Artsen schreeuwen nog het hardst

Gaat de hockeycultuur langzaam op voetbal lijken? Langs de lijn bij Xenios in Amstelveen.

Manende woorden op de dug-out van het Wagener Stadion in Amstelveen. Hockeyclubs proberen het toenemende geweld binnen en langs de lijn de kop in te drukken.

Donker geschreeuw van jongens, felle kreten van meisjes. De hitte van de strijd komt je al buiten het stadion tegemoet. Zaterdagmiddag om vier uur speelt in het Wagener Stadion in Amstelveen het B1-team van hockeyclub Xenios. Een jongen uit dat team trapte in oktober een scheidsrechter in zijn kruis. Hij werd negen wedstrijden geschorst. Vorig weekend was er het incident met hockey-international Willemijn Bos. Zij sloeg een tegenspeelster met haar stick hard tegen het onderbeen, hoewel de bal allang verder gespeeld was. Reden voor de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) om zijn zorgen te uiten over het toegenomen geweld rond het veld. Het aantal gele kaarten nam afgelopen jaar weliswaar met 25 procent af, maar het aantal rode nam met 12 procent toe. Het aantal meldingen van wangedrag verdubbelde ten opzichte van twee jaar geleden. Logisch, want de KNHB heeft melden van onsportief gedrag gestimuleerd.

Je verwacht inmiddels voetbaltoestanden op het hockeyveld. Maar in het Wagener stadion is er langs de zijlijn van woeste praktijken weinig te merken. Gecoiffeerde hondjes kwispelen hun staarten en op de tribune worden zorgen geuit over de voorspelde windstoten die een succesvol partijtje golf in de weg kunnen staan. Daarmee hebben we het spannendste wel gehad. „We willen er vroeg bij zijn”, zegt Guido Davio van de KNHB. „Correct gedrag zit zo diep in de cultuurwaarden van onze sport verankerd; dat willen we hooghouden.”

Was het kruistrappen een incident? „Daar willen we niet meer over praten”, zegt de teammanager van Xenios. Hij zit op de tribune naar de B1-jongens te kijken. Een paar ouders willen vertellen over het voorval, maar de teammanager kapt hen af: niet meer over praten. Ellen Jansen (49), moeder van de nummer 7, probeert tussen neus en lippen door uit te leggen dat het in de media uit zijn verband getrokken is. De scheidsrechter had de jongen bij zijn nek gepakt, hij had zich losgerukt en had vervolgens getrapt. Zeker niet goed te praten, maar in de berichten leek het net alsof er een grote vechtpartij was uitgebroken. „Hij krijgt negen wedstrijden schorsing en Willemijn Bos mag na vier wedstrijden gewoon met het Nederlandse team op pad.” De teammanager werpt moeder Ellen een strenge blik toe. „Nee nee, ik had het over Willemijn Bos.” Het management van Xenios heeft het voorlopig even gehad met de pers.

Hockeyclub Amsterdam gaat agressie rond het veld actief tegen. Drie jaar geleden begon de club met een tuchtcommissie, vertelt hoofd jeugdopleiding Gilles van Hesteren. Daardoor is het aantal gele kaarten gehalveerd. Zeg je iets lelijks en krijg je geel? Direct melden bij de tuchtcommissie. En ouders moeten mee.

Vader Rikkert Kleerekoper (38) staat te kijken naar zijn zoon Soufiene, die in de A1 speelt van Amsterdam. Kleerekoper is zoon van een Nederlandse vader en Arubaanse moeder. „Ik was ruim twintig jaar geleden de eerste krullenbol hier.” Zoon Soufiene heeft een Tunesische moeder. „Er zijn nu wel een paar allochtonen op de club, maar het is nog steeds een blanke sport van hoger opgeleiden.” Kleerekoper bestrijdt het beeld dat de verruwing in de sport de schuld zou zijn van nieuwkomers uit een lagere sociale klasse. „De hele maatschappij verruwt, dus het hockey ook.” En laten we vooral niet denken dat de jongens uit Amsterdam-Zuid zulke braveriken zijn. „De hardste schreeuwers langs de lijn”, zegt hoofd jeugdopleidingen Van Hesteren, „zijn nog altijd de artsen. Er moet gewoon goed gefloten worden, dan krijgt branie geen kans.”

Maar goed fluiten is moeilijk. In zijn eerste hockeywedstrijd als bondsscheidsrechter deed Rein Janssen (57) alles fout wat er fout kon gaan. Hij miste overtredingen en trok op andere momenten juist te veel kaarten. Na de wedstrijd brandde de beoordelaar van de Hockeybond hem tot op de sokken af. „Dat deed hij heel constructief overigens”, zegt Rein. Het was een harde leerschool, die eerste wedstrijd. Maar uiteindelijk werd hij een uitstekende bondsscheidsrechter. „Je moet empathie hebben voor een wedstrijd. Als je te vroeg fluit, fluit je de wedstrijd dood. Fluit je te laat, dan loopt het uit de hand.”

De mooiste wedstrijden vindt Rein die waarin je de scheidsrechter helemaal niet opmerkt. „Dan heeft hij zijn grenzen helder aangegeven zonder kaarten te hebben moeten trekken.”

Slechte scheidsrechters

Clubscheidsrechters hoeven tegenwoordig maar bar weinig te doen om te mogen fluiten: twee avonden in een elektronische leeromgeving de spelregels leren en dan een examentje doen op de club. „Echt te mager”, zegt Janssen. „Clubs moeten steeds meer moeite doen om scheidsrechters te vinden. Dan heb je dus niet altijd de beste op het veld staan.”

Op de tribune bij Xenios overigens geen last van slechte scheidsrechters. „We hebben nu een naam, dus we krijgen tegenwoordig alleen maar ervaren fluiters”, zegt hockeymoeder Ellen Jansen.

Speler Kick van Xenios is in balbezit en glijdt op het doel af. Hij wendt zich af, draait zijn schouder in en schiet met een loepzuivere boog in de rechterbovenhoek. 2-6 gewonnen.

    • Annet Veenstra