziekte werkt bevrijdend

Meral Uslu in documentaire ‘Mijn Kanker’ (NTR)

Meral Uslu (53) is niet de eerste filmmaker die een subjectieve documentaire maakt over zijn eigen kanker. Tot haar illustere voorgangers behoren Ed van der Elsken en Johan van der Keuken. Maar in Mijn Kanker (2DOC/NTR) wordt wel een tot nu toe ongebruikelijke toon aangeslagen.

Heel lang is vooral in Nederland gefluisterd over tumoren. Behandelaars dienden patiënten vooral niet te veel informatie te geven, want dan zouden ze zich alleen maar zieker gaan voelen. Het woord kanker mocht niet hardop uitgesproken worden en liever vervangen door eufemismen als ‘k..’ of ‘de gevreesde ziekte’.

Naarmate de overlevingskans bij bepaalde typen carcinoom toenam, veranderde de schroom in een krijgshaftige stemming. De patiënt moest de strijd aangaan met het monster en een overwinning zien te behalen. Individueel door de Kilimanjaro te beklimmen en alternatieve therapieën te beproeven, zoals Mark Bos liet zien in zijn tweeluik Retour Hemel. Collectief kon door tegen de Alpe d'Huez op te fietsen geld ingezameld worden voor de oorlog: sta op tegen kanker!

Het vervelende van die oorlogsmetafoor is dat wie de strijd verliest, zoals Bos, Van der Keuken en Van der Elsken, dus geen goede soldaat moet zijn geweest. Gelukkig zien steeds meer mensen in dat we daar snel mee moeten ophouden, als gezwel van de doorgeslagen individualisering.

Hij duikt nog een paar keer op in Uslu’s film, in termen als ‘belegering’ en de vergelijking van hormoontherapie met een bommentapijt. Maar de hoofdindruk is toch dat kanker een tombola is, met steeds minder kans op een niet.

De openhartigheid van de filmer over haar borstkanker en de bijbehorende gevoelens ervaar ik als een bevrijding van zowel de zwijgcultuur als van de orenmaffia. Ze begint met ons een klap in het gezicht uit te delen. We zien een stuk mensenvlees in plakjes gesneden worden, daarna een geamputeerde borst, met zichtbare tumor. Dat was dus de kanker van de regisseur.

Ze filmt haar ziekte met subjectieve camera, dus vrijwel permanent vanuit haar gezichtspunt. Slechts bij uitzondering richt ze die camera op zichzelf: op littekens en prothesen, of juist trots op het snel aangegroeide hoofdhaar, dat niet meer alleen grijs is.

We zien en horen dus vooral de close gedraaide gezichten van artsen, verpleegkundigen, een psycholoog, fysiotherapeut. En van man en zoon, die op de vraag of ze last hebben van haar stemmingswisselingen, dat eendrachtig en krachtig beamen.

Hier wordt geen oorlog gewonnen, en ook niet aan zelfbeklag gedaan. Het is een eerlijk en naakt verslag van de eenzaamheid van de kankerpatiënt, ondanks biddende moeder, kokende hulp en de als ‘borstdames’ aangeduide lotgenotengroep.

Ze fietst toch weer steeds alleen, met camera, over die lange weg naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. En niemand kan garanderen dat de kanker voorgoed weg is. Wel een overlevingskans van 90 procent beloven.

Het is heel leerzaam, vooral ook voor de behandelaars zichzelf eens terug te zien. Mooie film. En die ziekte heeft dus een naam. Kanker.

Bekijk hieronder de volledige documentaire.