We willen dit eten niet, zei ze op tv

Nour Ghneem uit Syrië klaagde over de Nederlandse opvang – en kreeg de wind van voren.

„Ze moeten beseffen dat dit afstraalt op alle vluchtelingen.”

Vluchteling Nour Ghneem: „Nu lijkt het alsof ik ondankbaar ben. Dat is niet zo. Ik ben Nederland juist heel dankbaar.” Foto David van Dam

Onderdak in een pand in het centrum van Den Haag? Nee, dank je. De 23-jarige Syrische Nour Ghneem sliep nog liever op straat dan in het gebouw dat voor haar en pakweg dertig andere vluchtelingen was klaargemaakt. „Dit is geen leven, in een kamer zonder tv”, zei ze zichtbaar geagiteerd voor de camera van Omroep West. „We willen dit eten niet en we willen hier niet blijven. We zijn weggegaan uit ons land vanwege de situatie daar, en nu wonen we in de gevangenis.”

Dat was eerder deze maand. En het was niet de eerste keer dat vluchtelingen zich in de media beklaagden over de opvangsituatie in Nederland. Eind september zeiden vluchtelingen in Rosmalen in een undercoverfilmpje van PowNed dat ze zich verveelden in het asielzoekerscentrum, niet genoeg boterhammen kregen en geld wilden voor sigaretten. Begin oktober klaagde een vluchteling tegenover Omroep Gelderland over stank in het asielzoekerscentrum: het zou er te veel naar hout ruiken. En twee dagen voordat Ghneem Omroep West te woord stond, vertelden vluchtelingen in Leeuwarden ook al aan een plaatselijke krant dat ze ontevreden waren over hun opvang.

Naar aanleiding van het item van Omroep West hield een groepje Hagenaars nog diezelfde avond een protest voor het asielzoekerscentrum. „Death to refugees”, zouden zij geroepen hebben. En ook op internet waren de reacties stevig. „Eruit trappen”, twitterde iemand naar aanleiding van het filmpje. Een ander: „Een echte oorlogsvluchteling zeurt niet over het eten.”

Op YouTube, waar het filmpje al zo’n 150.000 keer bekeken is, volgden nog meer verontwaardigde reacties. „Hollandse daklozen zijn al blij met een gratis kopje soep”, reageerde iemand eronder. „Deze mensen willen een villa en een Lamborghini en een privéoptreden van Kanye West.” Anderen waren nog een stuk feller.

Omroep West zegt rekening te houden met wat zo’n filmpje los kan maken. Maar, reageert hoofdredacteur Renzo Veenstra: „Het protest gaat natuurlijk eigenlijk niet over ons filmpje, maar over de boodschap van deze vluchtelingen. Die hadden ze net zo goed via een ander filmpje kunnen communiceren.” Het optreden van Ghneem vindt hij „imagotechnisch niet heel handig”, maar hij benadrukt dat het de taak is van Omroep West om plaatselijke gebeurtenissen te verslaan. „Wat er vervolgens met zo’n bericht gebeurt, ligt buiten onze verantwoordelijkheid.”

Volgens een woordvoerder van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zoekt „een klein deel van de groep vluchtelingen” de media op. De rest is „vaak gewoon tevreden” met de opvang. „Zij die de media opzoeken, spreken op eigen titel. Het is heel jammer dat ze door veel mensen als exemplarisch worden gezien.”

Het COA geeft wel voorlichting over hoe vluchtelingen moeten omgaan met de media. „Ze moeten beseffen hoeveel impact hun uitspraken kunnen hebben, en dat een negatief optreden in de media kan afstralen op alle vluchtelingen”.

Ghneem heeft inmiddels spijt van wat ze gezegd heeft, zegt ze op een bankje voor haar opvanglocatie, in het voormalige ministerie van Sociale Zaken. Toch wil ze best opnieuw met de media praten, dit keer om te vertellen dat het bericht van Omroep West „totaal uit zijn verband is getrokken”. „Ik heb meer dan een half uur met Omroep West gepraat, de hele situatie uitgelegd, maar ze hebben alleen mijn negatieve uitspraken gebruikt. Nu lijkt het alsof ik ondankbaar ben voor mijn opvang in Nederland. Dat is niet zo. Ik ben Nederland juist heel dankbaar.”

Volgens Omroep West ligt het iets anders. Veenstra: „Het ruwe filmpje van Ghneem beslaat in totaal 4 minuten en 48 seconden, en alles wat ze zegt is negatief. Ze heeft zelfs een aantal uitspraken gedaan waarvan we op de redactie besloten hebben die niet uit te zenden. Die waren gewoon te hard, te heftig, te boos.”

Waarom besloot Ghneem überhaupt met de media te praten? „Ik was gefrustreerd”, zegt ze. In Syrië was ze docent Engels. Vier maanden geleden is ze naar Nederland gekomen. Inmiddels heeft ze een status gekregen en komt ze in aanmerking voor een vaste verblijfplaats. „Ik heb geslapen in de opvang in Ter Apel, in Budel en in Doetinchem. Het COA had mij verteld dat ik hier in Den Haag een opvang zou krijgen voor langere termijn. Een kamer met privacy en een douche, waar ik een tijd zou kunnen verblijven tot er een huis voor mij beschikbaar was.”

In plaats daarvan trof ze kamers aan zonder slot op de deur en kranen zonder warm water. „De COA-medewerkers die ik om opheldering vroeg, hadden allemaal geen antwoord. Toen ik de camera’s zag staan, dacht ik: mensen moeten weten dat dit gebeurt. Ik wilde mijn verhaal vertellen.”

De voorlichting van het COA is er mede op gericht dit soort situaties te voorkomen. „Veel vluchtelingen hebben een bepaald beeld van de opvang in Nederland. Ze verwachten dat ze binnen twee weken een vaste verblijfplaats hebben, met goede faciliteiten. In de praktijk valt dat vervolgens flink tegen. Dat zorgt voor een hoop frustratie.”