Column

Afspraak tussen EU en Turkije over vluchtelingen is nodig, maar geen keerpunt

Veel wederzijds vertrouwen is er niet, maar toch hebben de Europese Unie en Turkije zondag in Brussel een akkoord gesloten om de toestroom van illegale migranten naar Europa af te remmen. Voor de Unie zat er niet veel anders op. De vluchtelingencrisis heeft zo’n omvang aangenomen dat de opvangcapaciteit hier en daar aan haar grenzen raakt, de ongerustheid in de samenleving groeit en de positie van sommige Europese leiders erdoor wordt bedreigd. Bovendien heeft de kwestie de tegenstellingen aangescherpt tussen lidstaten die veel vluchtelingen opnemen en lidstaten die vinden dat anderen het probleem maar moeten oplossen. Het voortbestaan van het complete systeem van vrij reizen binnen Europa (Schengen) staat op het spel.

Maatregelen zijn dus dringend nodig. Vooral Duitsland, dat dit jaar kan rekenen op een miljoen asielzoekers, is daarvan doordrongen. Maar hetzelfde geldt voor andere landen, waaronder Nederland, die ook veel mensen opnemen die gevlucht zijn voor de alsmaar voortwoedende oorlog in Syrië. Omdat de verreweg de meeste asielzoekers via Turkije naar Europa komen, is Turkse hulp bij het aanpakken van het probleem onontbeerlijk.

Dat geeft Turkije een sterke onderhandelingspositie, die het ten volle uitbuit. Als Turkije erin slaagt de stroom van illegale migranten naar EU-landen af te remmen, krijgt het daarvoor in ruil niet alleen financiële steun voor de opvang van vluchtelingen in eigen land (drie miljard euro), maar ook belangrijke politieke concessies van de EU: visumvrij reizen voor Turken, mogelijk al vanaf oktober 2016, en meer perspectief op lidmaatschap van de EU door de onderhandelingen daarover een nieuwe impuls te geven. Bovendien komt de EU binnen twee weken met een plan om mensen op te nemen van wie vaststaat dat ze echt vluchteling zijn.

De afspraak van zondag is geen keerpunt, niet in de vluchtelingencrisis en ook niet in de verhouding tussen de EU en Turkije. Daarvoor zijn ook andere maatregelen nodig, zoals bescherming van de Europese buitengrenzen. Verder zijn de oorzaken van de vlucht van miljoenen mensen naar Europa hiermee niet weggenomen. De mogelijkheden van Turkije om hen tegen te houden zijn beperkt, net als de bereidheid zelf nog meer vluchtelingen op te nemen.

De Turkse premier Davutoglu sprak opgetogen van „een historische dag” en „een nieuw begin” in de relatie met de EU. Dat was voorbarig. Turkije en de EU hebben elkaar nodig. Maar Turkse toetreding tot de EU zit er voor de afzienbare toekomst hoe dan ook niet in. En door de autoritaire manier waarop president Erdogan Turkije leidt, wordt dit alleen maar moeilijker voorstelbaar.