Murray doet het bijna in zijn eentje

Groot-Brittannië versloeg België in de finale van de Davis Cup. Grote man bij de Britten was Andy Murray.

Uitblinker Andy Murray viert het winnen van de Davis Cup met het Britse team, nadat hij door een zege op David Goffin Groot-Brittannië op een beslissende 3-1 voorsprong heeft gezet.

Hij schreeuwt, hij vloekt, hij zucht, hij kreunt, hij krijst, hij huilt. Andy Murray, de tennisheld van Groot-Brittannië. Niet de meest ideale schoonzoon, maar wel een met wie je de oorlog wint.

Drie dagen lang perst de 28-jarige Schot er alles uit in de Davis Cup-finale tegen België in Gent. Of beter, de eindstrijd tussen België en Murray BV. Een winnende eenmansoperatie (3-1), waarmee Murray Groot-Brittannië na 79 jaar weer de landentitel in het tennis bezorgt.

Murray doet het bijna in zijn eentje. Hij poetst vrijdag een achterstand weg in de single na de nederlaag van teamgenoot Kyle Edmund, neemt zaterdag in de dubbel zijn haperende broer Jamie op sleeptouw en haalt op de slotdag het beslissende punt binnen tegen David Goffin. Drie optredens van Murray, drie keer winst. De laatste wie dat lukte in de finale van een Davis Cup was de Amerikaan Pete Sampras, twintig jaar geleden.

Een typerend beeld, kort voor de wedstrijd tegen Goffin gisteren. Terwijl het Belgische team een groepshug houdt om hun kopman vertrouwen in te praten, pakt Murray een paar meter verderop in zijn eentje rustig zijn tennistas uit. Hij heeft geen oppeppende woorden van ploeggenoten nodig. Hij heeft genoeg aan zijn eigen dadendrang. Na een belangrijk punt balt hij keer op keer zijn rechtervuist – hoog in de lucht, richting de hoek met het Britse publiek.

Murray temt de Gentse heksenketel in evenementencomplex Flanders Expo, met bijna 12.000 Belgen op de tribune. De superster, de nummer twee van de wereld, geeft het weekend kleur en gewicht. Hij stijgt boven zichzelf uit in de benauwde hal, als een verdedigingskunstenaar beweegt Muray zich op de baseline, af en toe piepend en krakend, sprintend en vliegend naar iedere bal.

Het laatste punt, alles zit er in. Murrays tweede matchpoint, een lange rally vol vuurwerk, de aanval van Goffin, een uiterste redding van Murray met zijn zwiepende forehand. Goffin stuift op naar voren, jaagt op de backhand van Murray, die een perfecte lob geeft. Einde wedstrijd.

Rauwe emoties komen los bij de soms zo nukkige Schot. Hij valt languit neer op het gravel en gooit zijn racket weg. „Ik ben waarschijnlijk niet eerder zo emotioneel geweest na een overwinning”, zegt Murray, die zaterdagavond vanuit zijn bed in zijn hotelkamer de Britse bokser Tyson Fury wereldkampioen zag worden in het zwaargewicht.

Natuurlijk, landentennis is een teamsport. En Murray is politiek bewust genoeg om daar na afloop de nadruk op te leggen, dat dit toch vooral een teamprestatie is. Maar met acht overwinningen in het enkelspel dit seizoen is Murray de dirigent van deze titel.

Murray is de derde speler die in één jaar een 8-0 score neerzet in het enkelspel, na de Amerikaan John McEnroe (in 1982) en de Zweed Mats Wilander (1983). Daarnaast won Murray ook nog drie partijen in het dubbelspel. „Wat hij heeft gedaan voor dit team is verbazingwekkend, zoveel overwinningen in een jaar. Hij zette zijn hele lichaam, zijn hele geest elke keer in voor het team”, zegt de Britse teamcaptain Leon Smith.

Murray maakt een eind aan de titelloze periode bij de Britten, sinds 1936. Destijds was Fred Perry de kopman, de grootste Engelse tennisser van de vorige eeuw. Altijd is er de schaduw van Perry waar Murray tegen moet vechten, lastige vragen over moet beantwoorden. Daar lijkt Murray nu definitief mee te hebben afgerekend.

Op drie belangrijke punten heeft hij de historie naar zijn hand gezet: de eerste Britse grandslamtitel sinds 1936 (Perry) won Murray in 2012 op de US Open, het trauma van 77 jaar Wimbledon zonder Britse winnaar (in 1936, ook Perry) spoelde Murray in de zomer van 2013 weg en nu breekt hij ook in de Davis Cup na 79 jaar de Britse ban. Check, check, check.

Schots-Britse discussie

Ook de Schots-Britse discussie rond Murray is naar de achtergrond gedrukt. In zijn jongere jaren grapte hij eens op de vraag wie hij tijdens het WK voetbal zou aanmoedigen: „Iedereen, behalve Engeland.” Dat werd hem aangerekend door de Engelsen, de opmerking werd steeds opgerakeld. Het hielp ook niet dat hij bij wedstrijden een polsbandje met de Schotse vlag droeg.

Dit weekend was hij het gezicht van Groot-Brittannië. Bij zijn wedstrijden droeg hij polsbandjes met de Union Flag. En kort na de beslissende overwinning in de finale van de Davis Cup sloeg hij de vlag van het Verenigd Koninkrijk om zijn nek. Ook zong hij mee met God Save the Queen. Interessante vraag is wat er was gebeurd als Schotland vorig jaar had gestemd voor afscheiding van het Verenigd Koninkrijk. Dan had de Britse ploeg het op termijn waarschijnlijk zonder Murray moeten doen – een kansloze missie.