Zo behouden alleen de rijken hun privacy

Met pay-how-you-drive volgen verzekeringsmaatschappijen via een kastje in de auto uw rijgedrag. Dat brengt niet alleen ons solidariteitsstelsel in gevaar, maar schendt ook onze privacy, constateert Lokke Moerel.

De aankondiging door Achmea om te onderzoeken of klanten premiekorting kunnen krijgen als ze gegevens over hun rijgedrag leveren, heeft veel stof doen opwaaien. Nieuw is het initiatief niet. Eerder al kwam Fairzekering met een pay-how-you-drive verzekeringsmodel, waarin automobilisten die beter rijgedrag vertonen minder voor hun verzekering betalen dan degenen die minder goed rijgedrag vertonen. Voordeel is dat aan klanten via de kastjes in auto’s prompte respons op hun rijgedrag kan worden gegeven. En dat stimuleert – in combinatie met de bonus van een lagere premie – bestuurders om veiliger te rijden.

De belangrijkste kritiek hierop is dat door deze vorm van verzekeringen de solidariteit van ons verzekeringsstelsel in gevaar komt. Feit is echter dat door verzekeraars ook nu al premiedifferentiatie wordt toegepast. Jongeren (en ook ouderen) betalen een hogere premie voor autoverzekeringen omdat zij in de regel meer schade veroorzaken. Om die reden zou tegen deze pay-how-you-drive verzekeringen geen bezwaar moeten bestaan.

Achmea vraagt voor het gebruik van de gegevens vooraf toestemming aan zijn klanten. De privacytoezichthouder noemde de voorstellen niet in strijd met de privacywet, mits de verzekeraar open is over het doel van de gegevensverzameling. Ik denk dat er wel degelijk privacyrechtelijke knelpunten zijn.

Het volgen van gedrag is een verregaande vorm van inmenging in de privacy van mensen. Dat nu al premiedifferentiatie plaatsvindt, kan geen rechtvaardiging zijn dat dus het voortdurend monitoren en verzamelen van gegevens over rijgedrag gerechtvaardigd is om die differentiatie nog preciezer te kunnen maken.

Vroeger vond premiedifferentiatie plaats op basis van analyse van gegevens uit het verleden (door de achteruitkijkspiegel) en op basis van beperkte gegevens van bestuurders, zoals leeftijd, geslacht en gemaakte ongelukken. De gevonden correlaties werden vervolgens generiek op een bepaalde categorie berijders toegepast.

Door de sensoren in de kastjes wordt nu rijgedrag, met een groot aantal niet eerder verzamelde variabelen zoals acceleratie, snelheid, scherpte van te nemen bochten real time op individueel niveau in kaart gebracht. Vervolgens wordt op basis van het vertoonde rijgedrag een voorspelling gedaan over het risico op ongelukken en wordt de premie op persoonlijke basis voor de toekomst vastgesteld (dus in de vooruitkijkspiegel).

Hoe precies verzekeraars tot hun voorspelling komen, blijft onduidelijk. De privacywet vereist dat individuen inzicht wordt gegeven in de logica die ten grondslag ligt aan beslissingen gebaseerd op profilering, maar dat dit inzicht kan worden gegeven, is niet geborgd. Bij nieuwe vormen van gegevensverwerking vergt de privacywetgeving verder een afweging of de positieve resultaten van deze vorm van dataverwerking (verbeteren rijgedrag en voorkomen van schade) niet ook op een minder ingrijpende wijze dan het voortdurend volgen van gedrag kunnen worden bereikt.

Het is bijvoorbeeld denkbaar – en met de privacywet te verenigen – dat een verzekeraar de kastjes in auto’s plaatst en de daarmee gegenereerde data analyseert. De resultaten kunnen worden gebruikt om via het dashboard de berijder respons te geven op zijn rijstijl en, als de scores niet goed zijn, trainingen in rijstijl aan te bieden en zelfs bij verbetering beloningen te geven (zoals gratis wasbeurten).

Onderzoek toont aan dat voor het beïnvloeden van gedrag het geven van beloningen meestal beter werkt dan straffen (hogere premies). Een hele stap verder is wel het pay-how-you-drive model waarbij verzekeraars op basis van individuele analyses beslissingen nemen die direct een negatief gevolg hebben voor individuele verzekerden. Het is de vraag of de hiermee te realiseren extra voordelen op het beperken van risico’s proportioneel zijn in het licht van de negatieve effecten hiervan op individuele burgers en de samenleving als geheel. Ik denk het niet.

Basisbeginsel van de privacywet is dat toestemming in ‘volledige vrijheid’ wordt gegeven. Hoe vrij is die toestemming als degene die toestemming geeft daarvoor een lagere verzekeringspremie in retour krijgt? En wie gaan hier straks toestemming geven? Dat zijn de minder kapitaalkrachtigen, maar ook degenen die de gevolgen van het geven van dergelijke toestemming niet goed overzien. Met dit soort ‘betaal-hoe-je-rijdt’, en straks ‘betaal-hoe-je-leeft´ verzekeringen (premiekorting als uit je Facebookdata blijkt dat je een gezonde levensstijl hebt) krijgen we een klasse in de samenleving van wie het gedrag continue in de gaten wordt gehouden om maar verzekerd te kunnen blijven.

Het zijn de kapitaalkrachtigen die het zich kunnen permitteren dit te vermijden. Dit is geen fantasie. De jonge Amerikaanse verzekeraar Oscar biedt nu al verzekeringen met fitnessbandjes aan waarbij klanten kortingen krijgen op het moment dat ze meer dan een bepaald aantal stappen per dag halen.

Wat blijft er over van onze autonomie als dagelijkse keuzes financiële consequenties krijgen? Een avondje zappen op de bank gaat je dan geld kosten. Verzekeraars bepalen hier impliciet welk type risicogedrag wel of niet acceptabel is. Hetgeen zijn weerslag zal hebben op hoe burgers elkaar onderling de maat nemen en een dempend effect zal hebben op risicotolerantie. Risico’s nemen en daarmee leren om te gaan, vormt echter een wezenlijk onderdeel van de groei (naar volwassenheid) van individuen en de samenleving.

Fundamenteel is ook dat het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens een verbod van discriminatie bevat, op welke grondslag dan ook, waaronder geslacht, ras, etc. Het Hof van Justitie heeft op die grond uitgemaakt dat verzekeringen geen onderscheid mogen maken op grond van geslacht. Verzekeringen waarbij vrouwen minder premie hoefden te betalen omdat ze in de regel minder schade rijden, werden verboden.

Met ‘pay-how-you-drive’ wordt dit onderscheid via de achterdeur weer ingevoerd. De rechtvaardiging voor premiedifferentiatie dat iedereen toch zijn eigen rijgedrag en leefpatroon kan bepalen en dat daarom premiedifferentiatie zou zijn gelegitimeerd, is slechts beperkt waar.

Gedrag is deels in aanleg bepaald, en training zal niet altijd helpen. Pay-how-you-drive leidt dus tot maken van onderscheid (discriminatie) op grond van persoonlijkheidskenmerken. Het Rathenau Instituut signaleert verder in een recent rapport over dit onderwerp dat het uitgangspunt dat bepaalde risico’s te controle¬ren zijn tot een toenemende eigen verantwoordelijkheid leidt voor deze risico’s en een afnemende bereidheid van anderen om solidair te zijn.

Auto-ongelukken die eerst als pech werden beschouwd, worden nu als risico beschouwd waar je actief iets aan had kunnen doen. Solidariteit bestaat alleen waar mensen worden getroffen door het noodlot. Waar risico’s te beïnvloeden zijn - en dit worden er door het verkrijgen van inzichten door het monitoren van gedrag steeds meer - zal de solidariteit van mensen met een (vermeend) laag risico afnemen jegens degenen met een hoog risico (dan had je maar beter moeten rijden, gezonder moeten leven).

Mijn zorg is dat kortetermijnbesparingen door het terugbrengen van risico’s in rijgedrag en levensstijl tot ongelijkheid leiden die een negatievere invloed op burgers en de maatschappij als geheel hebben dan de extra besparingen die ermee te realiseren zijn. Het Verbond van Verzekeraars heeft opgeroepen tot een maatschappelijk debat hierover; laat dit een startschot zijn.