Ziek maar triomferend

Vladimir Poetin had zijn felicitaties al gestuurd, en op het Moskouse vliegveld Sjeremetjevo kreeg het Russische team dat terugkwam van het Europese landenkampioenschap in Reykjavik een heldenontvangst. Voor het eerst sinds 2007 had Rusland dit kampioenschap weer eens gewonnen. De Russische vrouwen wonnen ook in Reykjavik, en al was het voor hen niet uitzonderlijk, het was in ieder geval dubbel feest voor de Russen.

Peter Svidler vertelde dat er iedere ronde drie van hun vier spelers ziek waren geweest. Hoe sterk moet een gezond Russisch team dan zijn!

Supergoed speelden de teamleden overigens niet, want niemand van hen won een medaille voor zijn individuele prestatie. Ze speelden gewoon goed, zonder zwakke plek in het team.

Armenië werd tweede, Hongarije derde. Judit Polgar debuteerde als captain van het Hongaarse team. Ik geloof niet dat het eerder gebeurd is dat een vrouw een mannenteam leidde, maar Judit is Judit en de Hongaarse mannen steigerden niet.

Nederland werd elfde, ongeveer de plaats waartoe het door de ratings was voorbestemd. Anish Giri en Loek van Wely waren de gestaalde kaders met hoge scores.

De boog kan niet altijd gespannen zijn en op de avond van de laatste dag in Reykjavik namen Loek van Wely en Ivan Sokolov op zo’n intensieve manier afscheid van hun vrienden dat ze zich de volgende ochtend versliepen en beiden hun vlucht naar Amsterdam misten. Sokolov twitterde dat het voor hem lang niet de eerste keer was, en dat hij blij was geweest nu een lotgenoot te treffen op het vliegveld. Het is mij zelf ook eens overkomen, lang geleden in Spanje, en ik beschouwde dat als een duur maar nuttig lesje.

Vorige week schreef ik iets over Magnus Carlsen, die slecht begon in Reykjavik. Veel beter werd het niet, want al met al scoorde hij 3½ uit 7 tegen mensen die gemiddeld bijna 200 ratingpunten minder hadden dan hij.

Zoals de geleerde Desiderius Erasmus in een vissersstadje geboren werd, maar niet van vis hield, zo is wereldkampioen Magnus Carlsen een Noor die niet goed schaakt in het Noorden: zie Chanty-Mansiesjk 2010, Tromsö 2014, en Stavanger en Reykjavik 2015.

Vassili Ivantsjoek (Oekraïne) - Peter Svidler (Rusland), EK landen Reykjavik 2015

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 L e7 6. Te1 b5 7. Lb3 0-0 8. c3 „Misschien bluf’’, zei Svidler over deze zet. Hij bedoelde dat Ivantsjoek hoopte dat hij niet de Marshall aanval zou durven spelen. 8...d5 Maar hij doet het wel. 9. exd5 Pxd5 10. Pxe5 Pxe5 11. Txe5 c6 12. d3 Ld6 13. Te1 Lf5 14. Df3 Te8 Svidler had hier nog geen hogere ambitie dan remise maken. 15. Txe8+ Dxe8 16. Pd2 De1+ 17. Pf1 Lg6 18. g3 In de tiebreak van de finale van de World Cup, Bakoe 2015, deed Karjakin 18. Lc2 tegen Svidler, die toen met 18...Pxc3 had kunnen winnen, maar het niet zag. 18...b4 19. h4 Gebruikelijk en veel beter is meteen 19. c4. 19...h5 De invoeging van de zetten h4 en h5 is gunstig voor zwart. Er is geen mat op de onderste rij meer, wat in verschillende varianten een rol kan spelen, en wit heeft veld g4 onherstelbaar verzwakt. 20. c4 Pf6 21. Ld1 Ook geen mooie. 21. d4 is beter, maar ook dan kan wit zich niet goed loswerken. 21...Te8 22. Ld2 De5 Wit kan bijna geen vin meer verroeren. 23. Tc1 Lc5 24. a3 a5 Meteen 24...Pg4 was ook al goed, maar hij laat de witspeler nog even rustig sudderen. 25. axb4 axb4 26. Tc2 Pg4 27. Pe3 Dd6 28. Pxg4 hxg4 29. Dxg4

Zie diagram

29...Lh5 Aardiger dan 29...Dxd3, wat ook ruim voldoende zou zijn. 30. Dxh5 Dxg3+ 31. Kh1 Dxf2 Wit gaf op.