Met nieuwe ontslagwet zijn werknemers ‘speelbal’

De Wet werk en zekerheid zou ontslag eenvoudiger en eerlijker maken. Maar juristen zien ‘Russisch roulette’.

Foto IStock

In een tandartspraktijk was ruzie ontstaan over geld. Volgens de tandartsen had de assistente, die het beheer had over de praktijk, niet goed op de uitgaven gelet. Ze zei zelf: ik heb niets gedaan zonder overleg. De rechtbank in Amsterdam oordeelde op 6 oktober dat de werkgever „ernstig verwijtbaar” had gehandeld bij haar ontslag. Ze kreeg geld mee, in juridische termen een ‘billijke vergoeding’: 8.000 euro.

Andere zaak: een notariskantoor wilde na 22 jaar af van van een werknemer. Ze had nooit kritiek gekregen op haar functioneren en de rechter vond ook in dit geval dat de werkgever „ernstig verwijtbaar” had gehandeld. Zij kreeg ook geld mee, maar wel veel meer: 50.000 euro. Dat was in de rechtbank van Rotterdam.

Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, kent de bijna zestig ontslaguitspraken die er zijn geweest sinds de Wet werk en zekerheid geldt, per 1 juli. Doel daarvan was: het ontslagrecht eerlijker en eenvoudiger maken. Er waren al zo’n twaalf uitspraken over ‘billijke vergoedingen’, soms waren het heel lage bedragen. „Het is Russisch roulette voor de werknemer”, zegt Houweling. „Wat heb je met een dure procedure voor de rechter te winnen als misschien maar met een paar duizend euro tot uitdrukking wordt gebracht hoe ernstig verwijtbaar de werkgever heeft gehandeld?”

De werkgever, zegt hij ook, denkt: ‘Hoeveel is het me waard om van deze werknemer af te komen?’ „Je creëert dan zelf de grond voor ontslag en koopt die af.”

Vóór de nieuwe wet gold in zulke gevallen de kantonrechtersformule: een ex-werknemer kreeg één maandsalaris per gewerkt dienstjaar mee. De ontslagvergoeding heet nu transitievergoeding en is veel lager: eenderde tot de helft van een maandsalaris per gewerkt jaar. Daar komt een ‘billijke vergoeding’ bovenop als een werkgever zich slecht heeft gedragen. Maar regels zijn daar niet meer voor. Houweling: „En dus zie je wildgroei.”

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) noemt in een brief aan de Tweede Kamer het verschil in vergoedingen „verklaarbaar”, omdat er geen „norm” is. De Tweede Kamer praat deze week over de wet, bij de behandeling van Asschers begroting.

Houweling ziet dat de ene rechter een ontslagaanvraag nu ook strenger toetst dan de andere. „Het lijkt er op dat je in sommige rechtbanken in Zuid-Holland makkelijker beëindiging van contract krijgt dan in Noord-Holland. Men is het wiel opnieuw aan het uitvinden.” En de ex-werknemer is volgens Houweling „het proefkonijn” en „speelbal van de wet”.

Eenvoudiger is het ontslagrecht er in elk geval niet op geworden. „Het is lawyers paradise”, zegt Tjeppe Ettema, advocaat in Rotterdam. Als een werkgever onder de oude regels een zwak dossier over een werknemer had en terugkeer er niet in zat, deed de rechter wat geld bovenop het bedrag van de kantonrechtersformule. „Die smeerolie is weg. De rechter moet toetsen of door de werkgever aannemelijk is gemaakt dat iemand niet functioneert en of er een verbetertraject is ingezet.”

Als rechters een ontslagaanvraag afwijzen, duurt het conflict langer. Ook voor werknemers is dat geen voordeel. Ettema: „De beste oplossing is uiteindelijk toch: een nieuwe baan.”

Ettema denkt dat de arbeidsmarkt erdoor kan verstarren. „Voor werknemers is er minder te halen bij ontslag, omdat de transitievergoeding laag is. Zij kunnen honkvaster worden. En de werkgevers moeten nu eerst goed uitzoeken wat de ontslaggrond is.”

Vóór 1 juli kon een werkgever nog kiezen: ontslag via het UWV of de kantonrechter. Nu kan een ontslag om persoonlijke redenen alleen via de kantonrechter. Ontslag omdat een bedrijf slecht draait, moet via het UWV – en anders dan vroeger hoort daar ook een ontslagvergoeding bij. Nieuw is ook dat werkgevers zo’n vergoeding moeten betalen aan zieke werknemers die na twee jaar via het UWV worden ontslagen en een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen.

„Wij zien nu met een zekere regelmaat dat werkgevers die mensen dan maar in dienst houden”, zegt Marian Bruins, advocaat van SRK Rechtsbijstand. Zo’n slapend dienstverband kost niets. Bruins wijst werkgevers erop dat werknemers zich dan op elk moment weer kunnen melden.

Werkgevers denken vooral aan het geld van de transitievergoeding. Er zijn nu al werknemers die bij de rechter hun ontslag willen afdwingen. Bruins: „Een rechter in Leiden heeft zo’n werkgever een kans gegeven. Hij mag zijn werknemer in dienst houden als hij die echt voor het werk wil behouden. Als het alleen gaat om de transitievergoeding, mag het niet.”