Een oneindig schaakspel rond wiet

Reguleer wietteelt, zegt een commissie van gemeenten nu. De zoveelste zet in een schaakspel dat maar doorgaat.

De marihuanaplant is onderwerp van politieke strijd. Gedogen of verbieden, al 40 jaar herhaalt de discussie zich. Foto Istock

Het fundament van een goed potje schaak is de opening. Maar als de opening zwak is, verzandt het middenspel in een reeks zetten zonder doel en dreigt patstelling bij het verstrijken van de tijd. Wit en zwart kijken elkaar glazig aan.

In het debat over softdrugs is het al jaren niet anders. Je hebt voor- en tegenstanders van regulering van wietteelt. Beide kampen vinden het huidige gedoogbeleid niet ideaal: er is geen zicht op de achterdeur, dat werkt criminaliteit in de hand.

Dus verplaatsen ze soms een stuk op het bord en hoor je een politicus in de media roepen om een coffeeshopverbod waarna een burgemeester hardop zegt dat juist géén goed idee te vinden. Gisteren deed ook een commissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een zet door in een rapport te pleiten voor het toestaan van experimenten met gereguleerde wietteelt.

Wie het schaakbord langer volgt, ziet dat het spel zich nauwelijks ontwikkelt. Verbieden wint niet, reguleren ook niet. De patstelling heet gedogen en geen enkele zet lijkt dwingend genoeg om daar iets aan te doen, al bijna veertig jaar lang. Hoe kan dat?

De achterdeur

Onderzoeker Nicole Maalsté en schrijver Michiel Panhuysen proberen het spel zo goed mogelijk te overzien. Vanwege de research die ze deden voor hun onlangs verschenen boek De Wietindustrie, en ook als adviseur.

Want ook zij zijn speler aan het bord. Namens stichting Epicurus, opgericht in 2012 door acht cannabisondernemers die de achterdeur ‘geregeld’ willen zien, proberen ze de discussie op de politieke agenda te krijgen. Ze organiseerden een congres, en ze praten met zoveel mogelijk spelers die ertoe doen: bestuurders, politici, coffeeshopeigenaren, rechters, agenten, handelaren, kwekers.

Wat hun opvalt: het deelnemersveld is sterk verdeeld. „Je zou twee kampen verwachten, voor en tegen”, zegt Panhuysen. „Maar in het kamp vóór regulering vliegt men elkaar voortdurend in de haren.” Neem de gemeenten: 59 hebben zich inmiddels uitgesproken voor experimenten met regulering van de wietteelt. En die andere 334? Zij zijn óf tegen regulering óf hebben geen mening.

Financieel binnen

Ook in de coffeeshopbranche is lang niet iedereen het eens. Maalsté: „Sommige coffeeshopondernemers zijn financieel binnen. Die vragen zich af waarom verandering nodig is. Wat levert hun dat op?” Panhuysen: „Veel coffeeshops hebben vaste kanalen voor de achterdeur. Die vinden het wel best zo.” Maalsté: „Die hebben gewoon hun shopje. Dat de achterdeur zo schimmig is vinden ze juist leuk. Dat is de jus, die hoort erbij.”

Coffeeshopexploitanten die wel verandering willen, zijn volgens hen veelal echte ondernemers die ook andere bedrijven hebben. Of het is de wat jongere generatie, ‘kinderen van’, die ervan baalt als ondernemer nooit serieus te worden genomen.

Idealiter werpt deze groep zich op voor het regelen van de achterdeur, maar dat gebeurt niet. Coffeeshopondernemers blijven liever anoniem, zegt Maalsté. De branche staat al in een kwaad daglicht, dus niemand ziet de aandacht graag op zich gevestigd.

„Voorheen had je Marc Josemans, een coffeeshophouder in Maastricht. Die durfde naar buiten te treden, kwam goed uit zijn woorden, was een bindende factor. Maar hij is gestopt en een nieuw gezicht ontbreekt.”

Wie durft het politiek aan?

Ook in de politiek is het telkens weer de vraag wie zich met dit dossier wil afficheren. Voorheen had je D66’ers als Winnie Sorgdrager en Boris van der Ham die zich hard maakten voor regulering. De laatste die het dossier goed kende en de kar trok, was Magda Berndsen (D66), maar ook die is recentelijk gestopt. Panhuysen: „Politici moeten zich het dossier telkens opnieuw eigen maken, dat hoor je terug in de debatten. Argumenten komen voorbij die ook in de jaren 90 werden gebruikt.” Het roepen gaat soms langs elkaar heen: voor de één telt veiligheid, voor de ander de volksgezondheid, of overlast.

„Er is niet één speelbord”, zegt Panhuysen. „Ik zou het simultaanschaken noemen.”

Het cannabisdossier is net te klein om vooruitgang te boeken, denkt Maalsté. „Daardoor is het nooit serieus wisselgeld voor kabinetsformaties en wil niemand zijn politieke lot eraan verbinden.” Gevolg: kabinetten schuiven de beslissing voor zich uit of stellen een commissie aan om iets te onderzoeken. „De vertragingstactiek.”

Criminelen

Toegegeven, de openingszetten van de schaakpot waren veertig jaar geleden ook al niet zo best. Laten we toestaan én verbieden, was in 1976 het idee. Wel coffeeshops, geen bevoorrading, al mocht de achterdeur van coffeeshops toch op een kier, omdat wietteelt iets zou zijn voor hobbyisten en niet voor criminelen. Dit alles als tussenoplossing, want internationale verdragen zouden legalisering snel mogelijk maken.

Het beleid bleek naïef: internationale verdragen veranderden niet en bij de achterdeur werden thuistelers verdrongen door criminelen. Decennia van „beleidsverwaarlozing” volgden, aldus een commissie in 2009. Daardoor is naast een kluwen van onduidelijke regels een speelveld ontstaan van belangenclubs die ‘iets’ vinden van het gedoogbeleid: de hobbytelers van de VOC, de deskundigen van TNI, de blowers van WeSmoke, de politieke zwaargewichten van Stichting Drugsbeleid.

Advocaat Gerard Spong speelt op de achtergrond een rol, net als Pieter van Vollenhoven en criminoloog Cyrille Fijnaut. Ook een aantal rechters heeft in vonnissen intussen duidelijk hun stem laten horen. Hoe het beleid dan wel moet, fluisteren alle belangenclubs de politici graag in het oor. „Maar ze hebben niet allemaal hetzelfde verhaal”, zegt Maalsté.

„En soms weet je niet eens wie precies een zet doet”, zegt Panhuysen. Zo hoorde hij laatst de nieuwe burgemeester van Maastricht pleiten voor ‘haar’ visie op het softdrugsbeleid: invoering van social cannabis clubs. „Dan weet je: er is weer een stuk verplaatst, maar door wie? Op de achtergrond zijn allerlei mensen aan het sturen.” Blindsimultaanschaken zou hij het spel liever noemen.