Genocide? Helaas, uw zaak is verjaard

Civiele vorderingen verjaren naar Nederlands recht. Ook als ze voortkomen uit genocide. Onbestaanbaar, vindt mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld.

Een Iraaks-Koerdische vrouw op een begraafplaats voor de slachtoffers van een gifgasaanval door het bewind van Saddam Hussein, in 1988. Foto AFP/Safin

Een aantal jaren geleden ontmoette ik Rebas Kadir. Hij was 4 toen zijn longen en zijn huid werden verminkt bij een gifgasaanval op Halabja. Dat is een Koerdische stad in het noorden van Irak. Op 16 maart 1988 gooiden vliegtuigen mosterdgasbommen op deze stad. Met uitzondering van Rebas kwam de hele familie Kadir, samen met 5000 anderen, om het leven.

De Nederlandse zakenman Frans van Anraat heeft een grote bijdrage geleverd aan de chemische wapens van Irak. In 2007, twintig jaar na zijn gifgasleveringen, veroordeelde het Gerechtshof Den Haag hem voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven. Hij zit nu een gevangenisstraf van 16,5 jaar uit.

Toen Van Anraat hier in Nederland werd vervolgd, wilden Kadir en andere slachtoffers hun schade op hem verhalen. Maar civiele vorderingen verjaren naar Nederlands recht. Ook als ze voortkomen uit internationale misdrijven zoals oorlogsmisdrijven of genocide. De dader kan tot in lengte van jaren worden vervolgd. Maar civiele vorderingen hebben een houdbaarheidsdatum. Voor sommige slachtoffers bleek de verjaring een onneembare hobbel. Ons recht is hier niet consistent. De belangrijkste procedurele reden vóór verjaring is het verloren gaan van bewijs. Dat maakt een eerlijk proces onmogelijk. Verjaring beschermt mensen tegen het risico dat ze zich moeten verweren tegen aantijgingen terwijl de feiten zijn vervaagd. Er zijn ook inhoudelijke redenen. Na verloop van tijd kan de maatschappij zo veranderd zijn, dat berechting geen redelijk doel meer dient.

Maar bij internationale misdrijven hebben ándere argumenten zwaarder gewogen. In de eerste plaats de ernst. Een verdachte van oorlogsmisdrijven wordt niet geacht te profiteren van het verstrijken van de tijd. Het beginsel van vergeten en vergeven is hier niet van toepassing. Van slachtoffers mag niet worden verwacht dat ze hun normale leven oppakken. Bij grootschalige misdrijven kan er bovendien na verloop van tijd meer bewijs beschikbaar komen. Bij dit soort misdrijven zijn vaak overheden betrokken. Zij hebben het bewijs in archieven opgeborgen. Na verloop van tijd worden deze openbaar. Wisseling van regimes kan ook mogelijkheden bieden. Oude machthebbers verliezen politieke bescherming.

Al deze argumenten tégen verjaring van internationale misdrijven gelden net zozeer voor de strafvervolging van de daders als voor hun aansprakelijkstelling door de slachtoffers.

Afschaffing van de verjaring in het strafrecht was juist bedoeld om de belangen van slachtoffers te beschermen. Als het moreel juist is om ernstige misdrijven decennia erna nog te vervolgen, dan is het moreel net zozeer juist om de slachtoffers de kans te geven schade te verhalen lang na de feiten.

Er is geen twijfel over dat we de meeste schade niet kunnen herstellen met juridische procedures. Het zijn langlopende, kostbare procedures; de uitkomst is onzeker. Maar er zijn nijpende gevallen die niet op andere wijze kunnen worden opgelost. Dit is des te meer zo waar de slachtoffers de minder machtige partij zijn en dus politiek al snel aan het kortste eind trekken, wat vaak het geval is bij slachtoffers van internationale misdrijven.

Hoe verder? In Syrië wordt ook mosterdgas ingezet. Zullen de slachtoffers straks te laat zijn als zij hun schade willen verhalen?

De afschaffing van de verjaringstermijn voor internationale misdrijven in het strafrecht was, denk ik, een veel grotere dan die naar gelijke toepassing hiervan op de civiele vorderingen.

Het is bovendien van belang dat er geen nodeloze verschillen bestaan tussen straf- en privaatrecht.

De eenheid van het recht is van grotere betekenis. De wetgever heeft vooral aandacht gehad voor het strafrecht. De overheid heeft vooral behoefte aan het stellen van daden bij ernstige misdrijven. Slachtoffers worden wel meegenomen in deze dadendrang, maar dat gaat dan via het strafrecht. De wetgever zal wellicht huiverachtig zijn de verjaring van internationale misdrijven ook civiel af te schaffen. De staat kan dan zelf aansprakelijk worden gesteld.

Toch is het ook in het belang van de staat. Opdat het boek kan worden gesloten. Mensenrechtenschendingen zijn een last waar we allemaal mee rondlopen. Ik zag onlangs de documentaire over onze oud-premier Kok. Een deel daarvan ging over Srebrenica. De emotie waarmee Kok sprak raakte me. “Het is een zwart boek waaraan iedere dag bladzijdes worden toegevoegd”, zei hij.

Als we het leed negeren, negeren we onszelf. We moeten de juridische strijd in de rechtbank niet zien als een nare herinnering, maar als middel om geschillen op vreedzame wijze op te lossen. Waarna we verder kunnen.