Column

Bibliotheekboeken zijn vies

Een telefoontje van de CPNB en de hoer in mij zat al in de trein naar Arnhem waar in de plaatselijke bibliotheek – ‘de beste bibliotheek van 2014’ - de nieuwe beste bibliotheek en de bibliothecaris van het jaar bekend werden gemaakt.

Ik zat in ‘het opwarmertje’, zoals een medewerkster van Bibliotheekblad de speciale ‘literaire edititie’ van het programma ‘de slimste mens’ noemde, waarvoor presentator en ex-journaallezer Philip Freriks vanuit Parijs was ingetreind.

Op de vierde verdieping ontmoette ik mijn medekandidaten: een ‘veellezer’ uit Velp en schrijfster Lydia Rood, die in het ziekenhuis van Velp geboren was. Velp was de gemeenschappelijke factor, dan ben je snel uitgepraat.

De ‘veellezer’ en ik tenminste, Lydia Rood niet. De schrijfster droeg de haren in een wrong waarin bolletjes wol zaten en zei dat de mensen haar maar ‘een gek mens’ vonden, maar dat haar dat niets kon schelen. Ze was ook een gek mens en dat heb ik om haar te plezieren uiteindelijk ook maar tegen haar gezegd.

„Echt?”, zei ze. „Ik hoor dat gek genoeg vaker.”

Philip Freriks kwam binnen, hij begon over het weer.

Ik wist helemaal niet meer wat voor een weer of het was en pareerde met een opmerking over Velp. Had hij daar soms ook gewoond?

Hij woonde in Parijs en Amsterdam, hetgeen volgens Lydia helemaal niet kon omdat je maar op een plaats tegelijkertijd kon zijn. Ze zei dat ze nooit naar zijn programma op televisie keek en dat ze dat ook niet van plan was.

„Ze is een gek mens”, zei ik.

Daarna zei ze de hele tijd dat ze niets wist. „Wat doe ik hier? Ik weet niets! O god, ik ben zo slecht in dit soort dingen.” De ‘veellezer’ zei dat hij de bladzijdes niet meer telde die hij had gelezen. „Ik denk in uren.” Philp Freriks zei dat hij bij dit soort schnabbels af en toe een grapje ten koste van de deelnemers ging maken. „Leuk”, hoorde ik mezelf zeggen.

Even later liepen de veellezer, het gekke mens en ik in ganzenpas achter de grappenmaker de theaterruimte in, waar we werden gevoerd aan een zaal vol bibliotheekmedewerkers voor wie dit wel het hoogtepunt van het jaar was.

Het was best bijzonder om samen bijna niets te weten voor een zaal met bibliotheekmedewerkers die allemaal wel wisten dat Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert in 1962 was uitgegeven.

De handicap van de beroepsgroep was dat ze dat na afloop ook tegen je kwamen vertellen, waarna een onvermijdelijk praatje over werken in de bibliotheek volgde. Ik vond bibliotheekboeken vies, maar daar hoorde je nooit iemand over. Eentje zei: „Ik ben blij dat ik tussen de uitdagingen in bibliotheekland woon.”

Ze kwam uit Oude Pekela.