Column

Voor een doorsnee gezin is muziekles een onhaalbare luxe

Sommige gespreksonderwerpen zijn makkelijk. Muziek! Wie houdt er nou niet van? Dus wil je dat ook je kinderen leren ervan te genieten – als dat via YouTube al niet vanzelf gaat. Beter nog: dat ze zelf wat leren spelen. Alle kinderen. Niet alleen de rijken.

Dat idee schraagt het succes van Het Leerorkest en vele andere inschoolse vormen van muziekeducatie. De juf van mijn dochter beloofde vorige week nog: tijdens het project ‘jamhub’ leert groep 7 muziek maken, en na een week of wat klinkt het al hartstikke leuk. Prachtig toch?

De werkelijkheid is dat een paar uur jammen inderdaad leuk is, maar ook niet veel meer. Dat je in vier jaar Leerorkest hetzelfde oppikt als in een jaar privéles. Maakt dat uit? Welnee. Er komen talenten bovendrijven die anders wellicht nooit met een instrument in aanraking waren gekomen. Sympathieke initiatieven als het Leerorkest vestigen bovendien de aandacht op muziekeducatie, en trekken sponsorgeld aan. Kinderen leren er samenwerken. Driewerf hoera. Maar er is nog wel iets meer over te zeggen.

De Rotterdamse gemeenteraad stemde net in met een onderzoek naar cultuureducatie. Idee: subsidie moet niet meer naar privélessen op de muziekscholen gaan, maar naar groepslessen in de wijk en op school. Dat is eerlijker, want breder. De muziekschool Amsterdam ging Rotterdam in 2011 voor in die verandering. Driekwart van de subsidie werd verplaatst naar binnenschoolse cultuureducatie voor het basisonderwijs, wat in de praktijk neerkomt op 15 uur les van een vakdocent per schooljaar, meestal zingen, en soms op een plekje in een Leerorkest. De keerzijde: 40 muziekleraren werden door de muziekschool ontslagen en het aantal leerlingen liep er terug van 7.000 naar 5.000.

Meer Amsterdamse basisscholieren leren nu iets van muziek. Maar minder kinderen leren écht wat. Voor talenten zijn er ‘academies’, maar die kosten mét subsidie nog 1.100 euro per jaar. Minder talentrijken wijken uit naar groepsles, die slechts door de deelsom betaalbaar blijft (475 euro). Voor de armsten springt het Jeugdcultuurfonds in. Maar een modaal gezin? Voor hen is muziekles een onneembare vesting. En muziekeducatie op het voortgezet onderwijs staat nog in de kinderschoenen.

Waarom wordt er geen landelijke koers gevaren voor álle kinderen van vier tot achttien? Verplaats (wat) muziekvakdocenten van de basisschool naar het voortgezet onderwijs en naar de Pabo, waar onderwijzers stevig les mogen krijgen in bijvoorbeeld zang en gitaar (het digibord helpt óók), opdat ze straks zelf hun klas warm kunnen maken voor muziek. Houd instrumentaal onderwijs bereikbaar voor iedereen. En steek extra geld van Sociale Zaken in jeugdorkesten en jeugdkoren, juist omdat muziek alle mensen, ook kinderen, met elkaar verbindt.