David di Tommaso is er bij FC Utrecht altijd en overal

FC Utrecht stond weer stil bij de dood van David di Tommaso: een traditie.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Stilzwijgend staan supporters van FC Utrecht op uit hun stoel. Ze kijken omhoog, naar een filmpje dat wordt getoond op de grote schermen boven de tribunes. Van zichzelf heeft het nummer Ti amo al een treurige ondertoon, maar het Ik heb je lief van Umberto Tozzi krijgt een nog veel droeviger lading als het is gekoppeld aan beelden van een vervlogen voetbalheld die de thuisclub nooit had mogen ontvallen: de Franse verdediger met het leeuwenhart, David di Tommaso.

Op de dag dat FC Utrecht thuis speelde tegen Heracles Almelo was het tien jaar geleden dat hij op 26-jarige leeftijd in zijn slaap werd getroffen door een hartstilstand. Zijn tiende sterfdag, maar in een speech op het veld sprak algemeen directeur Wilco van Schaik van een gevoel alsof Di Tommaso nooit was weggeweest. „David was een verbindend persoon. Op het veld, maar ook op kantoor. Hem hoefden we na afloop van de wedstrijd nooit mee te slepen naar het supportershome. David wist wat FC Utrecht voor een supporter betekende.”

Van Schaiks ode was illustratief voor de tragiek van de te vroeg gestorven voetballer. Hoe pijnlijk ook, maar Di Tommaso werd na zijn overlijden misschien wel bekender dan hij daarvoor was. Zijn dood werd een wezenlijk onderdeel van de clubgeschiedenis, ook al speelde hij niet meer dan 44 duels voor FC Utrecht. „Hier voel ik hem het meeste”, zei weduwe Audrey, die net als Van Schaik een toespraak hield op het veld. Met haar twaalfjarige zoon Noa kreeg ze er een cheque voor zijn latere opleiding. „Omdat we jullie nooit vergeten”, zei Van Schaik.

Woede en tranen

Zo gaat ook Manchester City om met de nagedachtenis van Marc-Vivien Foe. De Engelse club gebruikt nooit meer het rugnummer (23) van de speler uit Kameroen, die op 28-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand. Fans van het Belgische Club Brugge klappen al zeven jaar lang elke 23ste minuut voor François Sterchele, de topschutter die na een avond stappen de macht over het stuur verloor van zijn Porsche Cayenne. Postuum werden zij bekender dan bij leven.

Dat Di Tommaso zo voortleeft in Utrecht, zegt iets over de hechtheid van de club, aldus rouwdeskundige Daan Westerink in het AD. Gedeeld verdriet, dat nog altijd woede en tranen oproept door de oneerlijkheid van een te vroege dood. „Iedereen voelde zich vooral machteloos. Logisch dat de behoefte om dat weer samen te beleven blijft.”

Tv-presentator Bas van Veenendaal, die over Di Tommaso een jaar na zijn dood een documentaire maakte: „FC Utrecht staat elk jaar stil bij zijn overlijden, maar als je dat om de vijf jaar doet, heb je kans dat het wegebt. Helemaal als dan ook nog de helft van het personeel weg is.” De club, die eerder al rugnummer 4 voor altijd aan Di Tommaso gaf, ging voor een groots eerbetoon. Met onder meer een speciaal wedstrijdshirt met daarop zijn foto, een welkomstwoord in het Frans door de stadionspeaker, zijn beeltenis op het programmaboekje en een gedenkplaats bij de hoofdingang.

Rode bloemen bij de hoofdingang

Neem een rode bloem mee, was het verzoek aan de aanhang. Die beantwoordde de oproep: rond zijn portret bij de hoofdingang liggen stapels rode bloemen. Neergelegd door oude en jonge supporters, die de verdediger allemaal in de ogen kijken voordat ze zwijgend het stadion betreden.

Remco de Hoop staat er met zijn zoon. Beiden waren ze erbij toen FC Utrecht onder bezielende leiding van Di Tommaso met 1-0 van Ajax won, op 27 november 2005. Twee dagen later stond hij nog steeds fluitend op, zo blij als Utrechters kunnen zijn met een zege op de Amsterdamse aartsvijand, tot hij via de radio meekreeg dat één van de helden van die zondag de club was ontvallen. „Ik was totaal verslagen. Heel onwerkelijk.” Op zijn jas draagt hij een speldje van Di Tommaso. „Al tien jaar lang.”

Afgelopen week, toen de zender Fox Sports een nieuwe documentaire over Di Tommaso uitzond, werd het hem weer te veel. „Ik heb weer als een klein kind zitten huilen. Het valt me toch zwaar. Dan kom je op de site van FC Utrecht en dan zie je meteen zijn portret. Het is me wat.”

Wanneer is het te veel? Over die vraag hebben ze bij FC Utrecht nagedacht. De club wil zijn voormalige speler van het jaar eren, maar niet op een wijze die doet vermoeden dat zijn nagedachtenis wordt uitgebuit. Een woordvoerder: „Je kunt wel zeggen dat je hem nooit vergeet, maar dan moet je dat ook laten zien.”