Zolang ze hun eigen kamer maar opruimen

Paukenist Han Vogel (59) en pedagoog Yvonne van der Linden (50) zijn 15 jaar samen. „Ik ging van een eenpersoonshuishouden naar een gezin, erg wennen.”

Han: „Wij hoeven niet de nieuwste versie van iets te hebben. Dingen die stuk zijn, probeer ik op te lappen.”

Han: „Er zijn ongeveer achttien professionele paukenisten in Nederland, en ik ben daar een van. Het klinkt wat pathetisch, maar na al die jaren voelt het nog steeds als een droom. Wie over kunst praat, heeft het al snel over schilderijen, maar muziek is een kunstwerk dat je niet kunt aanraken. De vijfde symfonie van Gustav Mahler bijvoorbeeld. Zo geniaal, dat is maar moeilijk te bevatten. Als ik dat in een concertzaal mag spelen, is het net alsof ik in het atelier zit waar een kunstwerk gebouwd wordt. Ik zie het als voorrecht om die muziek weer te laten klinken, dat het publiek samen met jou in de muziek kruipt.”

Yvonne: „Ik kom zo’n zes keer in het seizoen kijken bij Han, ik houd ook van klassieke muziek. Ik beleef het net wat anders omdat ik Han en zijn collega’s ken. Soms weet ik dat er een stukje aankomt dat hij extra mooi of moeilijk vindt. Dan kijk ik gerichter.”

Han: „Ik ben vaak veel eerder op de repetitie dan nodig, omdat ik thuis niet de pauken heb die ik in het orkest gebruik.”

Lastige zondagmiddagen

Yvonne: „Toen ik Han en zijn kinderen vijftien jaar geleden leerde kennen, moest ik verhuizen om bij hen te komen wonen. Ik ging van een eenpersoonshuishouden en een baan naar een gezinssituatie, en had nog geen werk. In het begin was dat heel erg wennen, vooral omdat Han vaak ’s avonds weg is. Dat voelde heel kaal. De zondagmiddagen vond ik in het begin het lastigst. Ik heb zelf ook snel een baan gevonden, om weer mijn eigen leven op te bouwen.”

Han: „Door mijn werkschema heb ik soms het gevoel dat ik mijn gezin te weinig spreek. Op maandag ben ik vrij, dinsdag en woensdag zijn repetitiedagen, donderdagavond, vrijdagavond, zaterdagavond en zondagmiddag zijn de concerten. Dus ik ben veel weg in het weekend. Daar kan ik om treuren, maar het is niet anders. Muziek is het mooiste wat ik kan doen, en elk soort werk heeft zijn voor- en nadelen. Ik ben wel vaak al ’s middags thuis, als de kinderen uit school komen.”

Een weekagenda

Yvonne: „Onze oudste twee wonen op kamers, maar zijn nog heel erg verbonden met ons. Ze komen elk weekend thuis, appen vaak.”

Han: „We zijn een hecht gezin. Toen ze heel jong waren is hun moeder overleden. Daardoor is ook de band met dit huis zo sterk, ik denk niet dat dat ooit over zal gaan.”

Yvonne: „Ik denk toch dat de kinderen onbewust voelen: ik ben hier opgegroeid. In dit huis zit nog een stukje van hun moeder. Je merkt die hechtheid in de keuzes die ze maken, daar betrekken ze ons nog bij. Ze maken zelf ook wel plannen voor in het weekend, maar dan willen ze toch ook even weten wat de onze zijn. En dan kunnen ze altijd nog kiezen: we gaan toch liever mee met Han en Yvonne.”

Han: „We hebben een weekagenda, een whiteboard, in de keuken hangen, daar schrijft iedereen z’n afspraken op.”

Yvonne: „Han is beter in het managen van het gezin. Het huishouden doen we samen. Ik houd het bij, zodat het niet te veel in een keer wordt. Ik hoor vrouwen weleens zeggen: op deze dag doe ik de bovenboel, daarna de benedenboel. Die structuur heb ik niet. Ik kijk gewoon elke dag even wat nodig is.”

Han: „We merken dat nu de oudsten op kamers zitten, ze zelf meer gaan opruimen. We zijn daar altijd makkelijk in geweest met de kinderen. Ik vind niet dat een stofzuiger een onderdeel moet zijn van de opvoeding. Ze hebben bijbaantjes, school, sporten en huiswerk. Zolang ze hun eigen kamer opruimen, vinden wij het wel best.”

Yvonne: „Han kookt bijna altijd, want hij is eerder thuis.”

Han: „De oudsten zijn vegetariër geworden. Dus in het weekend hebben we vaak een vegetarische dag.”

Yvonne: „Zondagochtend ontbijten we samen, met versgeperst sap en croissantjes. Dat is blijven hangen van heel vroeger, toen ze heel klein waren. We ontbijten doordeweeks sowieso elke ochtend samen.”

We zijn snel tevreden

Yvonne: „Over het algemeen zijn wij best zuinig. We sparen best veel.”

Han: „Ik denk dat we alleen geld uitgeven aan dingen die we echt willen.”

Yvonne: „Maar we zijn vrij eenvoudig wat betreft materiële wensen. We zijn snel tevreden.”

Han: „Als iets oud is maar toch nog functioneert, dan houden we het gewoon. Wij hoeven niet de nieuwste versie van iets te hebben. En dingen die stuk zijn, probeer ik nog op te lappen. Het ingebouwde zeeppompje van de gootsteen was laatst kapot. Dat kostte meer dan 100 euro om te vervangen, en dat vind ik dan echt belachelijk. Toen heb ik gewoon een goedkoop pompje gekocht, het uit elkaar gehaald, het veertje gebruikt voor mijn eigen pomp, en toen deed-ie het weer.”

Yvonne: „Fietsbanden worden ook zelf geplakt. Dat heeft iedereen geleerd.”

Han: „We willen in 2016 op wintersport gaan, daar sparen we bijvoorbeeld wel voor.”