Vintage en vogue

Ze jagen op een Gispen-lamp of een stoel van Eames. Vier verzamelaars over hun vintage design. „Gaat hij de deur uit voor boodschappen, komt hij uren later thuis met een oud krukje.”

Het was nu of nooit, wist Lenno Dukel. Een tweede kans op een gave Giso no. 459 zou zich niet voordoen. Hoeveel exemplaren van deze in 1931 door W.H. Gispen ontworpen staande lamp zouden er nog zijn? Een handvol, hooguit. Als arme student had hij dertig jaar eerder al verlekkerd naar deze lamp staan kijken. Hetzelfde exemplaar, bij een antiekzaak in Rotterdam. Toen was de lamp niet te koop, nu bood de weduwe van de handelaar haar aan.

Meteen toeslaan, wist Dukel, arts en verzamelaar van modernistisch design. „Er is meer in het leven dan een lamp”, zegt hij. „Maar niet als zich zo’n kans voordoet.”

Vintage design is hot. De houten Deense slaapbank die twintig jaar geleden bij het grof vuil belandde, staat nu voor een paar duizend euro bij een hippe designstore. De online antiekmarkt 1stdibs zet jaarlijks ruim een half miljard dollar om. En zelfs Ikea verkoopt tegenwoordig vintage. En dan doelen we niet op de slappe aftreksels van de Scandinavische jarenvijftigmeubels die zo gezocht zijn, maar op de tapijten uit Anatolië die het Zweedse woonwarenhuis aanbiedt. Oude karpetten die opnieuw worden gewassen en geverfd en vervolgens aangeboden als ‘een eigentijds product met een unieke geschiedenis’.

Oud is al een tijdje het nieuwe nieuw, een manier om je van de massa te onderscheiden. Welke stroming uit de designgeschiedenis en vogue is, verandert steeds. Een kwart eeuw geleden was er een revival van het kale modernisme van Bauhaus en De Stijl, herinnert Ad van den Bruinhorst zich, die toen in Kampen De Andere Tijd opende, zijn zaak in vooroorlogs design en toegepaste kunst. „Blokker verkocht toen ook koffiemokken met Mondriaan-motieven”, zegt hij. Daarna kwam het Amerikaanse industriële postmodernisme op, en stonden de interieurs in woontijdschriften vol oude meubels van Ray en Charles Eames. Nu is het de beurt aan het Scandinavische design, en zijn ook de eerste Franse en Italiaanse tendensen aan te wijzen.

De kennis over design, zegt Van den Bruinhorst, is de afgelopen decennia enorm toegenomen. Bij musea en handelaren, maar ook onder verzamelaars. „Ga naar bol.com en je hebt morgen een boekenkast vol kennis in huis.”

De passie voor vintage design begint meestal met een basale aantrekkingskracht, zegt Van den Bruinhorst. „Je voelt aan objecten dat ze kloppen of je vindt ze gewoon mooi. Als je je er dan in verdiept, kom je erachter dat deze oude ontwerpen niet zozeer gemaakt werden voor het volgende interieurseizoen, maar vanuit een drang van de vormgever om iets te veranderen.” Aan design en toegepaste kunst lag vaak een wereldbeeld ten grondslag. Met inzet van de nieuwe technische productiemogelijkheden zou de toekomstige maatschappij beter en rechtvaardiger worden. Van den Bruinhorst: „Goed vormgegeven producten zouden voor iedereen bereikbaar worden. Die strijdvaardigheid en bevlogenheid is heel aantrekkelijk.” De echte liefhebber van vintage design gaat ook voor de inhoud achter het goede ontwerp, denkt Van den Bruinhorst. „Die vind je bij Ikea niet.”

Even doorsparen

Stephanie Sanderson, een collega van Van den Bruinhorst, struinde als kind al rommelmarkten af. Ze omringde zich graag met mooie oude dingen, zegt ze. Vrij intuïtief begon ze naoorlogs aardewerk uit Scandinavië te verzamelen. „Van de filosofie achter die producten had ik geen notie. Ik vond ze van een tijdloze schoonheid en dacht: dit wordt het nieuwe antiek.”

Met haar collectie als basis begon ze in 2003 Histoire, een winkel in naoorlogs design uit Scandinavië en de Verenigde Staten. Franse, Japanse en Amerikaanse verzamelaars klopten al snel bij haar aan. En nog altijd verkoopt Sanderson tachtig procent van haar vintage meubels aan buitenlanders, vooral via 1stdibs. „Nederlanders moeten nog wennen aan het idee dat een zeldzame oude stoel in een goede conditie kostbaarder is dan een nieuwe.” Het is de reden, zegt Sanderson, dat ze ook re-edities van klassieke meubels is gaan verkopen – zo kan ze ook een Nederlandse klantenkring bedienen.

De beste tip voor beginnende verzamelaars? Koop alleen het allerbeste, zegt Stephanie Sanderson. „Van kwaliteit krijg je nooit spijt. Goede dingen zijn waardevast. En als je het niet kunt betalen, kun je beter nog even doorsparen dan een stoel kopen waar iets aan mankeert.”

Regelmatig ziet hij het gebeuren, zegt Ad van den Bruinhorst: klanten die met een rood hoofd staan te turen naar iets wat ze niet meer loslaat, dat ze moeten bezitten. „Zelf gebeurt het me ook een paar keer per jaar dat ik warmloop voor iets wat eigenlijk mijn budget te boven gaat. Juist van die aankopen heb ik nog nooit spijt gekregen.”

Dat heeft Lenno Dukel ook niet van zijn Giso no. 459. De kostbare staande lamp is het pronkstuk van zijn collectie. Stoelen leent hij soms uit voor tentoonstellingen, zijn lamp niet. Maar uiteindelijk zal de 459 in een openbare collectie te zien zijn, belooft Dukel. Hij heeft zich voorgenomen haar aan een museum te legateren.

deanderetijd.nl

histoire.nl