Wat zijn we? Waarom doen wij wat we doen?

Het is een oud journalistenspelletje voor als de krant ‘gezakt’ is: kijken hoe de krantenstukken ‘met elkaar praten’ – of zoals je vroeger zei: met elkaar in verband staan. Een proeve van associatiekunde! In deze bijlage is dat een makkie. Je begint achterin, bij het stuk van Marcel aan de Brugh over de nieuwe Nationale Wetenschapagenda. Omdat voor die agenda ook burgers van alle snit vragen aan de wetenschap mochten insturen, was er veel kritiek en cynisme. Alsof wetenschappers al die vragen niet zelf kunnen verzinnen! Natuurlijk wel, maar het is mooi om het eens aan andere mensen te vragen. In het stuk van Aan de Brugh tonen de makers én een beschouwer van een afstandje zich vooralsnog tevreden, gewoon omdat er fijn veel gesproken is tussen wetenschappers en burgers.

Veel burgervragen liggen voor de hand. Mijn lievelingsvraag in dit verband is Clustervraag ‘L1 Begrijpen van ons gedrag’: waarom doen wij wat we doen, zijn we wat zijn en welke factoren beïnvloeden ons gedrag?. Nou? Wat is het antwoord? Voor het mooie zou daaraan nog deze vraag moeten voorafgaan: hoe weten we wat wij mensen zijn en hoe definiëren we wat we eigenlijk doen?

Genoeg te doen!

Het is ook mooi dat de overheidscommissie vaststelt dat ‘bouwstenen van het bestaan’ een apart interessegebied van wetenschap vormen. En daar past dus perfect de lofzang op het boek Job door biochemicus Martijn Katan bij, op de pagina hiernaast.

Via de burgerclustervraag G21 uit de Wetenschapsagenda (over taaltechnologie waarmee onze computers, smartphones en tablets met ons kunnen communiceren) ben je direct bij het coververhaal van Marc Hijink. De autocorrectieperikelen zijn een schitterende ingang in de wetenschap van mens-machine-interactie. Ook het verhaal van Hester van Santen over milieuvriendelijker vliegen valt precies in het agendablokje wetenschap en maatschappij.

Maar wat is dan in dit kader de plaats van de poepinteresse van de bamboemaki’s van Madagaskar (zie De Kleine Wetenschap, achterop de bijlage)? Dat laten we open. Maar ik vermoed een verband met bouwstenen van het bestaan.