Column

Saving private Mulder

Luister naar huzaar Klaas Appel, 95 jaar, en je voelt de historische sensatie. Hij verdedigde Nederland in de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog bij Ypenburg. Als chauffeur op een pantserwagen van de Blauwe Huzaren. Hoe hij zijn bevelvoerder, een jonkheer, om vier uur ’s morgens wakker moest maken omdat hij zwarte stipjes aan de hemel zag. Hoe hij bij het Kurhaus werd uitgezwaaid door huisvrouwen in hun nachtjapon. De onmenselijke herrie van de Duitse Junkers-bommenwerpers boven zijn hoofd.

De pantserwagen laveerde in een miezerige colonne van drie tussen de wrakstukken en de lijken door naar Delft. De Limburgs sprekende verkenner die aan kop reed, werd door een Nederlandse soldaat bij een wegversperring van zijn motor geschoten, omdat die dacht dat het een Duitser was.

„Plop, plop, plop”, hoort Klaas Appel weer van de sluipschutters bij de Schie. De geur van gas. Het gekerm van de gewonde Duitse piloten in de Frederikskazerne.

Bij hem aan tafel in Enkhuizen zit zijn kleindochter Heidie Mulder. Ze is reservist, sergeant 1 bij het Korps Nationale Reserve. Daarvan zijn er 3.000 in Nederland. Zij rukken uit bij rampen, ongelukken en als plaatsvervangers wanneer beroepsmilitairen worden uitgezonden. Ze laat een foto zien van zichzelf met rood-groene baret, naast haar grootvader.

Door de bezuinigingen op Defensie hebben de reservisten de afgelopen drie maanden niet kunnen oefenen – tot grote ergernis van een deel der troepen. „Normaal gesproken besteden we twee avonden en een zaterdag per maand aan militaire trainingen, schieten met het Colt-geweer, exerceren”, zegt Heidie. „Dat ligt nu tot januari stil.”

Premier Rutte zei na de aanslagen in Parijs: „Wij zijn in oorlog met IS”. Zijn boodschap aan het Nederlandse volk: wees alert. Is er een groep modelburgers die bereid is maandelijks Zivilcourage te trainen – de reservisten – wordt die lamgelegd.

„We hebben weinig geleerd van de Tweede Wereldoorlog”, zegt Klaas Appel. „Ik heb vijf dagen gevochten, zonder enige voorbereiding.”

„Hij werd gedwóngen Nederland te verdedigen”, zegt Heidie. „Ik doe het vrijwillig.”

„De dubbele namen en hoge rangen kregen voorrang in de schuilkelder”, zegt hij. „In het heetst van de strijd keek de een neer op de ander.”

„Nu is er meer eendracht”, zegt zij.

„Toen mijn kinderen klein waren, zei ik: ‘Het blijft niet zo rustig, jongens. Het gaat veranderen. Er komt weer oorlog’”, zegt hij. „Nu houd ik mijn hart vast voor mijn kleinkinderen.”

„Een paar jaar geleden was het motto van de krijgsmacht: ‘Beschermen wat je dierbaar is’. Dat spreekt mij erg aan”, zegt Heidie Mulder. „Ik ben vredelievend en sta tegelijkertijd paraat.”

„Ik vestig mijn hoop op haar”, zegt Klaas Appel.