In Museum Arnhem is ook het uitzicht kunst

De grote plannen zijn gesneuveld, maar Museum Arnhem moet toch nodig verbouwd worden. De gemeente beslist morgen.

Het uitzicht van de Rijnzaal op de uiterwaarden van de Rijn. Het is de mooiste zaal van Museum Arnhem, maar het kan nog beter.

De schaal, de sfeer en de Rijnzaal: die maakten Museum Arnhem het lievelingsmuseum van Saskia Bak. Sinds een half jaar is ze er directeur. Morgen besluit het Arnhemse college van burgemeester en wethouders of ze haar ideeën voor vernieuwing steunen. En daar 11 miljoen euro voor gaan uittrekken.

Als ze dat doen, komt er een einde aan jaren van plannen die eigenlijk te groots waren, in elk geval kwam er niks van terecht. Dat begon met de Rijnboog, een ambitieus totaalplan van een jaar of twintig geleden om verpauperde wijken aan de oever van de Rijn aantrekkelijker te maken. Het museum, de schouwburg en het filmhuis zouden er samen een nieuw onderkomen krijgen. Eerst werd erop bezuinigd, toen werd het weggestemd.

Dus zijn de schaal en de sfeer in Museum Arnhem - specialisaties: magisch realisme, vormgeving, door vrouwen gemaakte kunst - nog vrijwel dezelfde als toen Saskia Bak (51) het al haar lievelingsmuseum vond. De Rijnzaal, dat is de zaal waar je in uitkomt nadat je eerst door een paar kleinere zalen bent gelopen. Opeens is daar dan een enorm raam, met een adembenemend uitzicht over de uiterwaarden. Het is, zou je kunnen zeggen, een tentoonstelling op zich.

Maar diezelfde Rijnzaal laat ook meteen het verschil voelen met de rest: die is te klein, een beetje donker. En dat terwijl, zegt Saskia Bak, „er zoveel meer mogelijk is als je ziet waar het museum ligt”. Namelijk: aan een stuwwal langs de Rijn, een soort groen plateau dat zich midden in de stad uitstrekt vanaf het nieuwe station tot aan Park Sonsbeek. En waaraan het museum, de kunstacademie en stadsvilla’s liggen. „Cultuur, natuur en stadsgeschiedenis ineen, in het centrum van de stad, dat zie je bijna nergens.”

Dus dit is het plan, dat intussen veel bescheidener is: het populaire museumcafé, in feite een noodgebouw dat het uitzicht belemmert op de groene achterkant, wordt afgebroken. In plaats daarvan, maar tegelijk veel groter komt er een ondergrondse zaal. Dan is er ook meteen meer expositieruimte, kunnen er lezingen worden gehouden en concerten gegeven.

En die ruimte moet natuurlijk uitzicht krijgen op de uiterwaarden, met een groot raam aan het uiteinde van de zaal, waar die de wal bereikt. Dat zou allemaal moeten lukken met het beschikbare geld. Als het college morgen ja zegt, kan er een architect worden aangezocht.

Zelf heeft Bak voorbeelden verzameld van hoe het ook nog zou kunnen, zoals met een paviljoen op palen dat enkele tientallen meters uit de stuwwal steekt. Of met niet één maar twee ondergrondse zalen. „Maar de bedoeling is dat het organisch wordt. Nu dit, maar als er over vijf of tien jaar geld is, kunnen we weer verder.”

Als alles goed gaat is de nieuwbouw over drie jaar klaar.