Dit plastic kan meer zijn dan een suffe bloempot

Gerecycled plastic eindigt meestal als goedkoop bulkmateriaal. QCP in Geleen maakt er op een slimme manier iets beters van. „Plastic is prachtig, het probleem is hoe het wordt weggegooid.”

In Europa wordt 25 miljoen ton plastic per jaar weggegooid, maar slechts 3 miljoen ton wordt in Europa verwerkt voor hergebruik. Foto’s Merlin Daleman

Huub Meessen kijkt door een raam aan het einde van „zijn fabriekje”. We zijn net door een enorme hal gewandeld, vierhonderd meter langs glanzend roestvrij staal, het eerste stof is maar net neergedwarreld. Nu staan we tussen het bouwpuin in de laatste vijftien meter, gereserveerd voor wat straks de global head office van QCP gaat worden.

Het raam kijkt uit op de oude naftakraker en de polymeerfabrieken van chemiepark Chemelot. Pijpen, silo’s en buizen, staal en rook. Meessen grijnst. „Dit noemen we het museum.” Niks ten nadele van die industrie, haast hij zich, hij heeft daar álles geleerd. En de wereld kan niet zonder. Maar dat daar is petrochemie. Fossiel. Lineair. En QCP gaat over upcycling en circular en dat heeft toch echt de toekomst.

QCP (Quality Circular Polymers) is een flinke start-up. Binnen negen maanden heeft Meessen met twee oud-collega’s van chemiereus Sabic een recycling-fabriek voor plastic neergezet, voor 35 miljoen euro. Het idee: plastic niet zomaar verwerken tot laagwaardig bulkmateriaal waar je alleen maar bloempotten van kunt maken, maar opwaarderen tot goed plastic. Dat doet QCP door afval slim te scheiden, te wassen, te shredden, centrifugeren, filteren, drogen, malen, sorteren, smelten, ontgassen en te mengen met nieuwe ingrediënten. En voilà: duurzaam plastic waar je goed geld voor kunt vragen.

Duurzaam plastic? Ja, het imago van kunststof is belabberd, vindt ook Meessen. „Mensen denken: zielig, dood, bedrog. En dan die plasticsoep in zee. Straks gaat iedereen weer glazen flessen en papieren zakken gebruiken.” Alsof die niks aan bomen en energie kosten. Net als biobased, het gaat nog heel lang duren voordat dat de rol van petrochemie overneemt. Plastic is een prachtig product, vindt Meessen. „Het probleem is hoe het wordt weggegooid.”

Meessen rekent voor. In Europa wordt 25 miljoen ton plastic per jaar weggegooid, 8 miljoen ton daarvan wordt gestort – in Nederland inmiddels verboden. Tien miljoen ton wordt verbrand, 7 miljoen ton gaat de recycling in. Daarvan gaat de helft naar China en andere landen – „niet efficiënt, want wij betalen de olie en de inzameling en zij krijgen het plastic.” Slechts 3 miljoen ton wordt in Europa verwerkt.

Dat is weinig. Maar dat gaat veranderen. Morgen komt de Europese Commissie met een nieuwe versie van de Circular Economy Package. Wat daar precies in staat, is nog niet bekend. In de vorige versie stond in ieder geval dat er in 2025 helemaal geen herbruikbaar plastic meer gestort mag worden en dat in 2030 zeker 60 procent van het plastic gerecycled moet worden.

De kans is reëel dat die doelen hetzelfde zullen blijven. Dan is er straks 15 miljoen ton plastic voor de recycling. Nu kun je al dat extra plastic niet in bloempotten wegzetten, denkt Meessen. Je moet er iets slims mee doen. En dat doet QCP.

Foliesnippertjes als confetti

Op naar de fabriek aan de pas gedoopte Polymeerstraat - een kadootje van de gemeente Sittard-Geleen. Vannacht hebben de machines voor het eerst 24 uur lang doorgedraaid. Dat ging goed.

Eerst gaan de plastic stukjes bij QCP door een ingewikkelde wasstraat. Afvalverwerker SUEZ, voorheen SITA, is één van de investeerders in QCP. Suez levert de voorgesorteerde balen: bakjes en flessen van polyethyleen en polypropyleen. De stinkende balen gaan aan het begin van de hal de hakmolen in. Een heavy seperator haalt er daarna stukjes glas en steentjes uit. Na twee keer wassen, koud en warm met een zeepje, ruiken de snippers al frisser. Andere plastics die in de balen zaten – pvc, pet, polystyreen - zijn dan al naar de bodem van de wasbakken gezonken en afgevoerd.

Door de hele hal zijn mannen met lasapparaten, schroevendraaiers en bezems in de weer. Deze lijn is de eerste van twee die nu wordt opgestart. Zodra de lijnen allebei draaien, met 45 man in vijf ploegendiensten, gaan Meessen en zijn compagnons er nog twee bijbouwen voor 40 miljoen euro.

De wasstraat werkt nog niet vlekkeloos, met feestelijk resultaat. Her en der liggen bergen vlokken die per ongeluk door een machine zijn uitgespuugd en blaast een windmachine foliesnippertjes als confetti in het rond. Of Meessen wel eens wakker ligt van zijn miljoeneninvestering? Hij schudt de vraag van zich af. „Nee. In mijn vorige baan had ik fabrieken door heel Europa. Dit is goed te overzien.” Hij heeft drie zoons, dát is druk. Nou ja, oké. De bouw was wel pittig, vooral voor zijn compagnon Marc Houtermans die dat deed.

De snippertjes vervolgen hun weg. Met een windsysteem wordt de fluff, stukjes folie, uit de mix geblazen. De fluff gaat een thermische droger in en vervolgt een eigen weg. De resterende snippers worden met pufjes lucht – afgekeken van zadensorteermachines – op kleur gescheiden. Licht voor bijvoorbeeld flessen en emmers, donker voor kratten en autobumpers.

Tot nu toe heeft QCP het proces vooral slim gestroomlijnd en op één plek bij elkaar gebracht. Maar in de volgende hal innoveert QCP ook echt. Onder leiding van hun „meesterkok”, François heet hij, mengt QCP nieuwe ingrediënten in het plastic. Chemicaliën voor uv-resistentie, viscositeit, taaiheid en dichtheid, talk voor sterkte en stijfheid. Die recepten bestonden nog niet, François heeft ze moeten uitvinden.

In het inpandige laboratorium controleren werknemers het resultaat. Als de chemicaliën door het gesmolten plastic zijn geroerd, hakselen messen het plastic tot korrels die aan de klanten moeten worden verkocht. Die maken er dan hun eigen dingen van.

Sneller dan een zwangerschap

En wat valt hier nou aan te verdienen?

Sinds Meessen met zijn compagnons QCP heeft bedacht, checkt hij elke dag de olieprijs. Ja, de businesscase is „dunner” dan toen die op 100 dollar per vat stond, zegt hij, „maar hij staat nog steeds”.

Zijn potentiële klanten, hij wil nog niet zeggen welke, nemen duurzaamheid serieus, zegt Meessen. Het zijn „brand owners” uit de levensmiddelenindustrie, de auto-industrie en de retail en ze hebben ambitieuze doelstellingen voor duurzaamheid. Ze willen echt kratten, emmers, flessen en onderdelen van gerecycled plastic. „Op hun producten staat een logo ‘duurzaam’ en dat gaan ze er niet opeens afhalen als de olieprijs zakt.”

Ze zijn ook bereid evenveel, en als het nodig is meer, te betalen voor gerecycled plastic dan voor nieuw, zegt hij. Er staan tientallen klanten klaar, ze moeten enkel nog akkoord gaan met de uiteindelijke korrels.

QCP moet binnen een jaar break-even draaien, is het plan, want de investeerders willen hun geld terug. De 35 miljoen is bijeen gebracht door afvalverwerker Suez, de Limburgse investeringsbank LIOF, de firma Langen, Chemelot Ventures en Rabobank. En de drie oprichters zelf, met „family, friends and fools”. Die houden Meessen bij de les, zegt hij. „Drie zussen en een vriend investeren ook mee. Die mailen me dan dingen over de plasticsoep enzo. En ze vragen me of wat ik aan het doen ben toch echt wel groen en duurzaam is.”

De start-up is conservatief gefinancierd, vindt Meessen, met minder dan de helft van het vermogen aan geleend geld. Hij en zijn compagnons wilden geen geld van private-equityfondsen. „Die hebben te weinig geduld voor dit.”

Maakt QCP echt verschil? De twee lijnen die er nu staan kunnen samen 35.000 ton bruikbaar plastic per jaar produceren. Met nog twee lijnen en wat aanpassingen erbij verwerkt de fabriek straks 150.000 ton plastic afval per jaar, goed voor 100.000 ton aan korrels. Als Europa het meent met de nieuwe doelstellingen, zijn er in 2030 meer dan honderd nieuwe QCP’s nodig. „Dit is binnen circular heel groot. Maar op het geheel is het nu nog een druppel op de gloeiende plaat.”

Maakt niet uit, Meessen heeft daarvoor het volgende plan. Hij wil graag nog met dit team een paar fabrieken neerzetten en dan de technologie licenseren. „Bouwtekeningen in een doos, handleiding erbij, strik erom.” Nou ja, het is íéts meer werk dan dat. Maar de fabrieken moeten komen te staan in het Midden-Oosten, in Azië, die grote vervuiler van oceanen, in de rest van de wereld. Hij lacht. Waarom niet? Kijk dan, dit ging toch hartstikke snel? Sneller dan een zwangerschap. En het is hartstikke leuk, fabrieken bouwen.