Ze snappen hier niet dat vrijheid breekbaar is

De Iraanse fotografe Newsha Tavakolian (34), die publiceert in bladen als Time Magazine en Der Spiegel, ontvangt volgende week voor haar werk de Grote Prins Claus Prijs (100.000 euro). „Ik ben goed in het fotograferen van gevoelens.”

Foto Andreas Terlaak

Alice in Wonderland

„Op school noemden ze me Alice in Wonderland. Ik zat altijd in mijn eigen wereld. Ik heb dyslexie en kon me nooit concentreren op wat de leraren zeiden. Op een dag, ik was toen zestien, keek ik om me heen op het schoolplein en zag hoe gelukkig de andere meisjes eruit zagen, terwijl ik me helemaal niet zo voelde. Toen ben ik naar huis gegaan. Ik zei tegen mijn ouders: ik ga niet meer terug naar school. Tot mijn verbazing zeiden ze: oké, het is jouw leven. We hadden een camera thuis, een Minolta. Met die camera ben ik toen een kunstopleiding gaan doen. Op een dag zat ik in een gedeelde taxi naast een man die me vertelde over een nieuwe krant voor vrouwen, Zan, waar ze misschien wel een fotografe nodig hadden. Hij gaf me het adres en ik ging er rechtstreeks naar toe. Mijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn.”

Ontplofte auto

„Bij Zan wilden ze me niet want ik had totaal geen ervaring. Ik was zestien. Ze lachten me uit. Maar ik gaf niet op. Vanaf heel jong droomde ik ervan een onafhankelijke vrouw te zijn. En om onafhankelijk te zijn, moet je geld verdienen. Dus ik zei: ik doe alles wat jullie willen, desnoods schrob ik de vloer hier, maar geef me een baantje. Toen gaven ze me een baantje als telefoniste. Ik werkte van 7 tot 5 als telefoniste en daarna ging ik foto’s maken. Ik fotografeerde alles wat ik om me heen zag. Dan zag ik bijvoorbeeld een auto ontploffen op de snelweg en dan sprong ik uit de taxi om die te fotograferen. De volgende dag legde ik die foto’s dan op het bureau van de fotoredacteur. Na twee maanden waren ze overtuigd en mocht ik aan de slag als fotograaf.”

Studentenopstand

„Toen ik achttien was, in 1999, brak er een opstand uit in Iran. Het was een confrontatie tussen de studenten en de regering. Veel studenten werden gearresteerd en verdwenen in gevangenissen, sommigen werden gedood. Ik bivakkeerde dagenlang tussen de studenten om de gebeurtenissen te fotograferen. Dat was een keerpunt in mijn carrière. Tot dan toe had ik wel mijn best gedaan, maar ik kwam niet erg ver. Mijn collega’s wisten niets over me, omdat ik nogal op mezelf was en weinig vertelde. Ze dachten dat ik een verwend meisje was uit een rijke familie, wat helemaal niet zo was. Redacties wilden mij als jong meisje nergens naar toe sturen. Dat was om me te beschermen. Ik haatte dat, ik wilde niet beschermd worden. Maar nadat ik de opstand had gefotografeerd, nam iedereen me serieus.”

Oorlog

„Bijna twee jaar lang heb ik de oorlog in Irak gefotografeerd. Toen dat voorbij was, realiseerde ik me dat ik een verschrikkelijke hekel heb aan het fotograferen van geweld. Ik ben er ook niet goed in. Ik ben goed in het fotograferen van de gevoelens van mensen. Na Irak besloot ik niet meer naar conflictgebieden te gaan. Ik heb daar veel gezien en ik heb er een goede vriend verloren. Op een gegeven moment werd ik er depressief van. Toen heb ik mezelf geleerd dingen te vergeten. Dat kwam toen goed uit, maar nu heb ik er last van. Want ik word tegenwoordig elke dag wakker met het gevoel dat ik harder moet werken, dat ik niets heb gedaan in mijn leven. Dat komt omdat ik me gewoon niet meer herinner wat ik allemaal heb gedaan. Ik heb nu een tentoonstelling in Amsterdam, maar als ik mijn foto’s daar zie hangen denk ik: zijn die echt van mij? Ik heb het gevoel dat het andermans tentoonstelling is.”

Zonsverduistering

„Ik ontmoette Thomas (Erdbrink, echtgenoot, red.) toen ik in 1999 voor een Iraanse krant een zonsverduistering moest fotograferen. Mensen kwamen in een stadion bijeen om daarnaar te kijken en Thomas was daar ook. Hij viel me op omdat hij de moonwalk deed, nadat iemand hem had gevraagd of hij soms Michael Jackson was. Voordat ik Thomas ontmoette had ik nog nooit een relatie gehad met een man. Ik dacht: als je een man toelaat in je leven, zal hij proberen je te stoppen. Thomas bewees dat ik me vergiste. Hij moedigt me juist aan. Ik denk dat een huwelijk tussen een Iraanse en een Nederlander een prachtige combinatie is. Je beweegt je in twee verschillende werelden. We waren zo jong toen we trouwden: ik was 21, hij 25. En mijn Engels was zo ongelofelijk slecht. Ik denk dat we daarom zo lang bij elkaar zijn gebleven, omdat we elkaar gewoon niet verstonden!”

Godinnen

„Ik haat politiek en ik wil nooit over politiek praten. Maar mijn foto’s gaan wel over het effect van de beslissingen van politici op de levens van mensen. Bij mij draait alles om het vertellen van het verhaal. En ik vertel vaak het verhaal van vrouwen. Omdat ik er zelf een ben en omdat het vaak vrouwen zijn die in het Midden-Oosten interessante dingen doen. Zo heb ik onlangs portretten gemaakt van vrouwelijke Koerdische strijders. Ik ging naar hen toe met het plan ze te fotograferen als godinnen. Het waren ongelofelijke vrouwen, zo moedig. Maar toen ik met hen sprak, realiseerde ik me dat zij ook slachtoffers van een ideologie zijn, net als hun tegenstanders. Want ze zeiden allemaal dezelfde dingen tegen me. Iemand heeft hun dus verteld wat ze moeten zeggen. Deze vrouwelijke strijders mogen nooit trouwen en ze mogen ook geen seks hebben. Het enige vrouwelijke dat ik bij hen zag, waren de linten in hun vlechten. Dat vond ik tragisch.”

Feministe

„Wat ik raar vind, is dat mensen mij in Nederland voorstellen als de vrouw van Thomas Erdbrink. Terwijl ik in Iran, waar vrouwen moeten vechten voor hun rechten, nooit ben voorgesteld als ‘de vrouw van’. Een Nederlandse vriendin zei tegen me: waar maak je je druk over, dat is toch heel gewoon? Toen ben ik eens wat beter gaan kijken naar de situatie van vrouwen in Nederland. En ik zie dat jonge vrouwen zich hier niet realiseren hoe breekbaar hun vrijheid is. Seksisme is overal. Overal in de wereld voelen mannen zich bedreigd door slimme vrouwen, of je nou in Iran, Nederland of Afrika bent. Vrouwen in Nederland hebben geluk, ze hoeven niet voor hun vrijheid te vechten omdat hun moeder, grootmoeders en overgrootmoeders dat al hebben gedaan. Ze vinden het vanzelfsprekend. Het woord feministe beschouwen ze als een scheldwoord. Ze snappen niet dat hun vrijheid kostbaar is, dat ze die moeten beschermen. Dat vind ik beangstigend.”

Straathonden

„Dat ik de Grote Prins Claus Prijs ontvang, betekent dat ik 100.000 euro krijg. Zo’n enorm bedrag kan ik niet aan. Dus toen ik hoorde dat ik die prijs zou krijgen, besloot ik meteen de helft weg te geven. Er is een ziekenhuis voor kinderen met kanker in Teheran, waar mijn neefje is behandeld, en dat heb ik altijd willen steunen. Nu heb ik dat gedaan. Ik heb geld gegeven aan zeven verschillende asiels voor straathonden en -katten, omdat ik gek op dieren ben. Ik heb een prijs opgericht voor jonge fotografen in Iran, zodat die een beurs kunnen krijgen. En ik heb geld gedoneerd voor Iraakse en Syrische vluchtelingen. Ik heb in hun landen gewerkt en het zijn geweldige mensen. Ze waren altijd vriendelijk en behulpzaam – elke keer dat ik het nieuws zie, doet mijn hart pijn. Met het geld dat over is, ga ik een camera kopen en een nieuw project opzetten. Het gaat over figuranten op filmsets. Mensen die wachten op hun moment. Ik ben niet geïnteresseerd in beroemdheden, ik richt mijn camera juist op onzichtbare mensen.”