Topmannen: ‘we kunnen verdienen aan het klimaat, als...’

De economische belangen van de klimaattop zijn groot. We vroegen zes multinationals wat zij verwachten van ‘Parijs’.

De strijd tegen klimaatverandering loont. Of liever gezegd: met de overgang naar duurzaamheid – om de opwarming van de aarde te beteugelen – kun je geld verdienen.

Gevraagd naar het belang van de VN-klimaatconferentie in Parijs benadrukken zes in Nederland gevestigde multinationals allemaal het economisch belang. Maar om die economische kansen te kunnen grijpen moeten er ambitieuze en duidelijke doelstellingen komen voor de langere termijn. En stimulansen om meer vernieuwende technieken te ontwikkelen. Investeerders willen weten waar ze aan toen zijn zodat ze hun geld met een gerust hart in duurzame ontwikkeling kunnen steken.

NRC peilde zes grote multinationals in Nederland over het belang van de klimaattop. AkzoNobel, Heineken, Philips, Tata Steel en Unilever reageerden direct op de vragen. Shell stuurde eerdere uitspraken van bestuursvoorzitter Ben van Beurden.

1 Waarom is klimaatbeleid relevant voor uw bedrijf?

Unilever benadrukt het risico van ‘niets doen’. „Als we klimaatverandering niet aanpakken, dan is economische groei niet mogelijk”, reageert het bedrijf. „Natuurrampen kosten ons zo’n 300 miljoen euro per jaar”.

Unilever kondigde daarom vorige week aan over vijf jaar geen stroom meer te gebruiken die is opgewekt met steenkool. Ook belooft het bedrijf voor 2030 zijn hele energievoorziening ‘klimaatneutraal’ te maken. Daarna wil het bedrijf doorgaan met investeren in duurzame energie, om lokale gemeenschappen in gebieden waar het actief is te laten profiteren van schone energie.

Dat is ook eigenbelang. Volgens Unilever vragen consumenten steeds vaker om duurzame producten. „De meest duurzame merken groeiden vorig jaar tweemaal zo snel als de rest van de activiteiten”.

Ook Heineken wijst op de financiële voordelen van verduurzaming. „Ieder liter proceswater die we ergens in de wereld minder gebruiken kan ook worden uitgedrukt in euro’s, net zoals iedere kilowatt energie die we besparen.” Zuiniger omgaan met natuurlijke bronnen, bespaart dus gewoon geld. Maar de bierbrouwer benadrukt ook het bredere maatschappelijke belang. „Daarom willen we in 2020 de uitstoot van CO2 in onze productie met 40 procent, in de distributie met 20 procent en in het gebruik van onze koelkasten met 50 procent verminderd hebben.”

Philips ziet in duurzame groei alleen maar voordelen: werkgelegenheid en verlaging van energiekosten voor overheid, bedrijfsleven en huishoudens. „We hoeven niet te kiezen tussen economie of klimaat of kwaliteit van leven, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

Volgens AkzoNobel kan een bedrijf op eigen houtje weinig uitrichten. „Slechts 15 procent van de totale klimaatvoetafdruk van AkzoNobel valt binnen onze directe controle”. „Daarom”, antwoordt het bedrijf „willen wij in 2020 de efficiency van onze gehele productieketen met 25-30 procent hebben verbeterd”.

Het directe belang van Tata Steel ligt iets anders. „Staalproductie gaat onvermijdelijk gepaard met CO2-emissie.” De vraag is vooral hoe je de productie zo kunt inrichten dat de uitstoot zo gering mogelijk is. In IJmuiden wordt nieuwe technologie ontwikkeld die 20 procent minder uitstoot van CO2 en 20 procent minder energieverbruik oplevert. „Doorbraaktechnologie die een echte game changer kan worden voor de mondiale staalindustrie.” Voorlopig kost dat alleen maar geld.

2 Hoe ziet een goed klimaatbeleid eruit?

Voor Shell staat ‘beprijzing’ van CO2 voorop. Hoe meer een bedrijf moet betalen voor de uitstoot, hoe meer maatregelen dat bedrijf zal nemen om de uitstoot te beperken. In een gezamenlijke verklaring roept Shell samen met BG, BP, Eni, Statoil en Total op tot een realistisch handelssysteem (ETS) van emissierechten. Met prijzen die vele malen hoger zouden moeten zijn dan nu. Maar, waarschuwt Shell, „het commercieel niet houdbaar” als het niet wereldwijd geldt.

Dat is ook precies wat Tata Steel antwoordt. Eenzijdige maatregelen ontwrichten de markt. „Verhogen van de prijs van CO2-rechten holt de concurrentiepositie van Europese staalbedrijven verder uit doordat er meer betaald moet worden voor de rechten én doordat de energieprijzen fors stijgen door de duurdere rechten”. Tata Steel: „Je creëert dan in Europa een situatie waarin je banen exporteert en CO2 importeert.”

Voor bedrijven betekent een goed klimaatbeleid vooral „meer samenwerken”. Unilever en Philips benadrukken dat er een duidelijke langetermijnvisie moet komen. Ook Shell hamert op een standvastig beleid voor de lange termijn.

3 Wat zijn uw verwachtingen van de klimaattop?

De reacties variëren van wijde vergezichten tot praktische stapjes. AkzoNobel denkt dat het „tij keert” en dat er een kans is op „veel krachtiger maatregelen”. Unilever benadrukt de rol van het bedrijfsleven. Er moeten ambitieuze doelen komen zodat investeerders weten waar ze aan toe zijn. De rol van bedrijven bij de transitie naar duurzaamheid wordt steeds belangrijker. „Parijs is een gouden kans, maar eerder het begin van de reis dan het einde”.

Heineken hoopt op een financiële stimulans voor duurzame initiatieven. „Beloon landen en ondernemingen die tonen het probleem daadwerkelijk aan te pakken”.

Philips verwacht, net als AkzoNobel, dat Parijs een „keerpunt” zal zijn maar benadrukt dat de omslag van onderop moet komen, vanuit de bedrijven. De technologie om grote stappen te maken is er al. Zoals bijvoorbeeld ledverlichting die een besparing van 80 procent oplevert. „Wij doen een oproep aan alle steden om straatverlichting te vervangen door led voor 2025.”

Tata Steel blijft behoedzaam. Het bedrijf verwacht niet dat er nu al afspraken gemaakt kunnen worden om alle staalproducenten in de wereld „onder een gelijke regime te brengen”. 

Reacties van bedrijven