Column

‘Ga terug naar je land’

Hoe vergaat het de moslims in de Verenigde Staten na de aanslagen in Parijs? Niet best, begrijp ik uit een nogal alarmerende reportage in The New York Times. Daarin vertellen moslims over hun ervaringen op straat.

„We hebben sinds 9/11 niet zoveel verzet tegen de moslimgemeenschap gezien. Ik ben geschrokken”, zegt Sadyia Khalique, een leider van de Council on American-Islamic Relations. „Het is zelfs erger dan na 9/11”, zegt Khalid Latif, imam en directeur van het Islamic Center aan de New York University.

In het artikel vallen de verhalen van twee moslima’s op. Ferida Osman, 21 jaar, studente aan het Hunter College en geboren en getogen in Amerika, werd aangevallen toen ze reisde van Hunter naar haar huis in Huntington, Long Island. Terwijl ze stond te telefoneren, kreeg ze klodders speeksel over zich heen. Ze hoorde een man roepen: „Ga terug naar huis, jij terrorist.” Hij verdween snel in de menigte. „Ik voelde me geen mens meer”, vertelt Ferida Osman. „Het geeft je een vreselijk gevoel van isolement.”

Sameya Omarkheil, een 22-jarige Afghaanse studente van St. Paul’s School of Nursing in Queens, werd opzettelijk door een man ten val gebracht toen ze zich naar een examen haastte. Hij gooide een sigarettenpeuk naar haar terwijl ze op de grond lag, doofde hem met zijn schoen en zei: „Ga terug naar je land.” Net als Osman is Sameya Omarkheil geboren en opgegroeid in Amerika en draagt zij een hoofddoek. „Ik was zo bang,” zegt ze, „dat ik niets kon terugzeggen.”

Het lijken geen geïsoleerde incidenten. In de wijk Bedford-Stuyvesant in Brooklyn werden twee moslima’s bespuugd door een man die beweerde dat hij een postbeambte was; hij zei dat hij hun ‘tempel’ in brand zou steken.

In heel het land worden regelmatig dergelijke incidenten gemeld. „Het voelt alsof iedereen naar je staart terwijl je op het toneel staat”, zegt Ferida Osman. „Zodat je bang bent iets fout te doen.”

„Mijn hart breekt als ik zulke dingen hoor”, zegt Linda Sarsour, directeur van de Arab American Association of New York. „Het wordt een lange strijd, dit zal niet gauw veranderen.”

Het brengt ons bij Donald Trump, onze troetelrepublikein. Ik vergeleek hem twee maanden geleden in deze rubriek met Pim Fortuyn, maar hij maakt rappe vorderingen en ik zou er nu in één adem Geert Wilders aan willen toevoegen. Vooral in zijn toon en vocabulaire legt Trump dezelfde onbeschoftheid aan de dag als Wilders.

Zoals Bas Heijne zaterdag al schreef, imiteerde Trump op de bühne de bewegingen van een spastische journalist van The New York Times die een kritisch verslag over hem had geschreven. Trump ontkent het, maar er circuleert op internet een filmpje dat geen twijfel toelaat. Trump heeft ook al een database voor Amerikaanse moslims voorgesteld en waterboarding voor verdachte moslimterroristen bepleit: „If it doesn’t work, they deserve it anyway.”

Wat Trump, evenals Wilders, wil en krijgt, is polarisatie. Op zijn verkiezingsbijeenkomsten is het al gekomen tot botsingen tussen pro- en anti-Trump-fanatici. De immigratiepolitiek is de twistappel; populisten weten waar ze de mosterd moeten halen.

Voor we te somber worden: zullen ze er ook de macht mee veroveren? Ik heb nog geen Amerikadeskundige gehoord die dat gelooft. En een groot kenner en ex-ingezetene van Frankrijk verzekerde me dat het Marine Le Pen evenmin zal lukken. Troost!