De SGP’er die tegen zijn zin beroemd werd

Gerrit Holdijk (1944-2015)

Eerste Kamerlid

Hij was principieel, nauwkeurig en anoniem. Tot de SGP-senator beroemd werd als redder van Rutte I.

Kort nadat hij in juni afscheid had genomen als de ‘machtigste’ senator van Nederland, kreeg Gerrit Holdijk slecht nieuws. Zijn alvleesklierkanker die een jaar eerder succesvol bestreden leek, was teruggekeerd. Dit keer was er geen behandeling meer tegen opgewassen. Zondag overleed Holdijk op de familieboerderij in Uddel waar hij 71 jaar eerder geboren was.

Holdijk werd in 2011 geheel buiten zijn schuld en volledig tegen zijn zin een politieke beroemdheid. Het kabinet-Rutte I (VVD-CDA) kwam in de Eerste Kamer één zetel tekort en wist met een moratorium op het afschaffen van weigerambtenaren, zondagsrust en het verbod op godslastering de steun van de SGP te regelen. Holdijk had geen enkele behoefte om met het kabinet te onderhandelen en was zelfs voor het politieke leiderschap van zijn partij onvoorspelbaar. „Ik kan geen leiding geven, maar ik kan nog veel slechter leiding verdragen”, zei hij destijds in NRC.

Geen beter alternatief

Toch schikte hij zich, omdat hij geen beter alternatief zag dan het rechtse kabinet dat er zat. Ook toen tijdens Rutte II opnieuw zijn steun verlangd werd – nu zonder toezeggingen op morele kwesties – deed hij dat onverstoorbaar. „Ik heb geen dag werk van politiek willen maken”, zei hij een half jaar geleden in een afscheidsinterview.

De boerenzoon Holdijk studeerde rechten en werd begin jaren 70 de allereerste medewerker van de SGP-fractie in de Tweede Kamer. In 1986 viel hij in als senator, wat hij in 1991 permanent werd. Eigenlijk was hij een vreemde eend in de Staatkundig Gereformeerde Partij. Holdijk was een aanhanger van de Christelijk-Historische Unie, voordat die partij opging in het CDA, en hij bezocht in Uddel de hervormde in plaats van de gereformeerde kerk. Hij had openlijk sympathie voor vrouwen in de partij en voor moslims.

Voor zijn plotselinge positie als sleutelfiguur in de Haagse politiek, leidde Holdijk een vrij anoniem bestaan als principiële, nauwkeurige senator. Sinds het rookverbod in de Eerste Kamer was hij vaak met zijn pijp te vinden onder het afdakje aan het Binnenhof, of wandelend rond de Hofvijver. In zijn 25 jaar in de senaat diende hij één motie in, over de positie van winkeliers die de deuren liever op zondag gesloten houden.

Zijn politiek moeilijkste momenten beleefde hij niet tijdens Rutte I. Hij viel tijdens een uitbraak van mond-en-klauwzeer uit tegen toenmalig landbouwminister Laurens Jan Brinkhorst die op grote schaal vee liet ruimen. Uit protest kwam Holdijk niet naar het huwelijk van Brinkhorsts dochter met prins Constantijn. Eerder stemde hij al tegen het huwelijk van prins Maurits omdat diens vrouw katholiek is. Een moeizame, maar principiële beslissing.

Toen de „gewone Veluwse boer” vorig jaar met pensioen ging, sprak Holdijk zijn zorg uit over de gang van zaken in de Eerste Kamer, die wat hem betreft niet veel meer moet doen dan wetgeving staatsrechtelijk toetsen.

„Je moet hier geen carrièrejagers hebben, dan krijg je een ander type debatten, vol politisering en activisme”, zei hij.