En hier gaat het concreet over

De komende twee weken wordt er onderhandeld. Onder meer over of het te sluiten verdrag bindend is, en of er controle op de beloftes komt. En natuurlijk over geld.

De wereldwijde groei van de uitstoot van broeikasgassen was vorig jaar maar een half procent hoger dan in 2013. Dat is goed nieuws voor de grote klimaattop in Parijs, die vanmorgen is begonnen en die over twee weken moet eindigen met een nieuw, mondiaal klimaatverdrag. In het afgelopen decennium groeide de uitstoot nog met zo’n 4 procent per jaar, schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat deze cijfers eind vorige week publiceerde.

Voor de onderhandelaars in Parijs kan dat geen reden zijn om achterover te leunen. Ook een half procent meer broeikasgassen per jaar is veel te veel. Het leidt tot een gevaarlijke stijging van de temperatuur (met meer dan 2 graden), waarvan eerder juist is afgesproken dat die voorkomen moet worden. De uitstoot van broeikasgassen moet fors omlaag, dat is de inzet van de klimaattop.

De verwachtingen zijn voor Parijs minder hoog gespannen dan zes jaar geleden voor Kopenhagen. En misschien is dat maar goed ook. Kopenhagen mislukte omdat het een alles-of-niets conferentie was. Deze keer verlopen de onderhandelingen pragmatischer en realistischer. In Kopenhagen was vooraf een doel vastgesteld en werd er onderhandeld over het verdelen van de pijn. Nu hebben landen klimaatbeloftes ingediend die zij haalbaar achten.

Het probleem is alleen, dat die beloftes opgeteld onvoldoende zijn om de opwarming onder de twee graden Celsius te houden. Met de huidige toezeggingen stevent de wereld af op ongeveer 2,7 graden. Toch zal waarschijnlijk niet al in Parijs worden geprobeerd om de afspraken aan te scherpen. Eerst maar eens een akkoord, is de gedachte. De rest komt later wel – als al lang is gebleken dat klimaatbeleid niet alleen geld kost, maar ook iets oplevert.

Deze benadering vergroot de kans van slagen, maar is geen garantie voor succes. Veel zaken zijn nog niet opgelost. Dit weekeinde probeerde de Franse minister van Buitenlandse Zaken en voorzitter van de top, Laurent Fabius, al vast een probleem uit de weg te ruimen. Hij kwam de VS tegemoet, die absoluut niet willen dat het akkoord een juridisch bindende status krijgt – dat zou namelijk nooit door het Congres komen. Maar ontwikkelingslanden zullen dit niet zomaar van Fabius accepteren.

Andere hete hangijzers zijn: hoe controleer je of landen hun beloftes nakomen, en wanneer maak je concrete afspraken over de extra maatregelen die de wereld moeten behoeden voor meer dan twee graden.

Zelfs als dat allemaal geregeld wordt in de komende twee weken, blijft er nog een struikelblok over. En dat is geld. Veel arme landen kunnen hun beloftes alleen waarmaken als rijke landen bereid zijn de kosten te dragen. Daarvoor moet vanaf 2020 een klimaatfonds beschikbaar zijn met jaarlijks 100 miljard dollar (94,5 miljard euro). Dat geld is er nog niet, al gaat het wel de goede kant op. Over de voorwaarden, de verdeling en de besteding bestaat nog onenigheid.

De eerder genoemde cijfers van het PBL laten weliswaar een dalende trend zien in de CO2-uitstoot – al is die deels het gevolg van de warme winter van 2014, vooral in Europa. Maar ze tonen ook de enorme verschillen tussen landen. Terwijl de twee grootste vervuilers, China en de VS, hun broeikasgassen vorig jaar allebei met ongeveer 0,9 procent zagen toenemen, daalde de uitstoot in de Europese Unie met 5,4 procent.

Opvallender zijn de emissies in India. Die stegen met maar liefst 7,8 procent. De vrees bestaat dat India wel eens de rol van China kan overnemen als de grote klimaatvervuiler. Als India de komende jaren niet in staat is zijn uitstoot te beteugelen, kunnen veel goede voornemens van Parijs tenietgedaan worden en komt een belangrijke doelstelling in gevaar, waarvan velen hopen dat die in het akkoord van Parijs terechtkomt: een energievoorziening die in de tweede helft van deze eeuw klimaatneutraal wordt.