Wie je zelden ziet bij de strafrechter: criminelen

Een van de observaties na een half jaar strafzittingen verslaan is dat ik nauwelijks ‘echte’ criminelen tegenkom. Iedere verdachte heeft zeker iets misdaan en wordt dan ook veroordeeld. Maar de meerderheid zijn tamelijk doorsnee types die zich vergisten, uit hun slof schoten of aan herkenbare driften toegaven. Denk aan hebzucht, lust, woede, jaloezie. Meestal omdat het ze aan zelfbeheersing ontbrak en kennis of inzicht in de straf- of pakkans. Of omdat ze het vermogen tot zelfstandig nadenken even kwijt waren, of daar überhaupt nooit zo sterk in waren. Strafrechters houden deze groep zoveel mogelijk uit de cel en sturen ze met taakstraffen, gedragsmaatregelen en proeftijden de deur uit.

De grootste groep daarna zijn de patiënten: gedragsgestoord, seksueel of anderszins geobsedeerd, getraumatiseerd, autistisch, zwak begaafd of een combinatie daarvan. Deze groep wijt zijn gedrag aan de omstandigheden, de slachtoffers of hun stoornis, als ze die tenminste erkennen. Met hen voert de strafrechter half-therapeutische gesprekken. Dit is de lastigste, en ook gevaarlijkste groep, vooral als ze hun daad en hun stoornis ontkennen. Bij herhaling zag ik rechters tobben met verdachten die alle contact met psychiaters weigerden, meestal uit angst voor TBS. Deze groep krijgt meestal bovenmodaal strengere celstraffen – en nooit TBS. Want dat kan niet zonder gedragskundige adviezen. Wat er gebeurt als deze groep weer vrijkomt, laat zich raden.

Eigenlijk is de minst interessante categorie het handjevol beroepscriminelen dat ik zag. Mannen die met de armen over elkaar nergens antwoord op geven of apert leugenachtig zijn. Deze groep is doorgaans het slimst. Zij investeren, plannen en organiseren en bereiden zich voor. Niet goed genoeg natuurlijk, anders zaten ze er niet. Maar ze steken toch gunstig af. Zij krijgen de hogere celstraffen en passen het best in het rationele businessmodel van het strafrecht, dat is gebaseerd op afrekenen.

Na dit half jaartje begrijp ik ook beter waarom de cellen leeg raken. Er komen te weinig criminelen voor de strafrechter en te veel sufferds en patiënten. De strafrechter blijkt een sociaal maatschappelijk gedragskundige die met paardenmiddelen als taakstraffen, gebiedsverboden en toezicht aan genezing werkt. De strafrechter klust aan de mens. Bij een meerderheid van de zaken kan tenminste een van de drie rechters worden vervangen door een psychiater. Juridisch valt er weinig te verhapstukken – meestal zijn de feiten klip en klaar en is het juridisch debat academisch. Over het verschil tussen oogmerk of voorwaardelijk opzet, ofzo. Ik vind het interessant, maar het is maatschappelijk niet de kern. Het grote raadsel in de zittingszaal is het wangedrag – het waarom, het ‘hoe kon dit’ en hoe kan herhaling worden voorkomen?

Voor het antwoord van de politiek blijkt ook een term te bestaan: risicojustitie. Strafrecht als nieuw voorbehoedmiddel voor onheil. Het past bij de ontwikkeling van strafrecht van laatste redmiddel naar gewoon ordenend recht. Net zoiets als bouwvoorschriften. Tot voor kort ging het strafrecht alleen over het verleden. Er werd symbolisch een streep gezet; na de ‘afstraffing’ was de rechtsorde hersteld. Tegenwoordig moet het strafrecht net zo effectief zijn voor toekomstig menselijk gedrag als de regels voor rooilijnen voor de aanblik van straten.

Mij lijkt dat ambitieus. Maar de trend is onmiskenbaar. Proeftijden worden steeds langer. Deze week nam de senaat een wet aan die na de straf levenslang toezicht mogelijk maakt, op vooral zeden- en geweldsdaders. De strafrechter moet de verlenging toetsen en wordt dus nog meer een gedragskundig waarzegger, een specialist in recidivetaxaties. Voor de zwaardere strafklant komt dus de levenslange curatele in zicht. En een mix aan van gebieds- of contactverboden, meld- of verhuisplichten, alcohol/drugsonthouding en reisverboden. Dat is voor de daders die ik zag ongetwijfeld een extra motief om de strafrechter nog minder te onthullen over de eigen psychologie of pathologie. Levenslang vast in het therapeutisch keurslijf van justitie. En: de rechter die het toezicht beëindigt is mede schuldig aan wat er dan gebeurt.