Maarten en Annie gingen over de rooie

Wie: Maarten en Annie

Kwestie: smaad, stalking, belediging

Waar: rechtbank Den Haag

De officier zegt er „beroepshalve” somber over te zijn en de rechter verzucht dat niemand met het vonnis zal opschieten. De strafkamer zit die ochtend in z’n maag met een zeventien jaar durende burenruzie tussen nette mensen in bovenmodale huizen in een keurig dorp bij Den Haag.

De feiten zijn bijna drie jaar oud. Maarten en Annie hebben zich niet netjes gedragen, geven ze toe. Maar meneer de rechter, „dit was een proces van over en weer”. Er waren beledigende mails, smadelijke post, nachtelijk bellen, beledigingen over de schutting met mandarijnschillen en wc-rollen retour, het was elkaar ‘beloeren’, opwachten, toeroepen en er waren geheven middelvingers. Het ging van „Gekke Bertha, je bent echt een koe” en „Psycho Annie die zich moet laten behandelen”. 112 had het er druk mee.

Het buurtje zit in de zaal – de rancune en verontwaardiging sissen langs de stoelen. Twee gepensioneerde buurmannen deden aangifte. De één eist 3 ton schadevergoeding, de ander 1,5 ton. Waardevermindering van hun woning, schade aan het woonplezier, kosten voor de advocaat en zichzelf.

De strafzaak is een uitzaaiing van een bestuurszaak die Maarten en Annie ten slotte wonnen. Dat ging over een schuurtje, dat volgens de buren op hún grond zou staan. Van wat er in de processtukken werd beweerd, zijn Maarten en Annie over de rooie gegaan. Annie vond het meineed en Maarten vond dat zijn buurman zich niet gedroeg „zoals het een goed ambtenaar betaamt”. Die zat te corresponderen in kantoortijd, op het briefpapier van zijn departement.

Er zijn drieduizend pagina’s bagger over me uitgestort, zegt Maarten. ’s Avonds laat, met een borrel te veel op, hebben ze toen de mail gestuurd die begon met „Sukkels zijn jullie...” Onze grenzen vervaagden, erkent Maarten. Maar hij vond niet dat hij fout zat toen hij bij het ministerie waar zijn buurman werkt een klacht indiende. Annie stopte het bezwaarschrift van de buurman terug onder diens ruitenwisser. Ze stonden onder zware stress en sliepen niet meer, zo moest u dat zien.

Annie is fel, Maarten bezwerend. Sinds 2012 mochten zij geen aangifte meer doen bij de politie – hun klacht daarover is erkend, maar geholpen heeft het niet. Annie is getergd: zíj willen dat we leven volgens hún normen. Ze zijn wel zéven keer bij de bestuursrechter geweest. Ze staan me uit te lachen; als ik boodschappen doe, volgen ze me. Ze zijn jaloers, willen geld, eerst van de gemeente, nu van ons. Maarten, manager in de zorg, vindt het bizar. Na de aangifte zat hij negen uur vast op het bureau.

De officier vindt het incident ernstig. Bovendien „ettert het voort”. Hij eist een werkstraf van 40 uur, een contactverbod en twee weken voorwaardelijke cel met een proeftijd van twee jaar. De claims van de buren wijst hij af. Een vergoeding van 100 euro moet volstaan.

De advocaat wil de klacht bij de werkgever niet kwalificeren als smaad. Ergens „ruchtbaarheid aan geven” is toch wat anders. En stalking? Was de correspondentie voldoende ernstig, frequent, intensief en langdurig? Heeft dat „diepgaande invloed” gehad op hun levens? Is de buurt angstig geworden? De advocaat vindt vrijspraak met een flinke waarschuwing voldoende.

De rechtbank veroordeelt het stel tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur, met een proeftijd van twee jaar. De schadevergoeding wordt afgewezen. Van smaad worden zij vrijgesproken. De straf is lager dan de eis omdat de periode van de strafbare feiten (anderhalve maand) kort was. Ook sluit de rechtbank niet uit dat de aangevers een rol hebben gespeeld.