Alle kolencentrales dicht is ’n slecht idee

Kies voor een stabiele mix van brandstoffen, schrijft Jannes Verwer.

In de aanloop naar de klimaatconferentie in Parijs opperden verschillende politieke partijen alle Nederlandse kolencentrales te sluiten. Ook 64 hoogleraren deden dat. Is dat een goed idee? Gedeeltelijk doen we dit al. In het Energieakkoord staat dat de oudste helft van de Nederlandse centrales buiten gebruik wordt gesteld. De nieuwe centrales mogen open blijven. Dit zijn de allermodernste centrales ter wereld; dankzij hun hoge energierendement hebben zij een circa twintig procent lagere CO2-uitstoot dan de gemiddelde Europese kolencentrale. Door de werking van het Europese systeem van emissiehandel zou sluiting van de Nederlandse kolencentrales leiden tot een verhoging van de CO2-uitstoot elders in Europa. Slechtere centrales zouden deze productie overnemen. Poolse, Duitse, Belgische centrales produceren met een twintig procent hogere uitstoot. Alleen in Europees verband kunnen de juiste afwegingen gemaakt worden. We moeten niet naïef zijn: de komende decennia kunnen we niet zonder kolen. Wereldwijd wordt veertig procent van de elektriciteit opgewekt met steenkool. Ook Europa met zijn veertien procent aandeel in de wereldwijde CO2-uitstoot ontkomt er niet aan om kolen te blijven benutten. Steeds prominenter komt het geopolitieke element naar voren van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vanuit instabiele regio’s. Binnen een ‘Europese energie unie’ is het zaak een stabiele mix van brandstofsoorten en opwekmethodes na te streven. Nederland kan en moet een grotere rol spelen in het bevorderen van zo schoon mogelijke elektriciteitsproductie. Dit moet echter wel op een intelligente wijze gebeuren, anders lopen we het risico nog meer van onze industrie te verliezen aan landen als China en India, waar energie veel vervuilender wordt opgewekt en ingezet. Politici hebben vaak een korte termijn horizon; van hoogleraren mag je verwachten dat ze dieper nadenken en ook economische en geopolitieke componenten meewegen.